2021 Douro rivier cruise met de “Queen Isabel”.

2021 Douro rivier cruise met de “Queen Isabel”.

Week 1

19-9-2021

Zondag 19 september 2021.
We gaan al heel vroeg op weg omdat we al om 9.05 uur vliegen naar Porto in Portugal.
We gaan een riviercruise maken op de Douro rivier die van uit Spanje naar de Atlantische Oceaan stroomt. Hij mondt uit bij de stad Porto. De rivier stroomt er dwars doorheen.
De auto wordt gestald in de parkeergarage bij langparkeren op P3. En dan gaan we via priority inchecken en door de beveiliging naar de gate. We hebben de begeleidster van Friendship cruises, Marijke, gemist. Wij gingen door hal 2 en zij stond bij hal 1 om iedereen soepel te laten inchecken etc.
Enfin, alles is goed gekomen en bij aankomst in Porto staat er een bus klaar die ons naar de kade brengt. Daar zijn we al voor 12 uur en dat is veel te vroeg om aan boord te gaan. De kamers moeten helemaal goed schoongemaakt worden. Wel gaan de koffers alvast op de kade en wijzelf kunnen ons opfrissen in een hotel tegenover de kade. Hier heeft de maatschappij een afspraak mee, dat we de handbagage hier kwijt kunnen en naar de wc kunnen gaan tot het 4 uur is. Dan kunnen we aan boord gaan.
Op de kade aan de overkant van de oude stad, Vila de Gaia, daar waar ook ons schip, de Queen Isabel, ligt, is het heel gezellig. Er zijn heel veel terrasjes en restaurantjes. We maken een heel lange wandeling en eten er ook wat. Daarna is het tijd voor de port uiteraard. Jan en Cees willen graag wat proeven en kiezen een 20 jaar oude port uit. Elly en ik doen het met een ietwat jongere port. Ook niet verkeerd. Het weer is zonnig en we vermaken ons prima. Maar om 4 uur is het toch tijd om het schip op te zoeken.
De koffers staan al in de hut en dus is het uitpakken geblazen, door mij. Je kan moeilijk met zijn 2en in de beperkte ruimte gaan manoeuvreren.
Om half 7 is het eerste diner. We hebben, de hele reis, tafel 5. Alle maaltijden, behalve het ontbijt, worden uitgeserveerd. De 1e avond wordt er een standaard menu gebracht. Voor de andere maaltijden moeten we bij het ontbijt aangeven wat we ’s middags en ’s avonds willen eten aankruisen op een a-4tje. Zo blijft er geen eten over, heel goed.
Dan is het bedtijd en daar zijn we na een heel lange dag wel aan toe.

20-9-2021

Het ontbijt is van half 8 tot 9 uur. We hebben de wekker op 7 uur gezet, niet te lang blijven liggen maar. Na het ontbijt gaan we naar het zonnedek, maar het is nog te koud. Jan blijft wel even buiten staan om foto’s te maken, maar dan gaan we toch nog maar even een dek lager in de Panoramalounge zitten, vooraan, daar hebben we heel goed uitzicht over de rivier. We moeten 5 sluizen door tot aan de Spaanse grens. Er is een verval van totaal 125 meter om te overbruggen. De sluizen zijn er in de jaren 60 tot 80 van de vorige eeuw gebouwd en dat heeft de scheepvaart heel erg bevorderd. Daarvoor was de Douro een heel moeilijk bevaarbare rivier. En toch was het eigenlijk de enige manier om de vaten port van de wijnhuizen naar Porto te vervoeren. Menige boot is gekapseisd en ligt dus nog op de bodem van de rivier. Het waren niet zo van die grote schepen, meer uit gebreide gondels die zo de rivier afdreven. In Porto zie je ze nog als attractie voor de kant liggen. Inmiddels is de rivier beter bevaarbaar en bovendien zijn er wegen aangelegd waarover de vrachtwagens de vaten naar de kust kunnen vervoeren.
Na de lunch hebben we om 2 uur onze eerste excursie. Het programma is nu al omgegooid. Dat komt doordat er voor ons een schip door de snel opkomende mist niet verder voer en wij niet konden vertrekken. Deze vertraging duurde 2 uur en die is moeilijk in te lopen, temeer daar je op een bepaalde tijd door een sluis moet. Die tijden zijn hierdoor allemaal aangepast. We vertrokken dus pas tegen 3 uur en het diner op een wijngoed is verplaatst naar donderdag.
’s Ochtends zijn we door de sluis van Crestuma en de sluis van Carrapatelo (de hoogste van Europa) gevaren, ’s middags door de sluis van Bagauste.
Onze Friendship groep zit steeds in bus 2. We krijgen ook steeds dezelfde Portugese gids mee aan boord van de bus. Zij spreekt behoorlijk Nederlands en vertelt van alles over wat we te zien krijgen.
De eerste stop is in de plaats Lamego. Dit is de oude hoofdstad van Portugal, in ieder geval van het noordelijke deel, wat het eerst onder gezag kwam van de koningen van Leon en Castilie. Er is een bisschoppelijk paleis en een kerk boven op een heuvel, met een toegang van 666 trappen. Die werden vroeger beklommen op de knietjes.
Daarna rijden we door naar het Quinta (chateau in het Frans) do Seixo, dat deel uitmaakt van het Porthuis Sandeman. Hier kregen we een witte en een rode port te proeven en een doorgang door de wijnkelders waar meer dan 100.000 flessen port lagen opgeslagen. Deze liggen hier 1 winter en worden dan naar de porthuizen in Porto gebracht waar ze in de koele kelders verder rijpen. Doordat we zoveel vertraging hadden, was er steeds maar weinig tijd voor een goede bezichtiging, toch hebben we het hele programma kunnen afwerken en konden we ook een half uurtje later aan tafel gaan. Niet iedereen was tevreden over deze excursie, maar tegen overmacht doe je niks.


Over de portwijn….
Port is een Portugese gemuteerde wijn, die alleen wordt geproduceerd in de streek van de Boven-Douro, zo’n 100 km stroomopwaarts van de gelijknamige stad, tussen Peso da Régua en de Spaanse grens. Het woord porto is afkomstig van de gelijknamige stad Porto. De benedenvallei van de rivier, die in de nabijheid van Porto stroomt, is echter niet het domein van de portwijn, maar wel van de “vinho verde”. Dat komt omdat het lokale klimaat de druif niet toestaat om er tot volle rijpheid te komen.

De wijngaarden worden voornamelijk gerund door kleine producenten, elk met hun eigen stukje grond. Die eigendom wordt in het Portugees een “Quinta” genoemd.

Het bereidingsproces van de portwijn begint vanzelfsprekend met de oogst. Geen evidentie, want de wijngaarden liggen verspreid over meerdere terrassen die alleen te voet en bij zeer warm weer bereikbaar zijn. Vroeger werden de druiven ook nog eens met de voeten geplet in de “Lagares”, grote natuurlijke granieten vaten die nog steeds te vinden zijn in de meeste traditionele “Quintas” en die nog steeds gebruikt worden voor de gisting van de beste catagorieën “Ruby” Vintages en LBV (Late Botteld Vintage).

Tijdens de gisting wordt aan de zoete most een bepaalde hoeveelheid wijnbrandewijn toegevoegd. Daarvoor wordt ongeveer 100 liter alcohol voor 400 liter wijn gerekend, met een alcoholgehalte van 77%. Het moment waarop de brandewijn wordt aangevoerd is cruciaal voor het slagen van de port. Gebeurt dit te vroeg, dan verkrijg je een zware kleverige wijn. Gebeurt dit te laat, dan zal de wijn zijn fruitsmaak en volheid missen. Bij deze methode van wijnbewerking, die mutage wordt genoemd, wordt de eerste gisting stopgezet en wordt de suiker in de wijn bewaard. De voordelen zijn legio: de wijn behoudt zijn volheid en fruitigheid, waardoor een te droge of harde wijn wordt vermeden. Bovendien blijft de wijn op die manier beter geschikt om te rijpen, waardoor hij een krachtigere body krijgt en de proevers van een veel rijker bouquet genieten.

Zodra de mutage is voltooid, gaat de wijn in winterslaap. Inderdaad, een rustperiode die gemakkelijk een hele winter kan duren! Zo krijgt de wijn de kans om te klaren onder invloed van de kou. Wanneer de lent aanklopt, verlaat de portwijn de “Quinta” en verhuist hij naar de kelders van de porthandelaars. Naar gelang de kwaliteit rijpt de wijn verder gedurende verschillende periodes in kuipen van 20.000 tot 100.000 liter, in vaten van 550 liter, op fles of volgens een gecombineerde rijpmethode.

Nu hebben we na het eten in de bar nog een drankje genomen. En daarna nam Jan in de hut nog een portje, dat hij bij Sandeman aangeschaft had.

21-9-2021

Weer hebben de wekker op 7 uur gezet.
Het schip ligt de hele nacht aan de kade en je kan er dus gewoon af. Allen aan boord om 6 uur ’s ochtends. Vanmorgen blijven we aan boord, pas om half 2 komen we in Pocinho aan.
Er is een wijnvoordracht door mijnheer Patrick Dellaert over de portwijnen en dat is een goede voordracht. We leren dat er heel veel druivensoorten gebruikt worden. Maar een bepaalde streek mag zijn wijnen, gemengd met brandewijn, port noemen. Er zijn 23.000 kleine wijnboeren die hun druiven in een coöperatie brengen die er wijn van maken en het op de markt brengen. De opbrengst wordt gedeeld. Wij zijn bij Sandeman gaan kijken, waar het stampen van de druiven volautomatisch gebeurt met robots. Maar dat was gistermiddag tijdens de excursie uiteraard.
De voordracht was eerst in het Nederlands en daarna nog een keer in het Frans. Jammer was dat dat gebeurde in de panoramasalon en daarbij alle screens neergelaten werden. Zo konden we niet van het uitzicht genieten, terwijl het toch echt nog te koud was om buiten te zitten.
Om 8.30 uur was de doorgang door sluis Bagausta en om 10.30 uur die door Valeira.
Om 14.00 uur begon de excursie naar een middeleeuws dorpje, een van de 12 overgebleven die nu als een soort museum beschouwd kunnen worden. Het is zeker een uur rijden naar Castelo Rodrigo en dat is zeker middeleeuws met kinderkopjes als straatjes en maar 3 winkeltjes voor de toeristen. Een ervan is een kurkwinkeltje waar je dus alles, inclusief kleding van kurk kan kopen. Kurk is echt het grote exportproduct van Portugal. Toen dit land in 1986 bij de EU kwam, moesten ze het een en ander aan exportproducten laten vallen om de concurrentie met Frankrijk en Italië bijvoorbeeld op het wijngebied niet aan te gaan. Port en kurk daarentegen zijn zeer specifiek Portugees en dus toegestaan voor de concurrentie. En met name kurk is wereldwijd een zeer gewild product. In de VS is er een namaakkurk ontwikkeld, maar dat is niet overal even geliefd. Tegenwoordig wordt kurk zelfs als hitteschild in de ruimtevaart gebruikt als alternatief voor keramiek. Het isoleert heel goed, ook in de huizenbouw trouwens.
In Castelo Rodrigo hebben we het kerkje Reclamadour bekeken, ook vanbinnen. De kerk is door de plaatselijke bevolking opgebracht. Het kasteel boven op de heuvel was door brand verwoest en daarna zijn de stenen voor andere doeleinden gebruikt. Het is jammer dat we maar een halve rondleiding gekregen hebben, want later zag ik op de plattegrond dat er een ondergrondse doopplaats nog over is, een cisterne, waar de joden hun rituele bewassingen deden, net zoals in Sleyer in Duitsland ( die we wel bezocht hebben).
Met de Reconquista, die in de 10 eeuw vanuit de noordelijke provincies León en Castilie begonnen was en het katholieke geloof als het dominante geloof beoefend diende te worden, zijn eerst de moslims verdreven en daarna ook de joden. Dat laatste was een huwelijksovereenkomst tussen een Portugese en een Castiliaanse koningspartij, waarbij de ene partij eiste dat alle joden het land Portugal, voor zover dat toen bestond, dienden te verlaten. De jaartallen hier van zijn mij ontgaan, helaas. Maar de verdrijving van de joden heeft heel lang geduurd. De meeste kwamen naar Antwerpen en later naar Amsterdam. Maar sinds Portugal Brazilië ontdekt had en er steden gesticht waren, was dat land ook een toevluchtsoord geworden. Maar dan alleen in de 30 jaar in dat deel dat door een van de Nassau’s geregeerd werd van 1624 tot 1654 in Recife. Bovendien was in 1624 Brazilië een onderdeel van Spanje, net als de Nederlanden. Spanje had Portugal van 1580 tot 1640 bezet, net als de Nederlanden. De Vrede van Munster in 1648 maakte een einde aan de bezetting van de Nederlanden met het eind van de 80-jarige oorlog. De joden vluchtten dus eigenlijk naar het tolerante en godsdienstvrije Recife, waar een van de Nassau’s de scepter zwaaide. Maar toen Portugal weer onafhankelijk was geworden en zijn koloniën weer opeiste, was het voor de bewoners van Recife een sauve-qui-peut. Nassau had bedongen om 3 maanden de tijd te krijgen om weg te kunnen. Het doel was om naar Nieuw Amsterdam te gaan, ook een onderdeel van Nederland in die tijd nog. En dat is gelukt. Ook toen de Engelsen de naam veranderde in New York en het bestuur overnam, was er geen sprake van een dreiging of vervolging. Sterker nog, het kon de Engelsen ook niets schelen dat er nog heel lang Nederlands gesproken is, tot in de 19e eeuw aan toe.
Uiteraard waren er ook moslims en joden die de bossen in vluchten of van geloof veranderden. Nu in het Midden-Oosten is er niets nieuws onder de zon.
Onze Portugese gids, Lourdes genaamd, beweerde dat de Portugese taal veel elementen van het Arabisch van de overheersing hebben overgehouden en dat de klanken ze niet vreemd overkomen. Het zal wel.
Aan het eind van de rondleiding hadden we wat vrije tijd en die hebben Jan en ik op het enige terrasje, ook nog in de zon, een glaasje amandellikeur genomen, 3 euro voor samen. Het was er in de kleine, smalle straatjes tochtig en koud, logisch want het dorpje ligt boven op een heuvel.
Het was trouwens een stopplaats voor pelgrims op weg naar Santiago de Compostella. Daar was in de 10e (!)eeuw een wonder geschied. Een belangrijk kantelpunt in de herovering van het Iberisch schiereiland.
Om 5 uur waren we weer terug op de boot. Om 6 uur was er dan de grote reizigers quiz, die wij aan ons voorbij hebben laten gaan. We zaten boven op het zonnedek.
Het diner was dit keer het Captain’s diner en er viel hiervoor niets te kiezen.
Normaal moeten we elke ochtend bij het ontbijt onze wensenlijst voor lunch en diner invullen.
Na het diner nemen we nog een drankje in de bar en dan is deze dag ook weer voorbij. Morgen iets vroeger op, omdat we een lange rit voor de boeg hebben naar Salamanca.

22-9-2021

Om 7 uur staat het ontbijtbuffet al klaar. Het schip ligt nog in Portugal, maar tegen de Spaanse grens aan. Die varen we in verband met de hele papierwinkel, ook in verband met covid 19.
Om half negen rijden we weg en over de brug meteen al rijden we Spanje binnen. Heerlijk zo in Europa zonder grenzen.
We hebben 2 uur nodig om in Salamanca aan te komen. Dit is in deze regio een zeer belangrijke stad. Er wonen veel jonge mensen, maar het is dan ook de oudste en ook nu nog de grootste universiteitsstad van Spanje.
We komen bij een hotel aan voor de sanitaire stop en daarna gaan we achter Lourdes aan naar het centrum waar we de plaatselijke, Spaanse gids zullen ontmoeten. Dit is op de Plaza Mayor, een prachtig groot vierkant plein, omzoomd door huizen. Aan de noordkant is er het stadhuis gevestigd.
Daarna wandelen we door de oudste straat, de Rua Antigua, naar de kerk en de universiteit. We krijgen een inkijkje in de oude collegezaal, met heel smalle houten banken en een even oude lessenaar. De studenten mochten alleen toehoren. Verder hebben we 2 kathedralen gezien, een uit de 12e eeuw en een veel grotere uit de 16e eeuw. Het zijn toch gigantische gebouwen. In 1 ervan zie je nog de scheur van de aardbeving van 1755, die ook Lissabon verwoest heeft.
De studenten vroeger moesten, als ze geslaagd waren, een feest van 3 dagen geven inclusief een stierengevecht. Met het bloed van de dode stier, gemengd met olijfolie werd dan de naam en het feit buiten op de muur van de universiteit in mooie Romeinse kapitalen geschilderd. Je ziet ze nog overal in de stad staan.
Na de rondwandeling van ruim een uur is het tijd voor de Spaanse lunch in het hotel waar we afgezet waren. Een van de gerechten was uiteraard paella. Bovendien werd er ruimhartig wijn geschonken. Jan is altijd meteen goede maatjes met de obers. Dat levert hem minimaal 5 glazen wijn op. Intussen begon het zachtjes te regenen. Gelukkig was dat van tevoren aangekondigd en dus hadden wij onze regenjacks meegenomen.
Na de lunch hadden we nog een uurtje vrije tijd en zijn we weer teruggelopen naar het mooie plein Plaza Mayor. Jammer van het weer, het regende lichtjes. Eenmaal weer terug in het hotel om te verzamelen en weer terug te lopen naar de bus, was het bezoek voorbij. Het landschap was behoorlijk saai. Dichtbij Salamanca zagen we veel zonnebloemen en een paar enorme schapenkuddes, maar verder, zeker in het grensgebied, was het een onbewoond landschap met veel bomen, olijfbomen en amandelbomen. De laatste 2 zijn plantages van boeren. De percelen waren trouwens wel ommuurd of anderszins afgeperkt.
Om 6 uur lag ons schip nog netjes te wachten in Barca d’Alva. Meteen als iedereen binnen is, varen we een klein eindje naar Pocinho, waar we de nacht doorbrengen. Iedereen kan en mag de wal op tot 6 uur ’s morgens. We varen dan om 7 uur weer verder.

23-9-2021

Van 7 uur tot 12 uur varen we in de richting van Porto. We passeren 2 sluizen, die van Pocinho en die van Valeira. In de Panoramasalon is er eerst een voordracht van de cruisedirector Jade over het cruiseprogramma van de maatschappij All Ways Cruises. Wij hadden er nog nooit van gehoord, maar het schijnt toch een behoorlijk grote maatschappij te zijn, Frans, die zowel op de rivieren als over de zeeën vaart, met de World Explorer bijvoorbeeld.
Na deze voordracht krijgen we een wijndegustatie/ proeverij dus van de meester-sommelier mijnheer Patrick Dellaert. Dat was buitengewoon plezant en leerzaam.
Om 12 uur meren we af in Sabroso. Hier lopen we langs het station van Pinhao, waar op alle muren blauwe tegeltableaus te zien zijn. Dan staat hier de bus klaar die ons naar een Quinta (een chateau) dat van de Avessada brengt. Hier ook weer een kleine rondleiding en een glaasje om te proeven. Maar hier krijgen we ook een zeer goede, uitgebreide lunch, waarbij elk gerecht door de nog jonge eigenaar met een verhaal wordt ingeleid. We hebben er veel lol in. Aan onze tafel zit een echtpaar uit Hardinxveld-Giessendam, die de familie van juwelier Van Kammen goed kent. En Jan kende die familie, met name de zoons, heel goed. Zo zie je dat de wereld heel klein is.
Op de terugweg doen we nog het Paleis van Mateus, de beroemde rosé wijnen, aan. Het schip is om 2 uur verder gevaren naar Regua. Zij passeren dan de suis van Bagauste.
Het bezoek aan het paleis, een enorm landgoed, viel letterlijk in het water, want het regende pijpenstelen. Een wandeling in de tuin was er niet bij, maar ik ben, gewapend met een paraplu toch naar het landhuis gelopen en heb daar rondgekeken. Het wordt nog steeds bewoond en we konden dan ook niet in alle vertrekken komen. Maar een indruk van het vermogen krijg je toch als je zo rondloopt in dit huis.
Het schip blijft liggen aan de kade van Regua en ’s avonds kwam er een groep musici en zangers ons een concert geven van een uur, een folklore concert. Leuk om te horen.

24-9-2021

Om 6 uur moet weer iedereen aan boord zijn en dan varen we naar Porto. We passeren de hoogste sluis van Europa, de sluis van Carrapatelo genaamd.
Bij intekening hadden we een bezoek aan de stuurhut mogen brengen. Dat hebben we niet gedaan. Van Elly hoorde ik dat de kapitein het schip zelf bestuurt, omdat de Douro toch een moeilijk te bevaren rivier is. Hij doet dit 9 maanden van het jaar en is in de wintermaanden vrij. Maar elk weekend ligt het schip van vrijdagmiddag tot maandagmorgen in Porto. Dan kan de kapitein gerust tussendoor naar huis.
Om 11.35 uur passeren we de laatste sluit, die van Crestuma en om 13.15 uur meren we af aan de kade van Vila Gaia, de stad die aan de overkant van Porto ligt. Hier zijn de meeste of alle wijnkelders.
Na de winter namelijk worden de vaten van de quinta’s over de Douro naar de wijnhuizen vervoerd en in de uitgehouwen kelders minstens 1 jaar opgeslagen. De port wordt er minstens 3 jaar bewaard.
Om half 12 wordt de lunch al opgediend. Want het middagprogramma bestaat uit een rondwandeling en een bustour door Porto en een bezoek aan de wijnkelders van Calem.
Onze groep start met de wijnkelder van Calem. Hier liggen enorme vaten van de ruby port. In zo’n vat kun je een minicooper parkeren. Aangezien we al een rondleiding in de kelders van Sandeman hadden gehad, mocht deze rondleiding wel wat korter duren. Maar goed, de 2 glaasjes wit en rood vergoedden veel.
Daarna stapten we in de bus om er na 5 minuten aan de andere kant van de Douro weer uit te moeten voor een bezoek aan de kerk van Sao Francisco, die we d.m.v. een hoge trap kunnen bereiken. Elly en ik laten die voor wat het is en gaan op een terrasje zitten voor een cappuccinootje.
Daarna krijgen we een kleine rondtour, waar we een lange rij mensen voor een boekwinkel zien staan. Het is de beroemdste boekwinkel van Portugal en hij heet Lello. Het interieur is zo bijzonder dat veel mensen ervoor in de rij willen staan.
Dan stappen we uit bij de kathedraal Se en hebben er een mooi uitzicht over Porto. Als laatste lopen we een stukje terug naar het station waar we ook weer veel grote tegeltableaus te zien krijgen, de azulejos. Om kwart voor 6 worden we terug bij de bus verwacht, maar daar wil ik niet op wachten. Het is namelijk maar een kippeneindje naar de ijzeren brug (van een leerling van Eiffel). Die lopen we over en aan de andere kant nemen we de kabelbaan naar de kade waar ons schip ligt.
Een leuke maar toch vermoeiende middag.
Na het diner krijgen we een zeer bijzondere opening van een fles Vintage Port te zien, namelijk door de flessenhals te verhitten met een soort grote nijptang en hem daarna zeer koud te bedekken. Dan komt de kurk los. Hier kwam ook de flessenhals mee. Daarna konden we genieten van een glaasje Vintage Port voor 6 euro, waar je aan de wal makkelijk 10 euro voor neertelt.

25-9-2021

Het ontbijt is al vroeg, van 7 tot half 9, want we hebben nog een hele dag excursie voor de boeg. We gaan 2 steden bezoeken met een lunch er tussendoor.
We vertrekken naar het noorden van Portugal, de provincie Minho. Hier komen de vino’s verde vandaan, die mag geen port genoemd worden en ook niet zo gemaakt worden, want dat is voorbehouden aan een deel van de bovenloop van de Douro.
We rijden eerst naar Braga, de hoofdstad van MInho. Dit is een moderne, grote stad, waar je alle modehuizen kan vinden. Maar er is ook een heiligdom Bom Jesus en een Kathedraal. Vanuit deze streek namelijk en de noordelijke, Spaanse provincie Galicië is de herovering van het Iberisch schiereiland op de Moren begonnen. Hier werd een wonder verricht in Santiago de Compostella en er ligt een relikwie, waardoor dat een bedevaartsoord werd.
Hier in MInho was en is nog steeds iedereen zeer katholiek.
We kregen in een groot hotel-restaurant Villa Gale Collection, ook weer van graniet opgetrokken, een lekkere lunch voorgeschoteld en daarna reden we door naar Guimaraes, de geboortestad van de 1e koning van Portugal, Alfonso Henriques, 1156 als ik het goed heb. Hij trouwde met de hertogin van Bragance, een stadje aan de oostgrens met Spanje, en kreeg de koninklijke titel toebedeeld, zo ongeveer moet het gegaan zijn, in strijd met de Moren.
Deze hertogen van Bragance waren rijk en lieten een groot kasteel bouwen in Guimaraes. Dat hebben we bezocht. In de loop van de eeuwen is het in verval geraakt. De Spanjaarden hebben Portugal van 1580 tot 1640 bezet en ook Napoleon heeft er huisgehouden.
Dictator Salazar, die met de Anjerrevolutie in 1975 is afgezet, heeft het kasteel laten restaureren, tot en met de enorme gobelins toe. De echte hangen nog steeds in Spanje en die wil ze niet teruggeven. Maar Salazar heeft er replica’s van laten maken. Ze stellen de verovering van Noord-Marokko voor ten tijde van de ontdekkingsreizen in de 14e eeuw door de Portugezen. Toen de Mohammedanen uiteindelijk in 1492 Spanje en dus ook Portugal hadden verlaten, was er niemand meer die de goederen kwam kopen met goud. Dus gingen de Portugezen zelf op zoek naar dat goud. Zo voeren ze steeds een stukje verder langs Afrika, totdat ze er omheen waren gevaren. Tot aan de kust van India en ook Macao en Oost-Timor en Japan toe vestigden de Portugezen zich.
Na het bezoek aan het kasteel en een wandeling door de middeleeuwse straatjes is het tijd voor een wijntje en wij strijken dan ook neer op een terras onder een grote parasol, tegen de regen wel te verstaan. We nemen hier een glas vino verde, heerlijk sprankelende witte wijn en we nemen er 6 viskroketjes bij, van bacaloa gemaakt.
Het was een erg leerzame dag. Terug aan boord leveren we onze audioguide in en gaat Jan afrekenen. Zo weinig is een boordrekening nog nooit geweest : 85 euro. De dranken bij de maaltijden zaten erbij in.
Na het diner volgt nog een optreden van een Fadozangeres. Een prachtige afsluiting van een interessante en mooie reis.

Week 2

26-9-2021

De dag van ontscheping is aangebroken. Wij blijven nog in Porto en krijgen een eigen vervoer naar ons hotel. De koffer zal op de kade gezet worden, met onze witte label eraan. De rest van de Nederlanders heeft een ochtendvlucht en gaat met een eigen bus naar het vliegveld. Marijke van Bezooijen, van Friendship zorgt voor alles. De Belgen en Fransen vliegen pas in de middag en kunnen nog gebruik maken van een hotel op de kade, hotel The Lodge. Alle hutten moeten namelijk om 9 uur ontruimd zijn om grondig schoongemaakt en ontsmet te worden, in verband met corona.
Gelukkig vonden we zelf onze taxi met chauffeur, want het werd niet omgeroepen zoals aangekondigd was. Maar goed, de jongen reed ons mooi door Porto heen naar ons hotel midden in de stad. Hij had ook een tijdje in Nederland gewerkt, zelfs in Medemblik gewoond en bij Van der Valk in Breukelen gewerkt.
Na het inchecken gaan we eerst maar eens op koffie met gebak uit, op dringend verzoek van Cees. We nemen alle vier een pastei de nata, een met custard gevuld taartje. Oppassen met eten, want de custard is behoorlijk vloeibaar, want nog warm.
Daarna gaan Jan en ik naar de kerk die ik gemist had. Helaas kwamen we bij de kathedraal Se uit. Hier konden we nu ook de kloosteromgang met tegeltableaus bewonderen en heel even een stukje van de mis in het Portugees meemaken. De grote kerk zat behoorlijk vol, ook met jonge mensen.
Cees en Elly hadden de straat van het hotel verkend en een portproeverij ontdekt.
Gezamenlijk nemen we even voor 3 uur nog een kleine lunch in het hotel en daarna wil ik naar de tentoonstelling, 1 deurtje verder, van de beelden van Alberto Giacometti en de fotograaf Peter Lindbergh. Hij maakte foto’s van de beelden die er ter illustratie ook stonden. Helemaal bovenaan gekomen, nuttigde ik mijn portje, bij de entreeprijs inbegrepen.
Weer terug in het hotel besloten we buiten de deur te gaan eten, kon niet anders, omdat alles gereserveerd was. Meteen een tafel voor de volgende dag besproken.
Cees reserveerde een tafeltje voor vanavond heel dichtbij en daar streken we om 8 uur neer.
Je kon er allerlei gerechten krijgen, die je ook nog kon delen. Maar dat snappen wij niet en nemen dus alle vier een eigen gerecht, Jan eindelijk zijn bacalao.

27-9-2021

We ontbijten uitgebreid en gaan dan op pad met elkaar. Het weer is druilerig en we besluiten om de hele middag in de hop-on hop-off bus te gaan zitten. Eerst nemen we de blauwe lijn en daarna de rode en dan hebben we heel Porto gezien. Tussendoor nemen we even gauw een hapje en een drankje. Aan het eind van de middag gaan Jan en Cees de port proeven, Elly en ik gaan bij een uitstekende patisserie op het terras zitten met koffie en super gebak. Hier geen Portugese, maar Europese prijzen. We nemen ook ieder nog een doosje mee voor thuis in Nederland, in d handbagage, kan makkelijk.
Het diner in het hotel is voortreffelijk.

28-9-2021

En dan zit de reis erop. Om half negen staat de taxi weer klaar en rijden we naar het vliegveld. Het is weer dezelfde jongen.
Door de douane heen koopt Jan nog 2 flessen port en ik nog wat zoetigheden en dan wachten we bij de gate op ons toestel. Hij is maar 10 minuten vertraagd.
Om 5 uur zitten we thuis aan de koffie met ons meegebrachte gebak.

Inhoudsopgave

Galerij

Op de hoogte blijven?

Vul je e-mailadres in en ontvang een notificatie zodra er een nieuw verslag online komt.
Scroll naar boven