2016 Rondreis met de trein en bus “Best of the West USA”

2016 Rondreis met de trein en bus “Best of the West USA”

Week 1.

Woensdag 24 augustus 2016.

Dit wordt “ a different story” . Wij gaan namelijk een overlandtour maken in de VS. Maar eerst gaan we op bezoek bij Ethel en Howard Olsen – Devendorf.
Vandaag pak ik de koffers in. Dat wordt nog een hele tour, want het mag niet veel zijn, maar toch kleding voor warm en koud en nat weer. Bovendien kunnen we de 1e week nog wassen, maar de volgende 2,5 week niet meer. Hier heb ik al weken over nagedacht en ik ben er uit. Alles past in 1 grote en 1 kleine koffer en 1 handbagage, voor ons doen niet veel.
De eerste week zijn we bij Ethel en Howard “on camp”. In de staat New York, zo’n 4 à 5 uur rijden van de stad NY ligt een heel groot natuurgebied met bossen en meren. Hier aan een van de meren, Stoner Lake, staat hun houten huis, pal aan dat meer. Hier zijn we uitgenodigd al lang geleden en nu gaan we er eindelijk heen.
Na deze week vliegen we naar Chicago om na 1 overnachting op een toeristische trein te stappen die ons in 2 dagen naar het Midden-Westen brengt. Dit is de oost – west verbinding. In Grand Junction stappen we over in een bus en rijden naar Moab. Hier overnachten we 3 nachten. We bezoeken dan het 1e nationale park. Later in het verslag kunnen jullie hier meer over lezen.
Na dit hotel zwaaien we een beetje westelijk af naar Salt Lake City. Hier bezoeken we het Tabernakel van de Mormonen.
Dan volgt ons 2e nationale park, Teton en ons 3e, Yellowstone en we eindigen vlak bij de Canadese grens in het Glacier National Park. Hier verwachten we de meeste kou.
We zijn dan 13 dagen verder. Terug kunnen we hier weer een andere trein nemen en die doet er ook weer 2 dagen over om langs het Eriemeer terug te komen in Chicago.
Nog is dan de reis niet voorbij, want Howard, geboren en getogen hier, laat ons de stad zien. Dat betekent dat we 2 dagen gebruiken om de stad te verkennen.
Op maandag 19 september ’s avonds vliegen we terug en zijn dan dinsdagochtend weer op Nederlandse bodem.
We zijn dan ondergedompeld geweest in de Amerikaanse cultuur en hebben alleen maar Amerikaans gesproken, behalve Jan en ik dan samen uiteraard.
Nadat ik alles had ingepakt, ook in een klein koffertje dat in het vliegtuig afgegeven zal worden, besluiten we toch om dat maar over te pakken in een grote tas. Het koffertje zat al te vol. Nu in de tas kunnen we ook onze regenjas en heel dik vest kwijt en dat is maar goed ook, want het wordt warm.
’s Avonds komen Peter en Monica ons nog even een goede reis wensen en dan gaan we vroeg naar bed, want Guusta staat al om 4.15 uur voor de deur om ons naar Schiphol te brengen. Waar we heel blij mee zijn.

Donderdag 25 augustus 2016.

Het is zover, we gaan op pad. Er is maar weinig verkeer op de weg. En dan zijn we te vroeg op Schiphol. Tegen de tijd dat we onze bagage kwijt kunnen, staat er al een rij van hier tot Tokio. Gelukkig heeft Jan een “premier access” ingekocht bij United Airlines en ook extra beenruimte. Maar met dat speciale access kunnen we via een heel korte rij meteen doorlopen, ook via de douane en de security. Dat scheelt veel wachten in de een na de andere rij.
Om 9.15 uur vertrekt het vliegtuig precies op tijd. We gaan naar het vliegveld Newark in NY. Daar stappen we over in een klein toestel, een Bombardier, voor het 2e deel, naar Albany.
De vlucht verloopt voorspoedig. We kunnen ook nog wat slapen. In Newark aangekomen, gaan we door de immigratie. Helaas is er net voor ons een toestel uit China aangekomen en er staat een forse rij. Wij waren al snel uit het vliegtuig en stonden als eersten in deze rij achter de Chinezen. Deze hebben een visum nodig voor de States en dat controleren duurde een eeuwigheid. Gelukkig hadden we ruim 3 uur voor de overstap. Na 1 uur wachten waren wij aan de beurt en dat was zo gefikst.
Nu snel de bagage ophalen, met een treintje naar terminal 3, de bagage weer wegbrengen voor het 2e gedeelte, weer door de security en inchecken. Om half 2, na 2 uur gedoe, waren we wel toe aan een kop koffie en daar was Starbucks. Het was inmiddels al wel half 10 Nederlandse tijd. Desondanks waren we nog topfit.
Het instappen in het ienie minie vliegtuigje was zo gebeurd, er konden maar 50 passagiers mee.
Om 4 uur plaatselijke tijd, 22 uur Nederlandse, stonden Ethel en Howard ons op te wachten op het vliegveld in Albany. Wat fijn om ze weer terug te zien na een paar jaar.
De autorit naar “camp” aan het Stoner Lake duurt ook nog 2 uur en dan zijn we in hun buitenplaats. Het is een blokhut van 2 verdiepingen die al sinds 1953 in de familie van Ethel is. Zij en haar overleden man hebben hier vanaf de grond dit fantastische huis opgebouwd. De foto’s moeten maar vertellen hoe mooi het hier is.
Ethel heeft de grond gekregen van haar vader net na haar trouwen en met het hout van de schuur die er op stond hebben zij en haar man dit huis gebouwd. Er was toen geen stromend water noch elektriciteit. Maar inmiddels is er alles inclusief wi fi. Boven zijn er 4 slaapkamers en overal zie je herinneringen van de reizen die er gemaakt zijn en van de kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen.
Langs het meer staan nog meer , meest houten, huizen en in de zomer zijn ze meestal bewoond ,in ieder geval in het weekend. Na oktober gaan de meeste mensen naar hun andere huis in een warmer gebied. Hier aan het meer wordt het heel koud en ligt er meters sneeuw.
Ethel en Howard wonen dan in South Carolina in heerlijk aangename temperatuur. In de zomer is het daar veel te heet. Deze zomer was het 100 graden Fahrenheit, dat wil zeggen (100 – 32) : 9 x 5 = 38 graden Celsius.
Na de heerlijke soep die we als avondeten kregen, zijn Jan en ik naar onze slaapkamer gegaan en zijn als een blok in slaap gevallen.

Vrijdag 26 augustus 2016.

We staan om 7 uur op, want we gaan met Ethel mee om de hond Barney uit te laten. Barney is een Boston terriër van inmiddels 13 jaar oud. Elke ochtend loopt Ethel met hem naar de brievenbus aan het begin van de doorgaande weg, om de post op te halen. Daarna weer terug en dat duurt een half uurtje. Howard heeft inmiddels het ontbijt klaargezet en kunnen we aan tafel. Het heeft vannacht geregend en alles ruikt zo fris.
Vandaag doen we rustig aan en blijven rondom het huis.
Jan en Ethel gaan kajakken , het hele meer in de rondte. Jan vindt het een fantastische ervaring. Howard en ik blijven op het balkon zitten kletsen. Zo wordt het algauw half 12, tijd voor de 2e ronde van Barney. Nu lopen we de weg vanaf het huis links om hoog en doen er langer over. Onderweg vertelde Ethel dat ze een keertje oog in oog stond met een beer die net uit de bossen vandaan kwam. Zij had toen nog een andere hond, Brutus de labrador, en die wilde al niet dat ze doorliep. Gelukkig schrok de beer net zo hard als zij en liepen ze allebei een andere kant uit.
Maar anders gezegd, er leven hier beren in de buurt. We zagen vanmorgen op de weg nog berenpoep liggen. Ook leven er coyotes, die kun je horen huilen. Toch ervaren zij het niet als gevaarlijk om hier te wonen. We geloven ze graag.
Na de lunch, een heerlijke sandwich en fruit en eigen gemaakte koekjes, gaan Ethel en Howard een middagdutje doen. Ze zijn al op leeftijd, 87 en 89 jaar oud.
Geeft mij de gelegenheid om dit blog te beginnen en Jan de gelegenheid om in de hangmat een dutje te doen.
Na dit korte intermezzo besluit ik om te gaan zwemmen. Het water is niet te koud en zeker in de middag, als de zon schijnt, is het lekker om een rondje te zwemmen.
Daarna gaan Jan en ik samen een rondje in de waterfiets. Dat is goed voor de beenspieren. Ook dat is leuk om te doen. Daarna is het rustig zitten op het balkon en uitkijken over het meer.
Straks gaan we uit eten in een (voornamelijk) visrestaurant. Wordt vervolgd.
Achteraf het was een gewoon restaurant waar ze ook vis serveerden. Wij namen hetzelfde wat Ethel en Howard namen en dat was een enorme lekkerbek. Wij namen er friet bij en Ethel en Howard een “baked potato” wat een grote aardappel uit de oven is. De maaltijd wordt geserveerd met salade vooraf en er bij nog een koolsalade. Samen was het meer dan genoeg. Uiteraard dronken we er een biertje bij.
Eenmaal thuis hebben we naar een dvd van het natuurgebied gekeken waar Stoner Lake een onderdeel van is.
Dit natuurgebied heet Adirondack park, met de klemtoon op ron. Het is een nationaal park en is het grootste in de US en Canada , zonder Alaska, groter dan Yellowstone, Grand Canyon, Teton en nog een ander park samen. Het is aan strikte regels gebonden. Je kan niet meer zomaar een huis aan een van de vele meren hier bouwen. Bovendien kosten ze ook nog zo, n 2 ä 3 ton om er een te bemachtigen.
De dvd vertelt ons de geschiedenis van het park en ook wat je er allemaal kan doen.
Het park is gesticht door puissant rijke Amerikanen in de 18e eeuw. Het waren rijke industriëlen uit de stad NY die in de zomer de hitte van de stad wilden ontvluchten en hier hun toevluchtsoord hadden gevonden. In het begin kapte men links en rechts veel bomen weg. Tot dat er iemand opstond die de omgeving wilde beschermen. Toen is er van regeringswege uit een park gesticht. Regeringswege, dat wil zeggen, van de staat New York uit. En dat was het begin van Adirondack park. Je kan er varen, kajakken, paardrijden, hiken, raften en tal van andere meest watersporten.
Dinsdag gaan wij midden in dit natuurpark een rondvaart maken. Dan kom ik hier op terug.
De dvd duurde meer dan 2 uur en dat was voor deze vrijdag weer meer dan genoeg. Om 10 uur vallen onze ogen dicht en gaan we naar bed.
Er zit een eerste verdieping op het huis met 5 slaapkamers. Wij hebben de 2 kamers aan de voorkant gekregen. Dan kunnen we onze spullen rustig uitspreiden en storen we niemand.
Morgenochtend gaan we weer met Ethel de hond Barney uitlaten, dus dat betekent om 7 uur op en om half acht paraat zijn voor de wandeling van ruim een half uur voor het ontbijt.

Zaterdag 27 augustus 2016.

Na de ochtendwandeling en het ontbijt, dat door Howard is klaar gezet, komt David aan. David is de oudste zoon van Ethel, hij is net zo oud als ik. Hij en zijn vrouw Darlene hebben ook een camp, maar aan de andere kant van het meer. We kijken er van onze kant op uit, maar het is te ver om te zien wat er gebeurt.
David en Darlene hebben 3 kinderen, 2 zoons en 1 dochter. De ene zoon, Math, heeft ook een camp, naast dat van David. Zo is de hele familie dicht bij elkaar en toch apart.
Na de lunch, als Ethel en Howard hun middagdutje doen, gaan Jan en ik nog een keertje waterfietsen en Jan nog een keer alleen kajakken. En ook ligt hij nog even te rusten in de hangmat.
Om half 5 komen gasten voor de cocktail en snacks. Het zijn Adele en Bob Schnell en later komen ook nog David en Darlene en hun zoon Erich en zijn vrouw en hun 2 dochtertjes. Het was een heerlijke en genoeglijke avond buiten op het balkon tot wel half 8.
Dan is er nog tijd voor een andere fotoreportage, maar dan een over een andere treinreis die Ethel en Howard 2 jaar geleden gemaakt hebben naar de westkust. Nu hebben we een idee hoe onze treinreis er uit zal gaan zien. Wederom vallen onze ogen om 10 uur dicht en gaan we naar boven.

Zondag 28 augustus 2016.

Vandaag gaan we een museum bezoeken in Cooperstown. Dat is ruim een uur rijden van hier. We gaan al om 9 uur op pad en hebben een fantastische trip door de staat New York. Hier buiten NY city begon de US zijn geschiedenis. Dat wil zeggen dat de Europeanen die niet in NY city bleven, maar het land introkken om er zich te vestigen, hier langs de Hudsonrivier en de Mohawkrivier land bezetten en het bewerkten. Er werd onderhandeld met de indianen of ze werden verdreven of erger. Langs de Mohawkrivier bijvoorbeeld woont geen indiaan meer.
Het landschap is typisch Amerikaans met bijna alleen maar houten huizen met een bordes met schommelstoelen er op. Het meestal grote grasveld is overal heel kort gemaaid. Dit valt ons tegenwoordig op, omdat er in Nederland een uitermate zuinig maaibeleid gevoerd wordt en dientengevolge overal het gras een meter hoog staat en bij ons in Wieringerwerf tussen de tegels en aan de stoepranden niet meer weggehaald wordt.
Hier ziet alles er netjes aangeharkt uit. Neemt niet weg dat lang niet alle huizen goed onderhouden worden. Er staan er ook nogal wat te koop.
Wij gaan naar het Fenimore museum. Dit was een van de weinige stenen huizen en meteen ook meer een residentie van een groot grondbezitter. Er hangen nu allemaal schilderijen van Amerikanen en die vertegenwoordigen de vroege geschiedenis van de Nederlandse en Engelse kolonie en van het onafhankelijke Amerika.
Er is uiteraard ook een heel deel met indiaanse voorwerpen. En daarnaast zijn er ook een tijdelijke tentoonstellingen, namelijk die van Toulouse-Lautrec en een fotoreportage van Ansel Adams.
Na de lunch die we heerlijk buiten in de schaduw hebben genoten, lopen we naar het meer en naar een indianen langhuis. Dit is een zomerverblijf pal aan het meer waar 2 gezinnen kunnen wonen. Het huis is van palen en boomschors gemaakt, makkelijk te bouwen en te vervoeren. Met name de muren en het dak van boomschors had ik nog nooit gezien.
’s Middags wilden we eigenlijk eerst nog naar het Farmer’s museum, een buitenmuseum van behoorlijke grootte. Maar Howard wilde ook nog naar de beste banketbakker in de hele omgeving, waar ze Deense koffiebroodjes verkopen. Beide op de middag kan niet en we besluiten naar Coopersville te gaan. Hier zijn de winkels open en na de koffiebroodjes gescoord te hebben, lopen we door “Mainstreet” . In elk dorp of stadje is nog wel zo’n Mainstreet te vinden, alhoewel ze door de grote winkelketens behoorlijk aan belang hebben ingeboet Maar in dit historische Coopersville is het nog een gezellig straatje. Dit is trouwens ook het centrum van de baseballgeschiedenis en in de sportwinkel kun je dan ook t – shirts van alle bekende baseballers kopen. Ook is er een baseball museum. Dit hoorden we achteraf van David, de zoon van Ethel. Maar het was inmiddels 4 uur en na een lekker ijsje tijd om naar huis te gaan.
’s Avonds kwamen Darlene en David nog langs, nadat bij hun alle kinderen, kleinkinderen en alle familie en vrienden verdwenen waren. David en Darlene hebben een “camp” aan de overkant van het meer, dat kun je hier vandaan zo zien liggen.
Bij thuiskomst ging Jan trouwens eerst nog kajakken. Hij vindt het heerlijk en is dan nog de enige op het meer.
Met David en Darlene hebben we de systemen van pensioen en AOW van beide landen met elkaar vergeleken en ook de schoolsystemen en de kosten van het studeren hier en bij ons. Alhoewel de systemen verschillen, zijn er ook overeenkomsten. Met name de ophoging van de AOW leeftijd komt overeen. En hier krijgt men ook een staatspensioen, net als wij AOW. En daarnaast een pensioen mits je bedrijf een pensioenfonds had en er bij inlegde voor je.
Maar tegenwoordig bouwen jongelui hier, net zoals bij ons, steeds minder een pensioen op, omdat er zoveel geen vaste aanstelling meer hebben of zzp er zijn. Hoe bekend komt ons dit voor. Is het een wereldwijde ziekte of zo, om je personeel te ontslaan en ze als zelfstandige weer in dienst te nemen? Of om failliet te gaan, van je oude ( en dure ) personeel af te komen en dan alleen tijdelijke aan te nemen? Maar de meeste mensen hier in de States van onze leeftijd hebben net als wij een fatsoenlijk pensioen opgebouwd en zeker niet bij een of andere verzekering of zo.
Studeren aan een overheidsuniversiteit is al wel duur, 20.000 $ per jaar. Laat staan aan een privé universiteit zoals Harvard of Princeton, die kosten 60.000$ per jaar. Dit is niet op te brengen voor een echtpaar met een gemiddeld salaris, ook niet als beiden werken. Maar gelukkig zijn de staatsuniversiteiten even goed.
We worden voor de volgende ochtend bij David en Darlene uitgenodigd om hun campsites (2) te komen bezoeken.

Maandag 29 augustus 2016.

In de ochtend gaan we weer ons gebruikelijke rondje langs het meer maken. We laten met Ethel samen Barney uit voor het ontbijt en staan dan ook al om half 8 beneden. We wandelen 3 kwartier stevig door en hebben dan ons ontbijt wel verdiend.
Na het ontbijt gaat Jan eerst weer kajakken en ik werk ons blog bij. Dat moet wel, want anders vergeet ik te veel. Dan rijden we om het meer heen en krijgen een volledige rondleiding door beide huizen van David en Darlene. Ook dit zijn volledig houten huizen. Je koopt zo’n huis met de volledige inboedel er in, dus ook borden, bestek, meubels en al. De meeste meubels zijn van stevig, degelijk 30 – , 40- , 50- en 60 er jaren materiaal gemaakt. Weggegooid wordt het alleen als het stuk is. Je ziet dan ook een heerlijk ouderwets allegaartje aan inboedel staan. Mij bevalt dat wel. Je hoeft ook niet zo op te letten of alles netjes blijft. Het is toch maar “on camp “. Voor David trouwens is het woord camp synoniem voor werk. Hij is altijd bezig met het uitbouwen van de huizen, het maken van een vlonder, het hakken van hout, het maakt niet uit wat. Jan vond het prachtig wat hij aan technische spullen allemaal te zien kreeg; een hele schuur vol equipment. Schitterend.
Na de lunch gaan we op ons verzoek winkelen. Wij willen graag naar Wal-Mart, maar eerst gaan we naar Runnings, een soort van tuincentrum alias een boerenbont, maar dan groter. En daarna krijgen we een uur om in Wal-Mart rond te struinen. Wat een enorm grote winkel is dit zeg. Maar toch kunnen we vinden wat we zoeken. Ethel gaat in tussentijd hier even naar de kapper. Kan hier ook allemaal.
Dan is het voor vandaag weer genoeg geweest. Thuisgekomen gaan wij op het balkon over het meer zitten uitkijken en Jan gaat uiteraard nog een rondje Stoner Lake kajakken. Wat is het hier fantastisch. Het diner bestaat uit een echt Amerikaanse maaltijd, namelijk baked potato en zoete maiskolven, rumpsteaks en salade. En het smaakte ons prima.
Dan gaan we vroeg naar bed, want morgenochtend gaan we vroeg op pad. Ethel wil om 8 uur weg zijn. Jan en ik gaan deze keer niet mee Barney uitlaten.
Morgen gaan we naar het centrum van het Adirondack park, daar waar de ontwikkeling van ‘camps’ begon. We zijn er erg benieuwd naar . Het moet een geweldig gebeuren zijn.

Dinsdag 30 augustus.

We rijden inderdaad om 8 uur weg en zijn om 9.45 uur op de plaats van bestemming. We rijden door bossen en nog eens bossen en langs het ene meer na het andere. En als we 10 auto’s zijn tegen gekomen is het veel.
De Durant familie staat aan de wieg van de ontwikkeling van dit hele gebied. Ze zijn betrokken bij de aanleg van spoorlijnen en hebben een groot stuk van dit Adirondack gebied voor een appel en een ei kunnen kopen. Nu willen ze het in ontwikkeling gaan brengen voor de rijke families uit de grote steden. Die kunnen er dan in de ruige natuur hun zomers in hun buitenhuis doorbrengen.
Het meer waar we eerst een tocht over gaan maken is Raquette Lake. De cruise duurt 2 uur en er is een lunch bij inbegrepen. We varen langs alle grote campsites met enorme buitenhuizen, boothuizen, garages gastenverblijven ( ook voor hun personeel apart) en wat dies meer zij. Een van de plaatsen was van de steenrijke familie Carnegie. Zij hadden hun fortuin gemaakt in de staalindustrie. Carnegie was trouwens een van de vrijgevigste personen in die tijd. Hij sponsorde over de hele wereld culturele gebouwen, zoals de Carnegie hall in New York city. Ook heeft hij Madurodam mogelijk gemaakt. Maar ook de Vanderbilts en de Rockefellers en andere, voor ons onbekende, zeer rijke families, hebben hier vanaf 1880 hun vakantieplek gevonden.
Dit ging niet vanzelf. Het hele gebied was onbereikbaar, alleen te paard en per boot. Maar de oude Thomas Durant had een groot gebied voor 3 tot 5 cent per acre gekocht. En hij gaf zijn oudste kind en enige zoon William Durant de opdracht om er winst mee te gaan maken. Vader Thomas had aandelen en een leidende positie in de Pacific Railroad organisation. En hij zorgde er voor dat er een spoorlijn vanaf New York westwaarts kwam en vanuit Syracuse oostwaarts. Zo konden de mensen vele malen sneller dit nieuwe gebied bereiken. In het begin kwamen de New Yorkers niet helemaal dicht bij Raquette Lake. De laatste 42 mile moest per koets afgelegd worden, in 2 dagen, met alle bagage en personeel er bij, naar de dichtst bijzijnde haven aan de Marionrivier. Dan werd er over gestapt in boten om bij hun eigen “camp” te komen. Die waren sowieso alleen over het water te bereiken.
Maar voor het zover was en William zijn rijke vrienden en andere families zover had dat ze een lot kochten en er op gingen bouwen, moest hij ze eerst enthousiast maken. Dat deed hij door een voorbeeld camp te bouwen en ook door prospectussen te verspreiden.
William had met zijn zus en moeder door heel Europa gereisd gedurende een aantal jaren, terwijl vader Thomas get geld in de States verdiende. Moeder Ella was in 1823 geboren in Londen en was meer Brits dan Amerikaans en dat had ze ook op haar kinderen over gebracht. William had in Zwitserland in de bergen de chalets gezien en zo wilde hij ook de camps bouwen. Een beetje megalomaan was hij wel, want in zijn prospectus had hij een chalet getekend voor 500 gasten. Een enorm huis dus, terwijl er geen stromend water was, geen elektriciteit en de huizen verwarmd werden door enorme open haarden.
In 1876 bouwde William zijn eerste voorbeeld. Het moest helemaal van natuurlijk en onbewerkt materiaal gemaakt worden. Hij woonde hier in tot 1881 en moest het verkopen vanwege geldgebrek. Zijn vader hield hem kort. Maar niet getreurd, William begon vrolijk aan een ander camp. Nadat zijn vader in 1884 overleden was, spendeerde William zijn erfenis aan een volgend camp en daarna de erfenis van zijn zuster. Kortom, toen William aan zijn 4e voorbeeld toe was in 1891had hij al heel wat ervaring opgedaan. Rond Raquette Lake ontstonden meerdere camps. Maar er zijn hier in de Adirondacks vele, vele meren. En een van de meren, Sagamore Lake, gebruikte hij voor zijn 4e en laatste camp. Hier wilde hij zelf blijven wonen en bouwde er zijn mooiste chalet pal aan het water. Er was aan dit meer geen ander camp dan alleen dit. Hij spendeerde er meer dan een kwart miljoen dollar aan, kosten noch moeite werden gespaard. Helaas in 1901 zat hij weer op zwart zaad en verkocht hij het hele spul aan de VanderBilt familie voor 180.000 dollar. De jonge Alfred J. was pas 22 en erfde miljoenen. Hij had een koopje en profiteerde er met zijn vrienden volop van. Van zijn 1e vrouw scheidde hij in 1908. In 1911 trouwde hij met Margaret Emerson. Zij kregen 2 zoons. Helaas was zij al snel weduwe, want haar man verging met de Lusitiana in 1915 toen dat schip op weg naar Europa geraakt werd door een Duitse raket. Het schip zonk in 18 minuten en men had geen schijn van kans om te overleven. Zij bleef dus achter met hun 2 zoontjes. In het testament stond dat het hele bezit naar zijn vrouw ging en niet naar de zoons.
Zij heeft dit camp uitgebouwd tot een verzamelplaats van de happy few van over de wereld tot aan 1954 toe. Iedereen die een ander privé wilde ontmoeten, gebruikte dit camp. Ook allerlei politieke en regeringslieden kwamen graag naar camp Sagamore. Mw. Tsjang Kai Chek leefde er enige tijd. Ook allerlei artiesten en filmsterren, zoals Gary Grant, frequenteerden dit fantastische camp. Mw. Emerson deed er dan ook alles aan om haar camp het meest populaire te laten zijn. Er stond in de ontvangsthal zelfs een opgezette krokodil. Welk camp had dat in die dagen? En nog wel zelf geschoten op op een Nijlcruise.
Er was een apart dininghouse, een playhouse, een bowlinghouse met 2 banen, kortom het ontbrak de genodigden aan niets. En het complex was totaal gescheiden van het deel waar het personeel verbleef. Er was een schooltje, een smidse en een verblijf voor de werklui en de gidsen. Dit gedeelte lag boven aan het complex en dat van de VanderBilts laag aan het meer. Vanuit de diningroom keek je over het hele meer uit. Er waren hier 3 enorme open haarden gemaakt.
Meer kan ik er niet over vertellen. De foto’s moeten de rest doen. Jan heeft er zat gemaakt.
In 1954 werd er aan de 2 zoons gevraagd of zij belangstelling hadden om de zaak over te nemen. Dat was niet het geval. Nu gaf ze het camp aan de universiteit van Syracuse, de dichtstbijzijnde grote stad. Die had er na een tijdje geen geld meer voor om te onderhouden en besliste dat alles terug gegeven diende te worden aan de natuur. Hier kwamen jongelui in de 70 er jaren tegen in opstand en verzorgden het camp op vrijwillige basis. Het heeft ook nog een tijd gediend als conferentieoord voor bedrijven en dat doet het nog. Maar tevens is het een museum en in het bezit van de staat New York als historisch erfgoed.
In de video die we in het begin te zien kregen, sprak een kleinzoon van Alfred J, ook Alfred over het belang van het in stand houden van dit camp.
Onze rondleiding duurde 2 uur. Om 4 uur waren we toe aan de terugreis van ruim 1,5 uur. Het was een fantastische dag. Bovendien waren we heel lucky met het weer, het was zonnig en warm.
Eenmaal thuis gekomen, zat Jan binnen 10 minuten in zijn kajak en peddelde hij in een half uur het meer rond.
Daarna stond de kippensoep en lemon pie klaar. De koekjes en het gebak is Howard’s specialiteit en het smaakt allemaal even heerlijk.
’s Avonds hebben we naar 2 detectives gekeken, een Canadese ( Murdock) en een Britse (Gently).
Morgen hebben we een relaxdagje. Het gaat waarschijnlijk regenen. We plannen om ’s middags naar Johnstown te gaan om te wandelen in de Mainstreet en er te lunchen. We zullen zien of het weer ons dit toelaat.
Dit is het einde van de 1e week. Die gaat in dit geval van woensdag tot woensdag lopen. Moet kunnen dacht ik zo.

Week 2.

Woensdag 31 augustus 2016.

Voor het verslag beginnen we met een nieuwe week.
Vandaag houden we ons een beetje rustig, want gisteren naar Raquette Lake was een hele dag.
Ethel doet vandaag haar was en ik morgen. Tussen de middag gaan we lunchen in Johnstown bij het Vintage café in Mainstreet. Hier is nog sprake van een echte Mainstreet met allerlei kleine winkels en wel 4 kerken in de buurt. Ook het oudste federale gerechtsgebouw staat hier. De VS bestaan namelijk pas sinds 1776. En ze begonnen met 13 staten. Ze wilden niet de hoge belastingen als kolonie aan Engeland betalen en begonnen, in Boston met de Teaparty, een onafhankelijkheidsoorlog. Op de rechtbank staat dan ook dit jaartal 1776.
’s Middags hebben we heerlijk thuis gezeten. Jan was alweer aan zijn 2e kayaktocht begonnen.
Het zou een rustige avond worden, maar dat kwam verkeerd uit.
Howard kreeg om even na negen uur een black out en hij viel tussen de stoel en een dekenkist tegen de grond. Dat was een enorme klap en hij was dan ook even buiten westen. Ethel heeft meteen 911 gebeld en er kwam meteen hulp. Eerst de brandweer, dan een ambulance en nog een auto met een paar man. Kortom, in no time stonden er wel 10 man in de kamer. En Howard moest voor verder onderzoek naar een ziekenhuis in Utica, ruim een uur rijden van camp. Inmiddels was David, Ethel’s oudste zoon, al gealarmeerd en die kwam vanuit zijn eigen huis in Syracuse, aan de andere kant van Utica, naar het ziekenhuis toe, samen met Darlene, zijn vrouw.
Na allerlei onderzoeken, waar bij geen ernstige breuken of zoiets geconstateerd waren, kwamen ze met Howard midden in de nacht naar camp gereden.
Het was wel duidelijk dat, helaas, de gezamenlijke vakantie, voor Ethel en Howard over was. Heel spijtig voor beiden, want ze hadden zich er ook zo op verheugd. Bovendien mag Howard niet meer achter het stuur zitten.
Kortom, een slecht einde van zo’n mooie dag.

Donderdag 1 september 2016.

Ik was onze kleding en pak alles van ons daarna in.
Jan gaat nog 2 keer kayakken en verder zien we hoe Howard er aan toe is. Een blauw oog en gekneusde ribben en veel geschaafde huid overal.
In de loop van de ochtend komt David langs en hebben we nog lang nagepraat over Howards ongeluk. Misschien is het wel het resultaat van veel verschillende medicijnen door elkaar gebruiken. David stelt voor om daar volgende week werk van te maken.
Voor het avondeten zijn we bij David en Darlene aan de andere kant van het meer uitgenodigd. Dat werd nog een heel gezellig dinertje. Howard ging ook mee, wat wij heel moedig van hem vonden, want hij had veel pijn en was nog erg langzaam.
Om 8 uur hadden we het allemaal wel gehad. Na een korte nacht en ook weer vroeg op morgen is het tijd om naar ons eigen camp te gaan en te gaan slapen.
We bewonderen het doorzettingsvermogen van Howard. Hij strompelt de trap op en af. Zegt zelf hun reis af en wil ook nog naar de 1e hulp om zijn wonden beter te laten verbinden en om antibiotica te vragen.
En we bewonderen ook Ethel die zo ongelooflijk kalm blijft onder deze stressvolle situatie.

Vrijdag 2 september 2016.

David brengt ons om 6 uur naar Albany waar we het vliegtuig naar Chicago nemen. Dat gaat allemaal gesmeerd. En een taxi brengt ons naar het schitterende hotel Palmer House Hilton. Dit is in 1873 gesticht door Berthe Palmer. Het is nog net zo intact. En het ligt midden in de stad. Natuurlijk nemen we in de lobby een drankje om deze omgeving in ons op te nemen.
Eerst zoeken we het Union Station op, waar we morgen de trein moeten nemen. Dat is niet ver weg en we kunnen het lopen. Terug in het hotel zoekt Jan op internet het station ook nog even op, want we twijfelen. En dat is terecht, want we hadden het metrostation gevonden.
Daarna gaan we s’ avonds nog een wandeling langs het Michiganmeer. En dan gaan we maar weer bijtijds naar bed. Morgen beginnen we aan onze 5 Nationale Parken tour, de Best of the West.

Zaterdag 3 september 2016.

Alhoewel het station niet ver is, nemen we met onze bagage toch maar een taxi.
In de hal van het station staat onze reismanager van “Uncommon Journeys” Conrad Tausand, al op ons en alle medereizigers te wachten. We zijn vroeg en kunnen nog makkelijk lunchen in een heel bekend restaurant, Lou Mitchell’s. Hier heeft Jan 4 gebakken eieren, spek en toast en ik 3 enorme dikke pannenkoeken.
Om half 2 gaan we naar onze uit de 50-iger jaren stammende Pullmantrein. Wij hebben in het Colorado Pine rijtuig van deze Calofornia Zephyr Amtrak trein een standaardcabine. Dat betekent een eigen wc en wasbakje en overdag 2 stoelen. ’s Avonds worden de bedden klaargemaakt, een stapelbed weliswaar. Het schudt dan enorm, maar wij slapen er wel doorheen, denken we dan maar.
Maar na het wegzetten van de bagage gaan we meteen naar het rijtuig met het glazen dak. Hier blijven we de hele verdere dag zitten. We krijgen meteen een of meerdere drankjes geserveerd en hapjes. Ook het avondeten wordt hier gebruikt.
We maken al snel kennis met een paar stellen en we hebben een gezellige tijd met elkaar. Wij zijn de enige buitenlanders en moeten af en toe uitleg vragen, maar dat is geen probleem.
Bij de 2e halte blijkt dat de 2 lokomotieven samen niet sterk genoeg zijn om de lange trein door de Rocky Mountains te trekken. Het duurt heel lang voor er een 3e wordt aangekoppeld. En we komen dan ook uren te laat in Denver aan, wel 4 uur. We hadden daar om 16.10 uur moeten aankomen, maar dat werd kwart over 8. Hier stonden ook nog passagiers voor het gewone gedeelte te wachten, al die tijd dus. We mogen er even uit om het prachtige, nieuwe station te bekijken. En dan gaan we weer verder op pad. Als het donker is en we niets meer zien en alle andere mensen naar bed gaan, doen wij dat ook maar. We liggen lekker te schudden, maar vallen toch in slaap.

Zondag 4 september 2016.

Die achterstand in tijd wordt niet meer ingehaald en we komen in Grand Junction dan ook niet om 4 uur, maar om kwart over 8 aan. En dat is voor ons het enige teleurstellende deel, want nu kunnen we de busreis naar ons hotel niet zien. Het is al donker. De busrit duurt ook nog 90 minuten.
Verder is alles perfect geregeld, tot en met de afhandeling van de bagage toe.
We hebben in de trein nog een maaltijd gekregen en vooraf nog wat drankjes. Ze hadden zelfs single malt whisky voor Jan en ik nam een lekkere cocktail. Het ontbrak ons aan niets.
Om half elf kwamen we in ons hotel aan. Dat ligt aan de Coloradorivier midden tussen de rode rotsen. Het heet dan ook Red Cliffs Lodge. En, wow, wat een locatie en wat een kamer hebben we. Met een keuken, terras en uitzicht op de rotsen. Het is geweldig.
Morgen begint de 1e toer en we worden dan ook om half 9 verwacht. Als je er niet bent op tijd, kun je niet meer mee. Er wordt niet gewacht. Wij zijn op tijd, net als iedereen trouwens.
De koffers worden steeds van en naar onze kamers gebracht. De fooi, die hier in de States bijna verplicht is, zit bij de reissom inbegrepen. Wel zo makkelijk.

Maandag 5 september 2016.

Vandaag gaan we ons 1e nationale park bezoeken, Archer’s National Park genaamd.Er zijn 49 nationale parken in de hele VS. De rest, en dat zijn er honderden, zijn staatsparken. Elke staat heeft ook nog zijn eigen parken. 78% van de staat Utah is van de een of andere overheid. Er is dus nauwelijks privé eigendom en dat is opmerkelijk voor hier. Maar er moet gezegd dat er met dit land ook niet veel te beginnen is.
Het wordt een tocht van een halve dag. Om 9 uur wordt onze parkgids Gina, opgepikt en dan gaan we het park in. Het is een enorm gebied, uitgesleten door water en wind gedurende miljoenen jaren, waar je enorme rode rotsen ziet staan. Het rode komt door het roesten van het ijzer dat in de zandsteenrotsen zit. Foto’s moeten maar het natuurgeweld tonen, dat kan ik met woorden nooit uitgelegd krijgen.
Wel kan ik nog vertellen dat de lagen onder het zandsteen bestaat uit zoutlagen. Salt Lake City is niet ver van hier, maar 240 mijl = kleine 400 km. Deze zoutlagen zijn 275 miljoen jaar geleden gevormd door het in- en uitstromen van zout- dus oceaanwater gedurende vele miljoenen jaren geleden. En het komt van de oostkust, wordt pensylvanian premium genoemd. Door de tectonische werking zijn deze lagen naar het westen opgeduwd. Er lagen ook enorm dikke lagen zand op. Toen het zout niet verder meer westwaarts kon, werd de aarde omhoog geduwd. Daarna hebben wind en water er voor gezorgd dat de meeste grond weggespoeld is. Alleen het versteende zand is gebleven en dat is wat we nu bewonderd hebben.
De middag besteden we aan het bijwerken van dit blog en in het zwembad een verfrissend bad nemen voor het diner, dat om half 7 voor ons klaar staat.
Het wordt voor ons rib-eye, zonder twijfel.
Nu is het al woensdag en maak ik week 2 helemaal af.
Het zwembad buiten was heerlijk en het diner ook. We hadden uitzicht op de rode rotsen en de Coloradorivier. Wat een fantastische plek. We hebben meteen voor morgenavond een reservering gemaakt. Dan hebben we geen gezamenlijk diner. Maar we willen graag nog een keer van deze fantastische plek genieten en dan zelfs buiten op het terras.

Dinsdag 6 september 2016.

Vanochtend staat het 2e park op het programma, namelijk Canyonlands National Park, niet te verwarren met de Grand Canyon. Dit is ook een door de Colorado uitgesleten diepte, maar ligt veel zuidelijker. Iets voor een volgende keer misschien.
Weer halen we ranger Gina op. Ze is geoloog en weet heel veel over dit hele gebied. Ze is er op afgestudeerd.
In dit park lopen 2 rivieren, de Greenriver en de Coloradoriver. Ze ontmoeten elkaar bij Devil’s Horse shoe en dat is dan ook het belangrijkste uitkijkpunt dat we gaan bezoeken. Ook hier moeten de foto’s de overweldigende natuur maar tonen.
Iets heel anders is, dat hier naast dat er olie en gas in de grond zit, er ook uranium gewonnen wordt. Dit is al sinds de 2e W.O. aan de gang, alhoewel eerst in kleine hoeveelheden.
Maar in 1952 heeft Charlie Steen een concessie genomen op een stuk grond om er naar uranium te zoeken, net als de goudzoekers elders ook gedaan hebben.
Charlie Steen was in Texas geboren en kwam met zijn gezin met 4 zoons vanuit de olie exploratie naar het plaatsje Moab om zijn geluk hier te beproeven. Ze waren heel erg arm en zijn vrouw wilde het al opgeven. Maar Charlie hield vol. Zonder resultaat, zoals de alle uraniumzoekers. Charlie echter wist dat er dieper geboord moest worden, alleen brak zijn boor op de diepe harde lagen. Met deze boor ging hij de stad in om hem te laten repareren. Een ijzerhandelaar kwam met zijn geigerteller langs en die sloeg als een gek uit. Hij vroeg aan Charlie wat hij in zijn wagen had. Toen die begreep wat er met de geigerteller gebeurde, wist hij dat hij beet had. Hij werd miljonair en liet boven op een berg in Moab een mooi huis bouwen met zwembad en al. Maar eerst nam hij zijn zonen mee naar de winkel om schoenen voor ze te kopen.
Op dit moment is Moab heel erg in trek voor allerlei sporters en ander toerisme. Je kan hier fietsen, raften, wandelen en zo. Het ene na het andere hotel wordt er neergezet.
Na de rondtoer gaan we in Moab lunchen in een brouwerij. We hebben van te voren onze keuze moeten opgeven. Wij kozen allebei een wrap met lamsvlees. Natuurlijk namen we er ook een biertje bij. Dat van Jan was heel speciaal, donker amber bier. Ik had Duits lager bier.
Na de lunch konden we in de supermarkt nog inkopen doen. Wij hebben niets nodig. Daarna gaan we naar het visitor’s centrum. Maar wij gebruiken de 3 kwartier om de Mainstreet af te lopen en aan het eind van de straat nog een ijsje of een frozen mocha te nuttigen.
Daarna is het tijd om naar het hotel te gaan. We hebben anderhalf uur voor we weer gaan eten. Even rusten en bloggen is dan het parool. Na het diner pak ik de koffers wel. We hebben het meeste toch in de koffers laten zitten. De komende verblijven zijn steeds per 2 nachten, uitpakken is dus steeds niet nodig. Maar eens kijken hoe we hier mee om moeten gaan.
Morgen gaan we naar Salt Lake City, SLC afgekort. De stad van de mormonen. Brigham Young heeft hier in de dorre woestijn een hele stad uit de grond gestampt.

Week 3.

Woensdag 7 september 2016.

Om half 8 moeten de koffers buiten staan en om half 9 gaan we op pad naar SLC.
We hebben ons aardig aan de Amerikaanse manier van leven aangepast, vroeg naar bed en ook weer vroeg op, 6 uur dus.
Jan maakt onderweg nog de laatste foto’s. Conrad vertelt onderweg nog het een en ander over het uranium. Het delven is niet een probleem, het is een van de rijkste velden ter wereld. Maar de opslag van het afval is wel een enorm probleem. In de jaren 90 is ontdekt dat het afval, dat hier in Moab in de grond werd gedaan, in het grondwater terecht kwam en helemaal tot aan de westkust, San Diego, weglekte. Dat is een enorm probleem. Men is sinds 2009 bezig om de vervuilde grond af te voeren naar een gebied 20 mijl verder op. Er is een speciale treinrail voor aangelegd en men is dag en nacht bezig om van die vervuilde grond af te komen. Het heet het Moab Untra project.
Om kwart over tien komen we in het plaatsje Greenriver aan bij een mooi nieuw museum, dat helemaal gaat over pionier Powell die met zijn helpers in 1869 de Coloradorivier is afgezakt en alles in kaart heeft gebracht. Ook hebben zij aan de rivieren, bergen, meren en canyons de huidige namen gegeven. Leuk om te zien hoe deze pioniers hier het gebied gekoloniseerd hebben. Natuurlijk woonden hier al langer mensen. Eerst de Fremontstammen, die landbouw en veeteelt hadden. Die zijn 700 jaar geleden verdwenen en daar kwamen de nomadische stammen, die wij Indianen noemen, voor in de plaats. In de 15e en 16e eeuw volgden de eerste Europeanen, namelijk de Spanjaarden vanuit Mexico naar het noorden. Zij kwamen voornamelijk om de Indianen te kerstenen. Wel bezetten ze al doende een groot gedeelte van het zuiden en westen. Dat wat nu Californië, New Mexico en Arizona is, was eerst een onderdeel van het uitgebreide Mexico.
Na de Onafhankelijkheidsoorlog in 1776 werden de nieuw aangekomenen aangemoedigd om westwaarts te gaan. Hen werd ook land aangeboden. Wel moesten ze dat nog even veroveren en verdedigen tegen de “first natives” , maar dat was voor de federale regering peanuts. Voor de mensen zelf niet natuurlijk, lees Mark Twain er maar op na en bekijk alle westerns nog maar eens. Het was met recht het Wilde Westen. Er zijn hier in Utah veel films opgenomen. In het Red Cliffs hotel was beneden een hele tentoonstelling over welke films er waar in de omgeving werden opgenomen.
Bij de volgende stop, in het plaatsje Price, hebben we geluncht. Salade, soep, een sandwich, een soda en een toetje voor $10,50, inclusief de fooi. Niet duur dus.
In de middag stoppen we nog 1 keer, voor de chauffeur en voor ons , bij een paar winkels. Iedereen schiet Culver’s binnen om er de beroemde ijs of frozen yoghurt te kopen.
Je ziet dat we al een tijdje onderweg zijn om SLC te bereiken. Maar om half 5 zijn we er dan toch. We logeren in het hotel Little Amerika, midden in de stad. We hebben weer een prachtige kamer. Eerst maar even de foto’s downloaden en een appeltje eten. Het diner laten we voor wat het is. We hebben ook nog gedroogd bizonvlees en amandelen. We hebben net nog een groot ijsje op en helemaal geen honger.
Na een uurtje willen we toch wel al wat van de stad zien en lopen we richting centrum, Temple Square. Ons hotel ligt 500 south en dat betekent 5 blokken ten zuiden van het centrale plein. Dat lijkt niet veel, maar de blokken zijn wel groter dan die in NY. Toch gaan we tot Temple Square. Morgen met de groep gaan we het plein verder verkennen. Nu keren we terug naar het hotel.
Hier willen we nog wat drinken. In de coffeeshop, met een mooi terras buiten, kunnen we niet terecht. Alleen als we willen eten. In de lobby kunnen we niet terecht, alleen met eten er bij. We worden naar de bar verwezen, maar daar willen we niet zitten. Dan gaan we maar naar onze kamer waar we ook koffie kunnen zetten. Geeft mij de gelegenheid om de blog helemaal bij te werken.
De tv staat natuurlijk aan. Je wordt doodgegooid met de discussies en ruzies over Trump en Hillary. Het houdt niet op, vooral op Foxnieuws. Maar ineens heeft Jan onze favoriete detective gevonden, nl Death in Paradise.
Morgen hoeven we niet zo vroeg op. We gaan om 10 uur op pad.

Donderdag 8 september 2016.

We krijgen een gids mee. Het is Debi, een oudere dame, moeder van 5 kinderen en 8 kleinkinderen en een ranch met 32 paarden en een gepensioneerde echtgenoot. Hier is iedereen heel mededeelzaam over zijn of haar persoonlijke omstandigheden. En ze is mormoon. Alle dames die mormoon zijn, dragen geen lange broeken, maar allemaal rokken of jurken. Voor Jan en mij een bekend gegeven vanuit Nederland gezien dan.
Eerst gaan we naar Temple Square. Dit is het centrale plein, 35 acres groot ( zitten er 2,5 acre in een ha?) waar de tempel en de kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen staan. De tempel kun je niet bezoeken, die is bedoeld voor heilige zaken van de leden van de Mormonen zoals doop en trouwen. De kerk kan wel bezocht worden, dat is een eenvoudige kerk zoals we die wel kennen. Verder staat er op dit omheinde plein het Tabernakel. Dit is een verzamelgebouw waar 2 keer per jaar bijeenkomsten van alle gelovigen gehouden worden. Verder is het een concertzaal met een perfecte akoestiek voor het enorme koor. Er zijn wel 300 leden. Vanaf 1923 wordt er elke zondag een radiouitzending verzorgd door dit koor tot aan nu toe. Het koor gaat ook op tournee. Ze waren afgelopen juli nog in Rotterdam te beluisteren.
Het plein is prachtig, het staat vol met bloemen en bomen en banken en muurtjes om op te zitten. De bouw van de tempel duurde van 1853 tot aan 1893. In het bezoekerscentrum hebben we een schaalmodel gezien. Hier konden we wel het interieur bewonderen. Het is met de meeste vakmanschap gemaakt, prachtig houtwerk, lampen, meubels, trappen, etc.
De mormoonse gemeenschap moest 1 jaar vrijwillig aan deze tempel meewerken. Wel waren er onderbrekingen door armoe, het aanleggen van de spoorlijn in 1869 dwars door Amerika heen, gebrek aan geld, de burgeroorlog van 1863 tot 1866.
Nu eerst iets over waarom er voor deze plek, Salt Lake City, gekozen is.
Brigham Young, de leider van de Mormonen, had een groep volgers om zich heen verzameld en trok al van af ca 1840 van het oosten van de VS naar het westen. Maar ondanks de vrijheid van godsdienst werd hij toch overal waar hij zich wilde vestigen, weggepest. In een stad in Missouri had de groep al een kerk gebouwd. Maar toen er 12 kinderen vermoord werden, was voor hem de maat vol. En weer trokken ze verder westwaarts. En nu hebben wij kunnen ervaren hoe groot dit land is. Zij trokken met huifkarren, getrokken door ossen of muilezels 1300 mijl westwaarts, kou, honger en allerlei andere ontberingen trotserend. Totdat ze bij deze vlakte bij het zoutmeer aankwamen. Hier zette Brigham zijn wandelstok in de grond en zei dat hier hun tempel gebouwd zou worden. Dit was op 24 juli 1847, in het heetst van de zomer. Er was geen water, geen schaduw, geen landbouwgrond, helemaal niets. Hier wilde niemand wonen en dat was voor Brigham de reden om deze plek uit te kiezen. Rondom de vlakte lagen wel bergen. Hiervandaan moest het water komen. De mannen gingen hier voor zorgen, met alleen maar houten gereedschap. De vrouwen gingen de huizen bouwen. Om voor schaduw te zorgen vroeg Brigham aan alle nieuw te werven volgelingen om zaden, stekjes, plantjes en wat dies meer zij mee te brengen. Het is daarom dat er nu een diversiteit aan bomen en struiken en planten te vinden is, die je nergens anders ziet. In Europa werden bekeerlingen gemaakt en die werden naar het beloofde land gestuurd, naar Salt Lake City dus.
Nu was de wet in de VS zo, en niet alleen daar, dat vrouwen geen eigendommen mochten hebben. Dus weduwes met minderjarige kinderen hadden geen recht op hun huizen en boerderijen als hun man stierf. Dat loste Birgham op door met deze vrouwen te trouwen en ze vervolgens op hun eigen bezit te laten wonen. Vooral na de burgeroorlog van 1866 was dit het geval. Ook zullen andere mormoonse mannen daarom meerdere vrouwen gehad hebben.( Maar ik heb ook in een vliegtuigmuseum in Idaho gelezen dat een man na de 1e vrouw met 8 kinderen nog een vrouw trouwde en daar ook weer kinderen bij had. Die 2e vrouw woonde wel een vallei verder.)
Het belangrijkste geloofsartikel voor de Mormonen is het uitspreken van het belang van familie. De vader en de moeder van een gezin dienen goed voor hun kinderen te zorgen. De vader door voor het inkomen te zorgen en de moeder voor de kinderen en het huishouden. In dit uitgangspunt hebben man en vrouw gelijke verantwoordelijkheden voor het gezin en de samenleving waar zij toe behoren. Dat er veel meer werd gevraagd van iedereen, is ons wel duidelijk geworden. Zie bovenstaande over de aanleg van waterleiding en het bouwen van huizen.
De zomers in SLC zijn heel heet, 35 à 40 graden en de winters heel koud met veel sneeuwval. Die sneeuw is nodig om de wateropslagplaatsen voor de zomer te vullen. Er zijn allerlei regels voor beperkt watergebruik, bijvoorbeeld, je gazon sproeien tussen 8 uur ’s avonds en 8 uur ’s ochtends.
Nog een ding over het harde leven, maar ook de gedrevenheid van deze geloofsgemeenschap. De tempel is opgebouwd met heel grote granietblokken. Die werden uit de rotsen gewikt en gebikt en daarna op een ossenwagen 20 mijl naar de werkplaats vervoerd om daar precies op maat geschaafd en gevijld te worden. Er het is perfekt gedaan.
Dan nog hoe de stad er nu uitziet. Overal zie je bloemen zoals begoniaatjes en vlijtige Liesjes, door de hele stad heen. Ook staan er overal bomen. Zie je de mooiste huizen, is er in de binnenstad gratis openbaar vervoer, zijn er verschillende moderne ziekenhuizen, een grote universiteit en bovenal is het overal heel erg schoon. Wij vonden het een heel plezierige stad om te verblijven. Er wordt heel veel vrijwilligerswerk verricht.
Nu terug naar de tour. De 2e stop was bij het regeringsgebouw van de staat Utah. SLC is de hoofdstad van deze staat en er staat dan ook een mooi regeringsgebouw boven op een heuvel over de stad uitkijkend. Het heeft net zo’n koepel als het Witte Huis in Washington. Het gras in de hele stad is als met een nagelschaartje gemaaid.
De 3e stop was bij een verkooppunt van met name Indiaanse spullen. De Indianenstam de Uth hebben aan de staat hun naam gegeven.
Verder zijn we langs een grote bibliotheek gereden en langs een nieuw congresgebouw (waar 21 000 mensen in kunnen), een concertgebouw en een schitterend winkelcentrum.
Na de laatste stop voor lunch werden we om 2 uur terug gebracht bij het hotel.
Wij wilden graag naar het centrum waar je gegevens over je familie kunt opzoeken en daarna weer terug naar Temple Square om nog rond te kijken. Ook wilden we ’s avonds de repetitie van het Mormon Tabernacle Choir bijwonen. Dat is elke donderdag van 19.30 u tot 21.30 uur openbaar.
Dat betekende dus niet uitrusten, maar met de gratis tram naar het centrum, 3 haltes, en op pad. We hadden een geweldige middag. Jan heeft uitgevonden dat van 1 tak van zijn familie er al een stamboom bestaat die terug gaat tot 1480. Nu we weten hoe het moet en waar je kan zoeken, gaan we zelf verder zoeken. Tenminste, dat wat we nog niet weten.
Terug in het hotel hebben we in de bar nog een drankje genuttigd en daarna was het weer inpakken en naar bed.

Vrijdag 9 september 2016.

Vandaag rijden we een hele dag naar ons volgende adres, namelijk Jackson Wyoming. De staat wordt er altijd bij gezegd, want er zijn meer plaatsen met dezelfde naam. Zo bestaat er Holland Michigan, Holland New York en ook Holland Europe. Dat zijn wij.
Natuurlijk hebben we weer meerdere stops voor de restrooms en om de benen te strekken.
De eerste stop was bij een benzine station voor alleen een sanitaire stop. Daarna zijn we doorgereden naar onze lunchplaats in Fish haven aan het Bearlake. Hier is echt alles “beer” wat de klok slaat. Het is een enorm meer met zoet water. Wij hadden er een heel lekker stuk zalm.
Daarna in de middag kregen we van Conrad de hele geschiedenis van Butch Cassidi te horen. De aanleiding was dat er in een plaatsje onderweg, in Montpelier, een klein privémuseum is gesticht in het voormalige bankgebouw dat Butch beroofd heeft. De eigenaar was een naar Amerika geëmigreerde Tsjech. Hij en zijn vrouw kwamen toevallig dit gebouw tegen en kochten het. Ze zijn druk bezig om van Butch een toeristische trekpleister te maken.
Na deze stop zijn we doorgereden naar het vliegtuigmuseum, ook al weer zo’n lokaal gebeuren. Hier hebben de gebroeders Call een vliegtuigje ontworpen en gebouwd dat voor de landbouw geschikt was om de velden te besproeien. Ook maakten ze 2-zittertjes die met 3 skies er onder als vervoermiddel in de barre winters gebruikt werden. Een van de vliegeniers, over de 90 denk ik, was aanwezig. Hij was erg trots dat hij ons alles over deze machines kon vertellen. De loods werd speciaal voor ons opengemaakt. Er vloog zelfs een klein toestelletje aan een rail boven ons hoofd rond. De verteller was, toen hij in de 20 was en zijn vader 47 jaar oud, samen met hem de lucht in gegaan. Maar het ongeluk wou dat ze tegen elkaar botsten. Zijn vader overleefde het niet en deze meneer stond er nog. De machines heetten Callair. Ze hebben ze gebouwd tot in de 90-er jaren. Dit vind je dan zomaar op het platteland van Amerika.
Aan het eind van de middag komen we dan eindelijk in Jackson aan. Dit is eigenlijk een ski oord. Er ligt in de winter heel veel sneeuw. Maar nu is het ook heel druk. Het is echt een cowboystadje, maar met de mooiste winkels en galeries.
We logeren hier in een hiltonhotel. We hebben een zitkamer en een slaapkamer en 2 tv’s en een open haard. Voor we uitstappen krijgen we een kleine site seeing zodat we weten waar we heen kunnen. Er zijn, geloof ik 3 kruispunten, maar het is toch handig.
We spreken met nog 2 stellen om 7 uur af en lopen dan naar de 1 silver dollar bar, waar ook een restaurant bij is. We zijn met zijn zessen en moeten wel een dik half uur wachten voor er een tafeltje vrij was. Maar intussen drinken we wat in de saloon aan de bar. Daar speelt een cowboyband en wordt er volop gedanst. De zaak zit vol.
Het eten is er, on-amerikaans zou ik bijna zeggen, zo lekker. Jan had een buffalo steak en ik halibut, een vis. En beide waren superlekker.
Na dit spektakel keerden we terug naar het hotel, want de volgende ochtend moesten we al om 8 uur paraat zijn voor een tocht op de Snake river, een raft tocht wel te verstaan.

Zaterdag 10 september 2016.

Het is heel koud, 28 gr F en dat is onder 0. We hadden alles aan wat we bij ons hadden, dik vest, regenjack, haarband, sokken in mijn teva’s. En nog had ik het koud, net zoals iedereen. Toch waren er een paar mannen in een korte broek, zoals Jan en zonder sokken.
Het raften was gaaf, we dobberden langzaam de rivier af. Alleen lette onze schipper niet op, wij kwamen in ondiep water vast te zitten. Toen moest hij in het water stappen en de rubberboot over de keien heen sleuren met 14 personen er in. Bij de 2e keer hebben er 4 mensen geholpen, waaronder Jan. Dat was wel heel stoer. Het water wat trouwens warmer dan de buitenlucht. Om 11 uur waren we weer aan de wal. Gauw de warme bus in en in het hotel de natte sokken en schoenen uit en onder de warme douche. Daarna ben ik nog maar even terug naar bed gegaan voor een “nap”.
En ’s middags zijn we samen naar de Million Dollar bar geweest voor een drankje. Toen was het heerlijk warm en lekker om even rond te lopen.
Om 5 uur was het weer aantreden, nu voor een cowboyshow in het bos met eten er bij. We werden er met huifkarren heengereden, nog net niet overvallen door indianen of rovers. Het was een leuke, toeristische avond. Jan, als buitenlander, mocht de bel voor het diner rinkelen. We stonden ook meteen vooraan voor het buffet.
Bij het muzikale gedeelte, met zang, gitaar en viool, werd 1 van de liedjes speciaal ter ere van de veteranen gespeeld. Hier werd er door iedereen zachtjes meegezongen en hier en daar een traantje weggepinkt. Het is een lied uit de zangbundel van Billy Graham. In zijn kerk werd het vaak gezongen.
Eerst wilden we hierna nog terug gaan naar de bar van gisteravond, maar het was te laat. Ik moet ook elke keer weer inpakken. Het onderste in de koffer komt er nooit uit. We doen de koffer open, zoeken wat tussen wat we zo zien liggen en na 2 dagen gaat hij zo weer dicht. De vuile was gaat in een andere koffer.
Morgen gaan we op weg naar 2 nationale parken, namelijk Teton en Yellowstone. Door het 1e park rijden we heen, op weg naar het hotel in Yellowstone.
Jackson was een erg leuk stadje, we hadden er nog wel langer kunnen blijven.

Zondag 11 september 2016, nine- eleven.

Het is vandaag 15 jaar geleden dat de Twintowers ingestort zijn, expres veroorzaakt door 2 vliegtuigen. Deze dag komt in de Amerikaanse geschiedenisboeken net zo prominent te staan als de aanval op Pearl Harbor in december 1941 en de moord op president Kennedy in november 1963. Conrad, onze tourmanager, weidt er een paar woorden aan. Een van onze reisgenoten had vanochtend op de tv een herdenking gezien waar het Mormon Tabernacle Choir zong.
Dan gaan we om 9 uur op weg naar het nationale park Grand Teton. De hoogste piek is 13717 feet hoog, zo’n 4000 meter dus. Er ligt eeuwige sneeuw op en een gletsjer zien we met het blote oog. We stoppen een paar keer en hebben een schitterend uitzicht op de 3 pieken, de 3 Tetons. Het is eigenlijk een Franse naam voor dit gebergte en betekent de 3 borsten.
De lunch hebben we mogen gebruiken aan het Jackson Lake in de prachtige lodge die daar staat. Dit is een heel mooi hotelcomplex met een restaurant aan het meer. We hadden het geluk om een plek te bemachtigen buiten in de zon. Er zat 1 Australisch echtpaar en dat maakte voor ons een beetje plaats. Ze reisden altijd 5 weken per jaar door Amerika en ook altijd 1 maand door Europa. Hij was consultant en werkte al heel lang voor Shell in vele landen. Hij had ook in Den Haag en in Rotterdam voor Shell gewerkt en in Delft gewoond. Zo is de wereld weer klein, zomaar aan een meer in de Rocky Mountains.
De Grand Tetons was de laatste bergketen die ontstond, maar wel 75 miljoen jaar geleden. De laatste ijstijd heeft meren uitgesleten en keien achter gelaten. Met het optrekken van de ijsgrens naar het noorden, kwamen zo’n 10.000 jaar geleden over de nog bevroren Beringzee de eerste nomaden Amerika binnengetrokken. Maar daarover een andere keer.
We hadden lekker veel tijd om te lunchen en rond te kijken. Daarna maar weer de bus in, want Yellowstone is nog 50 km verder op.
Tussen de 2 parken ligt een particulier park door Rockefeller Jr met eigen geld aangeschaft in de 30-er jaren. Dit deed hij met opzet om te voorkomen dat er allerlei hotels, eettenten, activiteiten en zo zouden komen. Dat moest niet. Hij heeft dat gebied niet zelf aangeschaft, maar daar stromannen die er nogal sjofel uitzagen, laten kopen. Later heeft hij het gebied, op 1100 acres na, geschonken aan de staat, onder de voorwaarde dat het net zo gerespecteerd wordt als de nationale parken.
Dan rijden we via de zuidelijke ingang Yellowstone park binnen. En krijgen we een lezing over wat er allemaal niet mag en hoe we ons moeten gedragen mochten we een beer of een bizon tegenkomen. Onderweg zien we een kudde bizons en ook een elandvrouwtje en een mannetje. Wow, wat een belevenis. Er liggen vlak langs de weg zomaar bizons te herkauwen. Wat een enorme beesten zijn dat. We hebben trouwens geluk dat we de zuidelijke ingang nog in kunnen, want later in de middag zien we de politie de weg er naar toe afsluiten. Er ie een enorme brand niet al te ver van ons vandaan. Aan branden wordt niets gedaan, ze moeten vanzelf doven. Dat is de natuur. Ik zou ook niet weten waar je hier de vele brandweermannen vandaan moet halen om de brand meester te krijgen. Alleen brandblusvliegtuigen zouden helpen. Water is er genoeg met de vele meren met heel koud water in de buurt. Het Yellowstonemeer zelf is het grootste boven een hoogte van 7000 feet in de VS. Maar er wordt niet geblust. Overal zie je dan ook stukken verbrand bos. (Alleen bij gevaar voor de mens wordt de brand ingedamd. Helemaal blussen is onmogelijk.)
Om 5 uur komen we dan in ons nieuwe verblijf aan in Canyonvillage. Want ook hier is een canyon, namelijk die van de Yellowstonerivier. Ons hotel bestaat uit meerdere lodges en nog blokhutten. Het is gloednieuw, pas in oktober vorig jaar geopend. Wij verbazen ons er over dat dit enorme complex hier in het nationale park gebouwd mag worden. Als je 1 bloemetje plukt, kost je dat 75 dollar en dood hout voor je open haard meenemen kost je 1000 dollar en moet je ook nog bomen terug planten. Bovendien word je vriendelijk naar de uitgang begeleid en verzocht om niet meer terug te komen. Er mag werkelijk verder niets.
Uiteraard moet er ook nog weer een keer gegeten worden en dat doen we in het restaurant van het complex. We nemen allebei gehakt half-om-half, alleen niet van varken en koe, maar van eland en bizon. Lekker en voldoende. Nu is het verhaal helemaal up to date en tijd om naar bed te gaan.

Maandag 12 september 2016.

Vandaag krijgen we een hele dag een gids mee voor een 8 uur durende toer.
En je raadt het nooit : het sneeuwt en grote, dikke vlokken. Wow, het ziet er sprookjesachtig uit. Wel opletten geblazen met uitglijden. Dit helpt om de brand, die we gisteren gezien hebben, te doven. Helemaal afdoende zal het niet zijn, maar het helpt wel.
We gaan eerst ontbijten en om half 9 zitten we in de bus voor een dagtocht in Yellowstone park.
De gids, Bruce …., komt uit Rochester dicht bij Buffalo in de staat NY. Hij is gepensioneerd en doet dit gidswerk 4 maanden lang in de zomer. Zo vroeg sneeuw heeft hij nog niet eerder meegemaakt. Gelukkig zijn wij op koud en nat weer voorbereid, we hebben zelfs dikke vesten mee en nieuwe regenjacks aangeschaft. Die zijn hard nodig, want het blijft de hele dag sneeuwen, heel bijzonder. Gelukkig zijn de wegen sneeuwvrij. Onze chauffeur Faisal komt uit Bagdad, woont in Salt Lake City, en heeft nog nooit in de sneeuw gereden. Het lukt hem prima. Hij zei het overigens pas aan het eind van de dag.
Er is over Yellowstone heel wat te vertellen. Het is een groot vulkaangebied. Eigenlijk is het park één grote krater waar de stad Tokio inpast. Rondom zijn er allerlei bergketens. Een militair had dit in 1870 ontdekt en kwam op het briljante idee dat het hele gebied tussen de bergketens wel eens een krater zou kunnen zijn. De vulkaan zelf is ruim 600.000 jaar geleden voor het laatst uitgebarsten en de stukken kwamen tot Ohio, bijvoorbeeld. Nu borrelt en stoomt het overal. Met name de geyser Old Faithfull is bekend. Deze spuit namelijk heel regelmatig stoom en heet water omhoog. Hier hebben we bij staan wachten tot hij om 13.38 uur weer tot uitbarsting kwam. De klok kun je er op gelijk zetten. Maar de tussenposen hangen af van de mate van uitbarsting elke keer. Verder hebben we modderputten gezien waar een constante modderstroom uitkomt en meerdere stoomuitstotingen. Het nadeel vandaag was dat de paden door de sneeuwval glad waren. Goed uitkijken dus. Het voordeel van dit weer was dan weer dat er niet veel toeristen te zien waren. Daar was de gids erg blij mee.
Google svp over allerlei getallen en maten. Ik heb zoveel informatie gehoord, dat ik niet alles meer paraat heb, maar ik zal het proberen.
In ieder geval is het een nationaal park geworden in 1872. Eigenlijk van Yosemite in Californië eerder, maar Californië was al een staat, sinds 1848, en had Yosemite in 1870 tot een staatspark gemaakt. Wyoming was nog een territorium en daarom had de federale regering het voorstel om van dit gebied een nationaal park te maken, gehonoreerd. Dus was Yellowstone het eerste nationale park in de hele wereld. Dit moest voorkomen dat er allerlei privé activiteiten, zoals commerciële ondernemingen opgezet zouden worden. Dit park is volledig natuurlijk, dat wil zeggen, wild zoals het al honderden zo niet duizenden jaren bestaat. Er mag niet door mensenhanden ingegrepen worden. Het gebied, 4,2 miljoen acres groot, is van het wildleven, zowel planten als dieren. Vandaar dat er bij de “wildfires” niet ingegrepen wordt. Het zijn branden die door blikseminslagen zijn ontstaan. In 1988 was het een droge, hete zomer en een brand verwoestte een derde van het park. Maar de dennenappels waar de zaden inzitten hebben een enorme hitte nodig om open te springen. Dat doen ze pas bij 140 F graden en dan ontstaat er weer een nieuw bos. Je zag dan ook overal jonge bomen staan van allerlei hoogtes. Ook zag je tussendoor allerlei verbrande staken staan en hele stukken die in de latere jaren in de brand stonden. We kwamen langs een stuk dat in 2010 nog afgebrand was en je zag overal al kleine boompjes groeien. Het komt dus wel goed, alleen heeft het allemaal tijd nodig.
De dieren die hier wonen zijn de bizon, het eland, het rendier, de arend, de wolf, de beer en de bever en dan nog zwanen en eenden en ganzen en verschillende soorten forel. Ook werd er een Engelse naam voor een roofvogel genoemd, maar die kunnen wij niet thuisbrengen, “asprow” of zoiets. Het is hun gebied, de mens is er te gast. Wij hebben bizonkuddes en een paar elanden gezien. De arend hebben we tijdens het raften hoog in de bomen zien zitten, wel meer dan 10.
Het park is naar de Yellowstonerivier genoemd. En die naam is door de Frans-Canadese beverjagers, trappers, in de 17e eeuw gegeven. Deze rivier loopt door heel het park heen en vult ook het Yellowstonemeer, dat heel koud is. Een gedeelte vriest s’s winters dicht en een ander deel van het meer doet dat niet, omdat het op een vulkanisch gebied rust.
In het meer mag gevist worden, maar in de rivier niet. Dat ecosysteem mag niet verstoord worden.
We hebben na de lunch in de Lodge bij Old Faithfull en een sanitaire stop in het super-de-luxe Yellowstonehotel ( bestaat sinds 1891 en is het 1e hotel hier) nog een stop bij de canyon van de Yellowstonerivier gemaakt. Maar daar was door de sneeuw maar weinig van te zien en van de waterval al helemaal niets. Wel jammer, maar deze dag in deze witte omgeving vergeten we niet gauw.
Om 5 uur waren we terug en wij zijn meteen naar de bar van het restaurant gegaan. Daar hadden we het beste verbinding en konden we onze mails binnenhalen, foto’s op fb zetten en een drankje nemen. Het was een heerlijke dag. Morgen gaan we naar een hot spring resort, Fairmont geheten. Hier moeten we natuurlijk in de hete bronnen zitten, zeer geneeskrachtig moeten die zijn. Dat kunnen we wel gebruiken na deze koude dag.

Dinsdag 13 september 2016.

De wekker gaat om half zeven, half acht ontbijten, meteen de handbagage mee en om negen uur vertrekken we. De andere bagage zetten we voor 8 uur voor de deur en die wordt voor ons in de bus geladen.
Er gaat een shuttlebusje van onze lodge naar het centrale gebouw waar het ontbijt is. Die nemen we nu. Ik wil niet door de sneeuw baggeren.
Om exact negen uur vertrekken we. Zoals elke dag is iedereen ruim op tijd klaar, heerlijk. We rijden door de westelijke uitgang het YSP uit. Er staat een enorme rij om 10 uur al om het park binnen te komen, 3 rijen dik. Wil iedereen op de valreep nog even de sneeuw meemaken? Je moet dan wel op behoorlijke hoogte zitten, zoals wij bij Canyonvillage. In de laagvlakte ligt niets. Dat is natuurlijk bij ons in de Alpen ook zo. Je moet hoog zitten wil je kunnen skiën.
Meteen buiten het park, we zitten dan al in Montana, kun je zien hoe commerciële activiteiten het landschap veranderen. We stoppen in dit plaatsje. In Montana wordt er geen belasting op goederen geheven, alleen inkomstenbelasting. Dat betekent dat alles wat je koopt belasting vrij is. Natuurlijk maken we hier grif gebruik van. We hebben 2,5 uur de tijd, inclusief lunchtijd en de traktatie van een heerlijk ijsje. Ook wordt er eerst een groepsfoto gemaakt. Hier is een snelprinter in het dorp en later in de bus krijgen we de foto al, een leuk initiatief.
Wij gaan eerst naar het Imaxgebouw, waar ik een jack koop, waterproof en reversibel, voor maar $ 32,50, dus nog geen € 30,00. Geen geld, kopen dus. Dan gaan we naar de oudste winkel van het dorp, Eagles. De 3e generatie staat inmiddels in de winkel en je kunt er van alles kopen, behalve triple A batterijen volgens een van onze reisgenoten. Hier namen we een cappuccino, French vanille, erg zoet. Daarna naar de overkant, in een outdoorzaak. Die heb je hier genoeg, want er wordt veel gevist. Jan heeft veel geluk, want hier hebben ze zijn merk, Columbia, en ook nog de juiste maat, in de uitverkoop. Hij koopt een lange en een korte broek. En hier hebben ze eindelijk sportbadpakken, zwart, die moet ik dus voor Shari kopen. We slaan onze slag. Dan maar naar de “mall” , een houten vloer en een houten overkapping met aan 3 kanten winkeltjes, meer giftshops. Maar er zit ook een kapper en een leuke modezaak. En je raadt het al, hier zie ik bijzondere t-shirts, en ze passen ook nog.
Dan is het tijd om terug te gaan voor ons ijsje en daarna gaan we Montana verder in.
Montana is een enorm groot land, dat verdeeld is in 56 “counties”’. Dat van Madison waar wij doorheen rijden is al groter dan het YSP. Ik weet niet meer hoe groot de grens met Canada is. Maar het is enorm en er woont bijna niemand in. We rijden langs ranches met vleeskoeien, alleen zie je de boerderijen niet en ook de zwarte koeien maar af en toe.
Wel komen we langs een gebied waar op 17 augustus 1959 een aardbeving was. Het was langs de Madisonrivier. In 8 secondes stortte er een berg totaal in en vulde de rivier helemaal op. De rotsen en het puin kwam tot op de overkant van de rivier terecht. Nu de rivier afgedamd was, ontstond er gevaar voor overstromingen. De rivier kon geen kant meer op en er was in 1948 hier heel dicht bij een dam gebouwd. Men was bang dat die zou bezwijken. Er werd een beroep gedaan op iedereen die een graafmachine had om de nationale troepen te komen helpen. En na 60 dagen was er een doorbraak bereikt en kon de rivier weer stromen. Er waren wel wat doden te betreuren, maar gezien het feit dat het hoogzomer was en alle logeermogelijkheden en campings vol zaten, viel het dodental mee. Het meer dat er nu ligt, heet Earthquake Lake.
Na de film in het visitor’s centre gaan we weer op pad. We hebben nogal wat oponthoud door wegwerkzaamheden en nemen het laatste stuk de interstate 90 om nog redelijk op tijd in ons hotel te zijn. We willen wel allemaal van deze hotsprings genieten. Het minerale water dat uit de hete bronnen komt, wordt naar het hotel geleid en met wat koud water vermengd in het kleine bad gelaten. Het is toch nog 104 graden F. Het grote bad er naast is maar 94 gr F. Na het diner, nou ja, hamburgers en hotdogs met salades en zo, gaan we met velen het hete water in. Het hete bad is mij naar een paar minuten toch te heet en ik ga dan ook lekker badderen en een beetje zwemmen en kletsen in het grote bad.
Nu is het tijd om deze week af te sluiten. Morgen moeten we al om 8 uur klaar staan om naar ons laatste hotel al weer te gaan. We hebben nog 1 nationaal park te gaan, namelijk het Glacier National Park, dat tegen de Canadese grens aanligt. Jan kan deze week weer op onze site plaatsen.

Week 4.

Woensdag 14 september 2016.

Vanuit dit, een beetje verlopen, hotel gaan we op weg naar ons volgende hotel, in Glacier National Park.
Onderweg stoppen we nog bij een heel aparte brandbestrijding, namelijk de Smokejumpers.
Het zijn mannen en een paar vrouwen, goed getraind, die bij bosbranden, uit een vliegtuigje springen en heel dicht bij het vuur terecht komen. Hun taak is om het vuur in te dammen. Bovendien kunnen ze met GPS gegevens aangeven waar de blusvliegtuigen hun water kunnen laten vallen. Deze mensen zijn supergetraind. Er zijn er altijd op de basis een paar aanwezig. Het is een gewone van 9 tot 5 baan en het verdient 16 dollar per uur, heel weinig voor dit gevaarlijke werk. Bovendien is er alleen in de zomer werk. In de winter moet iedereen een ander baantje zoeken, ze worden dan niet doorbetaald. De rondleiding was bere-interessant. Wij hadden nog nooit van dit soort brandweermannen gehoord.
We stoppen uiteraard nog een keer voor een lunch en dat is aan het Flatheadmeer. Het restaurant, het Eastshore Smokehouse, bar en grill, wordt door de eigenaars gerund en heeft als specialiteit een grote rookoven. We bestellen hier dan ook, samen, een plate met allerlei gerookt vlees. Hier zitten ook weer de bruine bonen en ook wat rode kool bij. Het is erg lekker. We zitten samen aan tafel met Ann en Gary en de chauffeur Faisal. Die vertelde dat Chinese toeristen een visum voor 10 jaar krijgen, wel ongelooflijk, maar hij had het zelf gezien. Wel bizar, als je bedenkt dat wij er na 3 maanden uit moeten en allerlei Esta formulieren moeten invullen.
Na deze stop rijden we in 1 keer door naar het park. Ons hotel is de Mac Donald Lodge en die lijkt op een Zwitsers chalet. Dat was ook de bedoeling van de bouwer. Rijke Amerikanen moesten hun geld hier en niet in Europa uitgeven. Dat was al rond 1900 de filosofie. Het is een schitterend chalet, echt met enorm dikke balken en veel opgezette dieren. Wij krijgen hier een kamer op de 1e verdieping, geen lift en geen tv. Er waren ook huisjes en daar werden de meeste van ons onder gebracht. Die kamers waren bijna allemaal heel klein, wij hadden geluk met onze suite in de lodge. Het hotel staat pal aan het White Fish meer en je kan er heerlijk over het water uitkijken. Verder staan alleen die hotelhuisjes en nog een klein motel en een paar privéhuizen aan het meer. Die stonden er al voor het in 1890 een nationaal park werd. Die privé huizen mogen alleen aan familie door gegeven worden. Bij verkoop buiten de familie gaat het over in handen van het park, het hotel met name.
’s Avonds eten we er met nog 3 stellen. Dat kan pas om half negen, zo druk is het er. Dat kan ook niet anders, want er is niets anders in de buurt. Daarna wordt het tijd om naar bed te gaan. Morgen gaan we het park in.

Donderdag 15 september 2016.

Er staan voor ons 3 rode “jammer”bussen klaar om de “Going-to-the-sun-road” te rijden. Dit is een weg die helemaal in de bergen is uitgehakt in de vroege 20e eeuw. We stijgen vanaf het meer tot 6664 feet, zo’n 2221 meter boven de zeespiegel. De bussen zitten krap, we zitten met ons 3-en op een bank en er ligt een deken klaar. Dat is ook wel nodig, want het leren dak wordt naar achter gerold en tijdens het rijden is het behoorlijk koud. Maar steeds wordt er onderweg gestopt en kan men staand foto’s maken. Dat is dan weer makkelijk. Van de chauffeur krijgen we allerlei uitleg, over de aanleg van de weg bijvoorbeeld en over de leefwijze van de beren. Hier leven de zwarte beer en de grotere Grizzlybeer. Wij hebben ze geen van beiden gezien, wel 2 langhoornschapen ver weg boven op een zonnige weide.
De Loganpass is gelukkig weer open, hij was gisteren vanwege slecht weer gesloten. We passeren de Continental Divine, vele malen trouwens deze reis. Dit is de waterscheiding waarbij aan de westkant al het water naar de Grote Oceaan stroomt en aan het oosten naar de Golf van Mexico. Hier is nog een 3e scheiding en dat is dat er ook water naar het noorden, naar de Hudsonbaai stroomt Canada in dus. De rit eindigt in het St. Mary’s bezoekers centrum. Hier hebben we 3 kwartier om rond te kijken en foto’s te maken. Ook kan ik mijn paspoort van de nationale parken laten stempelen en er een sticker kopen. Maar eerst ga ik, en met mij vele, in de rij staan voor het toiletgebouw. Van de kou moeten we naar de wc. Om half 12 gaan we op pad en rijden in een keer door naar de lodge, dat duurt een uur. Boven op de bergtoppen ligt hier en daar wat sneeuw, maar veel is het niet. Eind september is het seizoen afgelopen, gaat de pass dicht en wordt het koud. Het hotel bleef uiteraard wel open.
’s Middags hebben we een ommetje gemaakt, de omgeving verkend. Het was toen heerlijk weer. En om 4 uur konden we aan boord van een rondvaartboot voor een tochtje van een uur over het meer. De schipper vertelde wel van alles, maar dat heb ik maar over me heel laten komen. Gewoon genieten van een vaartochtje over een rimpelloos meer was al heerlijk.
’s Avonds hebben we ons afscheidsdiner en zitten we met elkaar aan 5 grote tafels van 8 personen. Wij zitten met Phyllis, Frank, Gordon, Jane en de reisleider Conrad aan tafel. Het was erg gezellig met elkaar.
Morgenochtend staat de bus al om 7 uur klaar. Om kwart over 8 komt de trein in White Fish aan en dan stappen we in. Nu niet al te laat naar bed en ook nog alles inpakken en klaar zetten. Om 5 uur gaat de wekker.

Vrijdag 16 september 2016.

Om 6 uur staan de koffers buiten en kunnen we om half 7 nog even vlug ontbijten. Daarna de bus in, om bij aankomst bij het stationnetje te horen dat de trein een uur vertraging heeft. Geeft niks, we gaan gewoon aan de overkant in het wegrestaurant zitten en nemen koffie of jus en een huckleberry muffin.
Dan komt de trein er aan en gaan we op de juiste instapplek staan. Het is een enorm hoge instap, maar gelukkig komt Oscar uit de trein zetten om een opstapje te plaatsen. Nu kan iedereen de trein in. We worden allemaal naar de middelste wagon gedirigeerd, zodat de bemanning onze koffers naar binnen kan zetten. Ook in deze restauratie wagen staat weer een ontbijt klaar, maar wij hoeven niet meer.
Dan gaat de treinreis van 30 uur beginnen. Drank, lunch, drank, diner, drank, etc. Het wordt een luie dag. Onderweg zien we veel. Wij kijken veel naar buiten, iets wat onze reisgenoten veel minder doen. Het zijn eindeloze vlaktes, maar toch liggen er strobalen. Er zal dus wel iemand wonen. De boerderijen staan op enorme afstand van elkaar. Soms zie je een paar huizen en dan ook een kerkje bij elkaar staan.
Deze keer slapen we beter, waarschijnlijk gewenning. De hele accommodatie van dit Pullmanrijtuig valt ons wel tegen. Het rijtuig stamt uit de 50-er jaren, de banken zijn nauw en de slaapcabines en met name de bedden oud en niet meer van deze tijd. Dat was in de Rocky Mountaineer in Canada wel anders. Dat was supermodern en ruim.
Er wordt blijkbaar in het spoor in de VS niet geïnvesteerd. Het goederenvervoer gaat ook voor en dan moeten de personentreinen wachten. Ons passeerde een trein met 4 locomotieven en 133 wagons er achter, dat is niet niets. Maar van hogesnelheidstreinen hebben ze hier nog niet gehoord. Nu doet onze West Glaciertrein er 4 dagen over om van Seattle naar Chicago te rijden. Dat zou veel en veel sneller kunnen, maar niet op de bestaande rails en met de huidige Amtraktreinen. In China kan het wel, een goed spoorwegennet aanleggen binnen de kortste keren, maar het is in de VS niet een prioriteit. Iedereen vliegt hier van de een naar de andere kant van het land. Er zijn overal vliegvelden, zelfs internationale.

Zaterdag 17 september 2016.

In de loop van de ochtend verandert het landschap allengs, het wordt natter en groener. De huizen worden mooier en groter.
Om half 5 komen we in het Union Station in Chicago aan, maar een half uur te laat. Dat valt erg mee. Op het een na laatste station zijn er al veel uitgestapt om eerder op het vliegveld O’hara te zijn. De aansluittijden voor de vluchten zijn soms krap genomen. Voor ons is dat niet het geval. Wij nemen een taxi naar ons hotel, Marriott, aan de Noord Michigan Avenue, de zogenaamde Magnificient Mile.
Het is heerlijk weer en we trekken dan ook korte broeken aan en gaan de straat op. Onze avenue lijkt erg op de PC maar dan met veel grotere en veel meer winkels. Heel leuk om zo zaterdagavond hier in Chicago rond te lopen. Natuurlijk gaan we een shoppingmall in, die in de Watertower naast Macy’s.
Morgen hebben we de hele dag om de stad te verkennen. We besluiten om een riviercruise te maken, de architectuurcruise wel te verstaan.
Maar eerst gaan we in de lobby een biertje drinken. Hier is het een lawaai van jewelste. De muziek staat aan, er zitten veel mensen te praten en een groot scherm geeft 6 zenders tegelijk aan. Wij zitten dit met verbazing aan te kijken. Wel erg leuk om te zien allemaal.

Zondag 18 september 2016.

We lopen naar de rivier en vinden een van de vele cruisemaatschappijen. En we zijn nog op tijd voor de rondvaart van 11 uur. We krijgen uitleg over de wolkenkrabbers en andere gebouwen die aan de rivierkant staan. De Duitse architect Mies von der Rohe heeft hier voor de oorlog al gebouwd. Hij is hier neergestreken en heeft er een bureau gehad. Er is zelfs een straat naar hem genoemd. Zijn 1e gebouw zette hij al in 1929 neer, in de Bauhausstijl. Het is ons opgevallen dat meerdere gebouwen in 1929 zijn gebouwd, net voor de Grote Depressie dus.
Na de rondvaart hebben we de stad verder verkend met een hop-on-hop-of bus. Zo hebben we ook het Milleniumpark gezien en het aquarium en de Navypier en de Willettower. Ook kwamen we door de straat waar meerdere beroemde restaurants te vinden zijn.
Ook dat waar je de beste steaks kunt krijgen, namelijk Weber’s. Hier gaan we later eten en het is er inderdaad heerlijk. Hier mee is onze vakantie aan het eind gekomen.
Ik ga nu proberen om alles ingepakt te krijgen en dat gaat me lukken ook. Alleen mijn strooien hoed en mijn nieuwe jas moet ik dragen. Dat kan.

Maandag 19 september 2016.

We hoeven niet vroeg op. Onze vlucht is pas om 6 uur. Eerst koop ik voor ons nog een banaantje in het Starbuck’s beneden in de lobby. Dan gaan we met onze bagage naar beneden en de portier zorgt er voor dat er een limousine voor komt rijden, in plaats van een taxi. Dit keer was er niet veel verkeer op de weg en waren we in een half uur op het vliegveld. Ook met onze priority incheck komen we snel door de douane en de security heen en daar zitten we dan.
Een croissantje en een zakje chips gaat er wel in. Ook koop ik nog reiskousen, die stimuleren de bloedsomloop als je lang moet zitten. En heerlijke chocola voor Guusta die ons komt halen.
Het vliegtuig is op tijd en dan zien we Chicago onder ons verdwijnen.
8 uur en 20 minuten later en nog 7 uur tijdverschil er bij staan we om 9.20 uur dinsdagochtend op Schiphol. Guusta heeft zich ook al gemeld.
Het was een fantastische vakantie.

Inhoudsopgave

Galerij

Op de hoogte blijven?

Vul je e-mailadres in en ontvang een notificatie zodra er een nieuw verslag online komt.
Scroll naar boven