2010 Grand Voyage around South America & Antarctica met het ms “Prinsendam”.

2010 Grand Voyage around South America & Antarctica met het ms “Prinsendam”.

South America & Antarctica Grand Voyage 2010

Vaarschema:

09-1-2010 Ft. Lauderdale
10-1-2010 Ft. Lauderdale
11-1-2010 Ft. Lauderdale
12-1-2010 Ft. Lauderdale
13-1-2010 Ft. Lauderdale
14-1-2010 Key West
15-1-2010 Op zee
16-1-2010 Op zee
17-1-2010 Santa Marta
18-1-2010 Op zee
19-1-2010 Providencia Isla
20-1-2010 Puerto Limon
21-1-2010 Panama Kanaal
21-1-2010 Fuerte Amador
22-1-2010 Fuerte Amador
23-1-2010 Op zee
24-1-2010 Manta
25-1-2010 Op zee
26-1-2010 Op zee
27-1-2010 Callao
28-1-2010 Callao
29-1-2010 San Martin
30-1-2010 Op zee
31-1-2010 Arica
01-2-2010 Iquiquei
02-2-2010 Op zee
03-2-2010 Coquimbo
04-2-2010 Santiago
05-2-2010 Op zee
06-2-2010 Robinson Crusoё
07-2-2010 Op zee
08-2-2010 Puerto Montt
09-2-2010 Puerto Chacabuco
10-2-2010 Darwin Kanaal
11-2-2010 Op zee
12-2-2010 Punta Arenas
13-2-2010 Ushuaia
14-2-2010 Drake Passage
15-2-2010 Antarctica
16-2-2010 Antarctica
17-2-2010 Antarctica
18-2-2010 Op zee
19-2-2010 Port Stanley
20-2-2010 Op zee
21-2-2010 Op zee
22-2-2010 Buenos Aires
23-2-2010 Buenos Aires
24-2-2010 Montevideo
25-2-2010 Op zee
26-2-2010 Op zee
27-2-2010 Rio de Janeiro
28-2-2010 Rio de Janeiro
01-3-2010 Op zee
02-3-2010 Salvador
03-3-2010 Op zee
04-3-2010 Recife
05-3-2010 Op zee
06-3-2010 Fortaleza
07-3-2010 Op zee
08-3-2010 Belem
09-3-2010 Evenaar
10-3-2010 Santarem
11-3-2010 Boca de Valeria
12-3-2010 Manaus
13-3-2010 Manaus
14-3-2010 Parintins
15-3-2010 Evenaar
16-3-2010 Op zee
17-3-2010 Duivelseiland
18-3-2010 Op zee
19-3-2010 Bridgetown
20-3-2010 Op zee
21-3-2010 Ponce
22-3-2010 Op zee
23-3-2010 Op zee
24-3-2010 Ft. Lauderdale
25-3-2010 Amsterdam.

Week 1

Zondag 10 januari 2010.

Deze week begin ik op zondag 10 januari. Gisteren hadden we een reisdag en die verliep voorspoedig. We hebben een tussenlanding gemaakt in Dallas om over te stappen. We waren ’s nachts om half een in het hotel. En dat vanaf ’s ochtends 8 uur met de hotelshuttle naar het vliegveld van San Diego, dat is een hele dag. Gelukkig hebben we een stapel boeken bij ons op de e-reader. (Ik heb een heel aardig verhaal uitgelezen, het heet “In betrekking”en is geschreven door Maria van der Ent. Het is de geschiedenis van een jong meisje dat moet gaan dienen als binnenmeisje bij deftige families in Rotterdam, begin 20e eeuw.) En ook Jan heeft zijn eerste boek uitgekregen, een dikke van Forsyth.
De volgende ochtend heeft Jan bij de bellboy onze 4e koffer opgehaald, die hadden we in bewaring gegeven met onze winterkleren er in.
We zouden vandaag Ilene en Steven ontmoeten, maar die hadden helaas afgezegd. Ilene was heel erg verkouden geworden en wilde ons niet aansteken. Heel verstandig. Maar nu moesten we zelf een bezigheid zoeken en dat in een heel koud Florida. Het enige wat er dan op zit, is een shopping mall. Die zijn vanaf 12.00 uur open en dat hebben we toen maar gedaan. Het is geen straf voor ons, die Galeria Mall. We hebben wel een taxi genomen.
We zijn allebei goed geslaagd. Van het merk Ralph Lauren hebben ze hier van alles ook in Jan zijn maat en voor Nederlandse begrippen heel goedkoop. Ook is er nog van alles in de uitverkoop, dus gaan wij de komende tijd in “Ralph Lauren” gekleed. Jan heeft de nieuwste kleuren aangeschaft, hard groen en oranje en roze, en ik meer de klassieke variant, met ook nog iets in zuurstokkenroze. Dit was allemaal bij Dillards. We kunnen elkaar zo wel vinden aan boord. Aan het eind van de middag hebben we samen een halve kip met rijst en patat opgepeuzeld en toen zijn we weer met een taxi naar het hotel getufd.
Bij de “All about food”winkel hebben we een fles wijn en 2 zakken chips en 2 zakken M&M’s aangeschaft en met het kaartspel Skip-Bo hebben we een leuke avond gehad.

Maandag 11 januari 2010

Vanmorgen om kwart over negen hebben Howard en Ethel al gebeld voor een praatje. Ook bij hun, in South Carolina, is het in geen jaren zo koud geweest.
Ons ontbijt, genuttigd bij de Foodshop om de hoek, bestaat elke dag uit een grote beker verse jus d’orange en een bakje verse mango stukken, heerlijk.
Nu is het weer wat beter, de lucht is strakblauw en er staat een lekker zonnetje. We besluiten dus om naar de Galleria mall te gaan lopen langs de boulevard.
Het is een wandeling van ruim 3 kwartier met de zon in onze rug. Toen hadden we de koffie met croissant ( ik ) en cinnamin bun ( Jan ) wel verdiend. Nu op naar Macy’s, de andere grote kledingwinkel. Jan wil nog steeds een geklede, dunne broek kopen. Ze hebben de broeken hier precies op maat voor mannen, zowel de tailleomvang als de beenlengte kloppen en passen precies. En jawel hoor, weer van Ralph Lauren, in de aanbieding, een mooie grijze broek. En met de klantenkortingskaart, die je bij de klantenservice kan afhalen, krijgen we nog eens 10% korting. Alleen ben ik er nog steeds niet op bedacht dat er bij alles nog eens 6% belasting opgeteld moet worden. En ik ga met een bodywarmer voor de halve prijs naar huis.
Na weer een kippetje gescoord te hebben, zijn we met een taxi weer terug naar het hotel gegaan. Na weer een avondje Skip-Bo-en met een glaasje water of wijn en chips is deze dag ook al weer om.

Dinsdag 12 januari 2010.

Vanuit Wieringerwerf kregen we een minder leuk bericht door. Rieki en Christian, die in ons huis logeren, constateerden dat de verwarming uitgevallen was. Dat had de installateur, Ted van den Kommer, snel verholpen. Maar een dag later was de oude radiator onder het raam gaan lekken en konden ze dweilen, erg jammer allemaal. Nu heeft Ted de hele radiator maar weggehaald. Er moet een nieuwe geplaatst worden. Gelukkig dat we logees in huis hebben, anders had de hele boel lange tijd onder water gestaan.
Wij gaan straks de laatste inkopen doen, scheermesjes en dvd’s ( ? ) en dan de koffers maar weer inpakken om ze morgen aan boord weer helemaal uit te pakken. Op de Prinsendam heeft elke hut een inloopkast, ik zal alles er dus ruim in kwijt kunnen.
Het is hier nu weer wat warmer geworden en misschien gaan we wel een oud koloniaal huis bezichtigen, het Bonnethouse. Het is pas vanaf 12.00 uur open, dus we hebben de ochtend vrij om van alles te regelen, mailen en bellen en zo.

Woensdag 13 januari 2010.

De dag van het inschepen van de grote Zuid-Amerika en Antarcticareis.
Van het bezoeken van het Bonnethuis is niets meer gekomen. We zijn wel op weg gegaan, maar bij een grote drugstore gestopt om nog wat inkopen te doen, zoals scheermesjes, tandpasta en zulks. Dat werd uiteindelijk zoveel,dat we het eerst maar terug gebracht hebben naar het hotel en onderweg besloten hebben om bij een mooi restaurant op de boulevard ons laatste maal hier in Fort Lauderdale te nuttigen. Dat hebben we gedaan en daarna was het weer tijd om naar het hotel terug te gaan. De koffers moesten nog gepakt worden, alles moest mee. Gelukkig hoefde er niet op de verdeling van het gewicht gelet te worden en ook niet waar je de schaartjes en mesjes laat.
Bij de receptie van het hotel troffen we een Nederlands echtpaar, bejaard, dat zonder koffers zat. Ze waren net aangekomen en stonden bij de hotelconciërge te vragen of die naar het vliegveld wilde bellen. Alleen spraken ze geen woord Engels en die mevrouw geen woord “Pools”, wat Nederlands bleek te zijn. We hebben toen maar alles vertaald. Dit Nederlandse echtpaar zit ook aan boord. We zullen straks ( donderdag inmiddels ) eens zien of ze alles nu hebben. Het lijkt ons wel moeilijk om ergens heen te gaan waar je de taal niet leest noch spreekt. Ik vergelijk het maar met reizen in Rusland of Griekenland.
Enfin, wij waren er klaar voor. Woensdag om 10.15 uur hebben we de hotelshuttle genomen om ons te laten afzetten bij de PRINSENDAM.

We hebben een 4sterren Mariner status en dat geeft voorrang bij het inchecken, samen met de Deluxe verandasuites. Soms geeft dat een snelle toegang tot het schip, maar nu was er van vertraging sprake. De Prinsendam kwam namelijk net uit het droogdok, er zijn 26 hutten bijgebouwd op dek 8 achterop, en de arbeiders moesten er nog vanaf. Om 13.00 uur was er nog 1 contractor aan het werk en toen die klaar was, mochten we er op. Toch is het schip nog niet klaar, het achterdek op het promenadedek is nog niet klaar en daar kan je dus niet komen. Vanuit de eetzaal kijk je zo op de werkzaamheden. Ook hier hebben dus heel veel Polen het meeste werk gedaan, zij zijn geschoold. Deze informatie hebben we trouwens van onze tafelgenoot, die van oorsprong een Tsjech is en bij het frontoffice aan deze informatie kwam.
Maar weer terug bij het inchecken, je moet allemaal je inentingboekje voor de gele koorts, nodig voor Brazilië, laten zien en een formulier voor je gezondheid invullen. Maar tot onze verbazing zagen we een vrouw, die bij de incheckbalie al onderuit ging en later nog een keer bij de sloepenrol, toch gewoon op het schip?
Er is weer een grote groep van Cruise Specialists aan boord ( 96) en die wordt begeleid door een, van oorsprong Nederlands, echtpaar. Wij hebben elkaar eerder bij een cruise ontmoet, maar we weten niet meer op welke.
Later op de middag hebben we gepraat met een echtpaar, waarvan de man in de 60-er jaren als scheepswerktuigbouwkundige op de ss “Rotterdam” heeft gewerkt, van de bouw af aan. Wat is de wereld klein. Hij spreekt dus nog Nederlands, maar woont al meer dan 40 jaar in Nieuw- Zeeland met een Engelse vrouw.
’s Avonds in de diningroom hebben we onze e-mailkennissen, Jan en Ria van Kasteel ontmoet. Zij herkenden ons van onze website, wij kenden hen niet dan van e-mailcontact. Later op de avond hebben we in het Crow’s nest een echtpaar ontmoet, dat ook de Aziëcruise gemaakt heeft. Leuk om daar dan nog over te praten, dan gaat die reis ook weer leven. Bij hen vergeleken zijn wij maar kleine kinderen wat cruisen betreft. Zij hebben in 2009 nog 2 grote reizen gemaakt, Boston-Rotterdam-Boston (35 dagen) en Zwarte Zee- Athene-New York ( 38 dagen). Zij zijn bijna niet thuis. En nu weer deze van 70 dagen. Amazing.
Hierna was het tijd om naar bed te gaan. We hadden inmiddels al 3 koffers uitgepakt, alleen de avondkleding ontbrak nog.

Donderdag 14 januari 2010.

Aankomst in de eerst Port of Call, Key West, het zuidelijkste puntje van de Verenigde Staten. We komen om 10.00 uur aan en na dit verslag gaan we aan boord. Het is ook nu weer niet warm, maar zo’n 15 graden. Dus dat betekent een lange broek aan en een jas of vest. Hier zijn weer veel juwelierszaken, maar ik heb niets nodig. Het is wel leuk om te kijken, maar daar is voor Jan op den duur niets meer aan. Er gaat wel een trammetje en daar maken we een rondritje mee.
We horen net via de intercom dat er moeilijkheden zijn met het uitlaten van de gangway. We hebben dus de tijd. Jan maakt nog maar een fotootje voor bij het verslag.
We hebben wel steeds CNN aan staan over de ramp, de aardbeving, in Haïti, er zijn honderdduizend doden te betreuren. En dat in dit straatarme land, dat vorig jaar ook al erg door hurricanes werd getroffen. Hulp van uit de hele wereld is onder weg.
Key West is een beetje verlopen havenplaatsje, sinds de marine het niet meer als thuishaven heeft. Je vindt er veel toeristen en nog al wat hippies. Zij komen aan het eind van de middag op het plein bij de haven om er te jongleren, vuur te blazen en nog zo het een en ander.
Wij hebben er een beetje rondgelopen, er een koloniaal huis met tuin bekeken en er een restje van een pianoconcert beluisterd. Ook heeft Jan er een nieuwe hoed gekocht, een imitatie Tillyhoed.
We zagen te laat aan de andere kant van de straat een officieel verkooppunt van Tillyhoeden. Het scheelde wel veel dollars. Die hebben we toen maar besteed aan een biertje en een quesadillo en een echte Key Lime Pie bij Fogarty’s, lekker op hun terras. De rest van de middag hebben we maar op het achterdek en op ons balcon doorgebracht, heerlijk relaxed.

Vrijdag 15 januari 2010.

Vandaag onze eerste zeedag, Ria is ’s morgens naar de Tai Chi geweest en daarna hebben we ontbeten in het Lido restaurant. Daarna is Jan de bridgelessen gegaan en Ria naar de shore excursion lecture, maar dat was oude koek voor haar. Om 11 uur hebben we de eerste lezing bijgewoond van Joe Daley. Die ging over de invloeden van de Aziatische bevolking tijdens de laatste ijstijd in de periode dat er op het Amerikaanse continent nog geen mensen aanwezig waren. Hij liet door middel van foto’s de overeenkomsten zien tussen de indianen en de Aziatische bevolking uit het noorden van Japan en China. Na de lunch op het achterdek zijn we naar de introductie van de danslessen gegaan. Daar kregen we te horen hoeveel verschillende dansen we gaan leren tijdens de gehele reis. Hierna was het tijd om naar de wijnproeverij in het restaurant gegaan waar we een witte, een rode wijn en een champagne hebben geproefd. We vonden het heel knap van de cellarmaster Ben om een heel uur vol te praten over wijnen, zonder maar iets te zeggen over de wijn die we voor onze neus hadden staan.
’s Avonds hebben we kennis gemaakt met jan en Ria van Kasteel. Zij hadden via e mail om informatie gevraagd over de Hal en over de Prinsendam. En aangezien wij een heel positief verhaal hebben verteld, hebben zij deze cruise geboekt. Nu maar hopen dat ze niet teleurgesteld worden.
Onze tafelgenoten zijn Canadezen. Karen is in New Foundland geboren en Jan is van oorsprong een Tsjech, die in 1968 vertrokken is.
In het casino heb ik de eerste winst geboekt, 15 dollar netto winst, erg leuk. Nu kunnen we morgen nog een keertje gaan.
Voor het diner hebben we trouwens ons eerste dansje gemaakt, in de Ocean bar, waar een goeie band speelt. Er wordt echte dansmuziek gespeeld.

Zaterdag 16 januari 2010.

Vanochtend weer om 8 uur op voor Ria’s Tai Chi. Na het ontbijt is Ria naar de Port Information Talk van Frank Buckingham gegaan en Jan weer naar zijn bridgelessen. Om 11 uur is Jan naar de kooklessen geweest van Paulette Mitchell voor het maken van Zuid-Amerikaanse gerechten. Als eerste was het maken van een “Quinoa, Black Bean and Corn Salad” welke we ook konden proeven. Daarna het maken van een “Blue Corn Griddle Cakes with Avocado Cream and Tequila-Glazed Shrimp”. Beide recepten hebben we meegekregen en zullen zeker door Jan in Nederland worden gemaakt. Na de lunch was het tijd voor de eerste danslessen, deze keer was de Engelse Wals aan de beurt. Het was behoorlijk druk maar voor ons was het makkelijk omdat we dit in Nederland al hadden geleerd en we nu vrij konden oefenen zodat de basispassen nog eens uitgebreid konden worden geoefend. Bij terugkomst in de hut lag er een brief van de CEO van de Holland America Line, Stein Kruze, met het verzoek om een donatie te geven voor de slachtoffers in Haiti. De donaties worden dan overgemaakt naar het Amerikaanse Rode Kruis. Wij hebben 100 dollar gedoneerd en als alle passagiers dat doen dan komt er een aardig bedrag binnen.

Week 2.

Zondag 17 januari 2010.

Op een zondag in een haven aankomen is vaak geen voordeel. De meeste winkels zijn dicht en alleen een museum is open.
Ook in Santa Marta in Colombia waren de meeste winkels dicht, maar na de kerkdienst gingen in de hoofdstraat de winkels toch open en kwam de straatverkoop op gang. Ook werd er in een zijstraat een markt gehouden. We hebben de shuttlebus naar het centrum genomen en er wat rondgelopen. In de kathedraal werd de mis opgediend, de kerk zat vol. Iedereen was op zijn zondags, ook de kinderen en dat is fantastisch om naar te kijken. In de hoofdstraat waren wel 20 schoenenwinkels naast elkaar, van de Bata zelfs 2. En dan kon je bij de nodige stalletjes ook nog schoenen kopen. Alleen dollars namen ze niet aan, wel creditcards. Maar ik kon niet slagen, dus het kopen werd niks.
Daarna zijn we naar de boulevard gelopen. De stad van ongeveer 500.000 inwoners ligt heel mooi in een baai en beschut door een van de hoogste bergketens, de Sierra Nevada de Madre. Je loopt van de boulevard zo het strand op en de zee in, zonder drempels en zo. Het was heel druk met de plaatselijke bevolking. Je ziet er nauwelijks een toerist.
Aan de overkant, op een klein terras van een restaurant, hebben we een biertje/watertje gedronken en daarna zijn we weer naar het schip gegaan. We hadden toen alles wel gezien. In de middag wordt het heel warm en dan is een plek in de schaduw heerlijk. We hebben dus een hele tijd op het achterdek van het Lidodek zitten lezen.
De show in de “Showroom at sea”, de voormalige “Queen’s lounge”, bestond uit een pianist uit Brooklyn, die een aardig concert gaf. Maar dat van maandagmiddag, een klassiek concert, vonden wij vele malen beter.

Maandag 18 januari 2010.

Vandaag hebben we weer een zeedag. Het zwembad op dek 9 achter werd feestelijk geopend om 10.00 uur met Bloody Mary’s en champagne. De band speelde en het was een vrolijke boel. Eerst had ik er al mijn Tai Chi opzitten. En na de opening hadden Jan en ik een druk programma. Jan ging in het culinaire arts centrum naar dia’s van allerlei voedselmarkten van over de hele wereld kijken en ik heb de informatie gevolgd over de excursies in Ecuador en Peru. En na de lunch ( op het achterdek van het Lido) was er weer een dansles. Het verloopt ietwat chaotisch. Het is maar goed dat wij het al kunnen, want van deze les leer je niet al te veel. Het dansechtpaar is werkelijk alleraardigst en ze zijn heel behulpzaam, maar je moet heel veel zelf oefenen om het onder de knie te krijgen. Toch gaan we elke keer, want dan oefenen we ook steeds weer. En elke avond gaan we weer om 19.00 uur naar de Oceanbar waar de fantastische band heel fijne dansmuziek speelt. En het helpt ook dat er 4 danshosts, zodat de dansvloer steeds bezet is en je er niet alleen staat te dansen.
Morgen gaan we naar het Isla la Providencia. Niemand weet wat er te doen is, zo dat we allemaal een ontdekkingsreiziger zijn. We gaan op ontdekkingstocht. Er wonen 5000 mensen op dit eiland, net zoveel als in heel Wieringerwerf. Ik denk dat het strand de beste bestemming zal zijn. We zullen zien.

Dinsdag 19 januari 2010.

Het eiland was achteraf erg interessant om aan te doen, want het was een niet-bedorven Caraïbisch eiland. Hier zag je geen diamantwinkels of andere juweliers of tassen annex T-shirtenshops. Eigenlijk was er niets.
Voor de bevolking niet zo leuk, want het was er behoorlijk arm. De huizen waren meestal niet meer dan houten barakken met golfplaten daken en hangmatten er in of er voor. Maar er was geen gebrek aan eten, want er valt voldoende regen,zo’n 3 maanden per jaar.
En dat is voldoende om er groente en fruit te laten groeien. Maar veel mannen werken er op cruiseschepen, want ze spreken Engels en Spaans. Ze zijn dan 10 maanden van huis en daarna 2 maanden thuis. Wij hebben een privéchauffeur genomen en ons laten rondrijden op de enige weg die rond het eiland gaat. De stukken dicht bij het grootste plaatsje en bij het vliegveld was behoorlijk, maar aan de andere kant van het eiland was het een smalle, kapotte weg.
Men wil het toerisme promoten, maar het geld voor de aanleg van de enige weg was verdwenen en niemand weet waarheen. De Prinsendam was tot nu toe het grootste schip dat ooit de haven had aangedaan en het was dit jaar het 2e cruiseschip. De hele politiemacht was op de been om de veiligheid te garanderen.
Dit, terwijl er eigenlijk geen criminaliteit op het eiland voorkomt. Dat heb je met eilanden, men kan er niet zo gauw af en iedereen kent elkaar. Er valt dus weinig te verbergen. Tussen Isla La Providencai en Santa Catarina ligt een krakkemikkige pontjesbrug en die zijn we natuurlijk over gegaan.

Op dat kleinste eiland heeft de zeerover Henry Morgan zijn laatste dagen gesleten. Te laat hebben we er een strandje ontdekt, dus er gezwommen in zee heb ik niet, jammer genoeg. Maar later in het zwembad op dek 9 achter, waar zeewater in zit, hebben we dat gemis goed gemaakt. Dat was ook heerlijk. Dus al met al was het een fijne dag, ondanks dat er niets te doen was aan land.

Woensdag 20 januari 2010.

Vandaag komen we in Costa Rica aan, in de haven Puerto Limón. Hier in deze erg armoedige haven is niets te zien. Je bent wel verplicht om een excursie te doen. Wij hebben gekozen voor een boottocht over een kanaal, parallel aan de kust. Dit kanaal loopt door naar Nicaragua en Guatemala en wordt gebruikt voor transport. Wij hebben er naar vogels en luiaards gekeken. Krokodillen waren er niet. Maar ervoor zijn we op een bananenplantage geweest. Er komt nog heel wat bij kijken voor de bananen bij ons in de winkel liggen. Elke kam bananen aan 1 plant krijgt 3 maanden de tijd om alleen te groeien. Pas daarna krijgt er een nieuwe bloem de kans om tot een bananenkam uit te groeien en na 3 maanden weer 1.
We kregen ook kleine banaantjes te eten, die zijn heerlijk. En voor we de rondvaartboot opgingen, stond er vers fruit klaar, heerlijke ananas en watermeloen.
Om 13.00 uur waren we terug. Naast ons op de kade lag er een groot Carnivalschip, de Freedom, met 3000 passagiers als hij vol zit.
Vandaag was het na de lunch tijd voor een siësta, daar waren we aan toe. En verder hebben we bij het uitvaren heerlijk op het achterdek gezeten met een kopje koffie.
Morgen vroeg komen we bij het Panamakanaal aan, al om 5.00 uur. We mogen er pas in als de autoriteiten het sein geven en dat zal om ongeveer half zeven zijn.

Donderdag 21 januari 2010.

Met de Statendam zijn we ook door het Panamakanaal gevaren, dus dat verslag doe ik niet over. Verder hadden we een heerlijk relaxte dag.
We hebben wat uitgeslapen, want we gingen pas om 2 uur naar bed. We dachten dat de klok een uur terug gezet werd, maar hij kreeg 1 uur vooruit. Dat was pech. We hebben wel even van ons balkon gekeken, maar dat was het wel. We hebben ook alle lessen gemist, Tai Chi en de bridgeles, omdat we druk druk druk waren in het schip met winkelen en ontbijten en heerlijk op het achterdek zitten. De dansles ( rumba les 1 ) ging wel door en we hebben toch weer op een andere manier de rumba geleerd. Daarna was het tijd voor een duik in het zwembad op dek 9 achter, de whirlpool was ook gevuld en lekker opdrogen in de zon; is dat niet genieten?!
En met de barbecue op het Lidodek en een lokale dansgroep uit Panama werd deze dag afgesloten. Het schip ligt al uren op de rede van Panama City en er gaat de hele nacht een tender naar de wal, voor de nachtbrakers onder ons.

Wij gaan maar naar bed, want morgenochtend hebben we al om 8 uur een excursie : “de shaping van Panama”, wat het ook mag voorstellen.

Vrijdag 22 januari 2010.

De hele dag , tot half vijf, kunnen we in Panamacity blijven. Misschien kunnen we nog wel shoppen, het schijnt er goedkoop te zijn. We zullen zien.
Nu, een paar dagen later, kan ik schrijven dat de excursie een goed beeld gaf van Panamacity.
Rechts van de baai was er een nederzetting die door de Spanjaarden met de grond gelijk is gemaakt en waar ze zelf een stad hebben gebouwd. Hiervan zijn alleen nog maar ruïnes over. Van meerdere kerken en kloosters, de paters van de verschillende ordes waren ruim vertegenwoordigd. Ook werd er al vroeg een soort ziekenhuis opgericht, vooral voor al die gewonde soldaten. Panama, met de smalste landengte van slechts 17 km,was buitengewoon belangrijk voor de Spanjaarden, omdat het goud en zilver uit Peru en Equator via Panama naar de andere kant van het continent gebracht moest worden. Dat kon op 2 manieren, nl dwars door de jungle met paarden of gedragen door Indianen die als slaven werden gebruikt en behandeld, of gedeeltelijk via een rivier. Aan de Caribische kant voeren de scheepjes vol beladen met schatten bovenlangs via Havana op Cuba of onderlangs via Curacao langs de kust van Venezuela terug naar Europa. Ook Frankrijk, Nederland en Engeland deden hevig mee met het roven van alle schatten, al was het maar als zeerovers.
Na zo’n 150 jaar, in 1685, mochten de Engelsen niet meer meedelen. Toen hebben ze er zelf maar een zeerover op uit gestuurd, nl Henry Morgan. Hij kwam via een onverwachte kant Panamacity binnen en verwoestte de hele stad. Aan de andere kant van de baai is toen een nieuw kwartier opgebouwd, huizen met patio’s en zo.
Nadat Panama in 1821, aangevoerd door Simon Bolivar, onafhankelijk geworden is van Spanje, en de grote huizen verlaten werden, zijn de patio’s volgebouwd door de lokale bevolking. Nu is deze wijk, het French Quarter genoemd, geplaatst op de Wereld Erfgoedlijst en worden alle panden opgeknapt. Dit gaat we 20 jaar duren, maar we zagen een paar voorbeelden hoe de mooi opgeknapte panden er uit zien en dat belooft wel wat voor als de hele wijk klaar is.
Tussen deze 2 zeer oude wijken ligt de huidige stad, waar de ene wolkenkrabber na de andere gebouwd wordt. De bevolking die aan zee woont, wordt uitgekocht en er worden allemaal hoge flats neergezet met zeezicht. Uiteraard is het het duurste plekje, maar met alleen maar kantoren en geen levendigheid op de grond en een highway van 2 x 4 baans tussen de zeekant en de flats is de stad een dooie boel aan het worden.
Uiteraard hebben we in een museum een samenvatting van de hele geschiedenis gezien. Het was toch wel interessant. De Fransen hebben een behoorlijke stempel op de stad gedrukt, want ze waren hier 10 jaar om het Panamakanaal te graven. Ferdinand de Lesseps, die ook het Suezkanaal gegraven heeft, kreeg de concessie en ging in 1890 aan de gang. Maar na 10 jaar was hij nog niet veel opgeschoten. Met name door allerlei tropische ziektes en door de vochtigheid wou het kanaal er maar niet komen. Ze werden weggestuurd. Na een paar jaar, in 1904, kochten de Amerikanen voor 40 miljoen dollar de concessie en groeven het kanaal. Ze mochten er tot 1999 blijven.
Uiteraard was het kanaal voor het verschepen van allerlei industriële goederen van de ene kust naar de andere heel belangrijk. Het ging sneller en met meer capaciteit dan met het spoor dwars door de Ver. Staten heen. Uiteraard kregen de Amerikanen een groot stuk grond om er huizen en een militaire basis en een hospitaal op te bouwen. In de 2e wereldoorlog was het van strategisch belang om te controleren wie er in en uit het kanaal ging. De basis is er nog, maar de rest van de gebouwen is overgedragen aan de Panamese regering. Die heeft sinds 2009, na 10 jaar overgang, de volledige zeggenschap over het kanaal. Het is nu hun grondgebied geworden. Als ze verstandig zijn, onderhouden ze de technische faciliteiten goed. Er wordt naast het huidige kanaal een nieuw gegraven, d.w.z. 2 sluizenstelsels voor de steeds grotere schepen.
Toen we weer bij het schip kwamen, hebben we nog wat gegeten en gedronken met Ellie en Kees uit Soest op het terras van een mooi restaurant met uitzicht op de jachthaven.
In de havenshops, taxfree, hebben Ellie en ik alvast een Panamazonneklep gekocht. Voor je kan niet weten of je ze in Ecuador wel ziet.
Daarna was het tijd voor wat rust aan boord bij het zwembad.
’s Avonds hadden we een zanger die allerlei zangers uit de 50-er en 60-er jaren imiteerde. Heerlijke muziek, Sammy Davis Junior, Frank Sinatra, Elvis Presley en zijn eigen vader, Jackie Williams.
Na de show hebben we met Jan en Ria en met Ellie en Kees nog een slaapmutsje genomen in de Oceanbar, maar daar was het verder uitgestorven. De band stopte er om 24.00 uur ook mee. Lekker gezellig, nee, lekker rustig kan je beter zeggen.

Zaterdag 23 januari 2010.

Een zeedag, nodig om Manta in Ecuador te bereiken. Eerst maar weer ge –taichied. Maar daarna was bij mij de fut er wel uit. Heerlijk op het promenadedek, dek 7, liggen en een beetje over de zee uitkijken is ook wel eens lekker. Gelukkig is Jan naar de lezing over Manta geweest.
De hoteldirecteur, Thom Faulkner, had beslist dat we vandaag om 14.00 uur, de evenaar gingen passeren en dan komt koning Neptunus aan boord om allerlei personen aan boord te berechten.
Ze worden eerst in de gevangenis opgesloten en moeten dan per groep voor Neptunus komen. Ze worden allemaal veroordeeld tot het kussen van de vis ( kiss the fish) en daarna beslist de kapitein en zijn staf of de personen het zwembad in moeten of niet.
Ze zijn dan wel eerst allemaal met vieze zooi ingesmeerd. Er wordt een heel spektakel van gemaakt op het Lidodek bij de pool.

Hierna hebben we niet veel meer gedaan. Lekker in zwempak op dek 9 bij het zwembad liggen lezen of slapen. Zo komen we de zeedagen wel door. Om 19.00 uur dansen in de Oceanbar, om 20.00 uur dineren in de La Fontainediningroom en om 22.00 uur een gitarist in het theater, de Showroom at Sea. En na 10 dollar verspeeld te hebben in het casino werd het tijd om onze hut op te zoeken. Morgen komen we in Manta, Ecuador, aan.

Week 3.

Zondag 24 januari 2010.

Op de kade ontmoeten we Larry en Carol, een stel dat ook op de Amsterdam bij de Aziëreis zat. We zouden vandaag samen met de shuttlebus naar het centrum gaan en daar een taxi pakken om naar Montechristi te gaan om het maken van de Panamahoeden te zien. Hierom is Manta bekend. Je kan die hoeden oprollen en na een paar jaar komen ze weer in hun oude vorm terug.
Ze worden van vezels van de Aloë Vere gemaakt, met de hand gevlochten. Het lijkt qua handigheid en vingervlugheid erg op kantklossen. Daar worden die klossen razendsnel over elkaar heengegooid en krijg je een soort weefwerk. Dat gebeurt ook met die vezels. En hoe fijner de vezel, hoe duurder de hoed. De mensen die ze vlechten, staan zo’n 9,5 uur op hun benen voorover geleund en steunend op de hoed met hun borst te werken.
We hebben een chauffeur gevonden, weliswaar een niet-officiële taxi, maar hij sprak goed Engels en reed ons rond waar we maar wilden. Dus wilden we naar de hoeden en ook nog naar een knopenfabriek.
Dat is allemaal gelukt, alhoewel al het handwerk bij families thuis gedaan wordt. In Montechristi, in de hoofdstraat, zaten de hoeden- en rietwinkels naast elkaar en konden we uitzoeken. Jan en ik hebben allebei een echte Panamahoed gekocht en ik ook nog een zonneklep.
Op de terugweg heeft de chauffeur zijn best gedaan om een knopenfabriek te vinden. Uiteindelijk is hem dat gelukt. Ergens in een schuurtje aan een huis vast, heeft een man laten zien hoe hij uit palmnoten knopen schaaft en snijdt, machinaal. Aardig toch, omdat voor ons op zondag te doen. Ik heb hem 5 dollar gegeven ( hij vroeg niets) en toen kregen we handenvol goede noten mee om er zelf thuis figuren uit te snijden.

Aan het eind van de rondrit was het tijd voor een drankje. We werden meegenomen naar San Matteo, een strand waar gesurfd wordt, door internationale surfers. Het schijnt dat er van het hele continent de beste golven zijn. Het restaurant was van een vriend.
Die liet alleen bekende en vertrouwde mensen binnen in zijn ommuurde restaurant annex hostel. En bij een biertje en een lichte maaltijd ( tonijnceviche en merlan) was het tijd om naar het schip terug te gaan. Het was inmiddels al over half 4. Het schip vertrok wel pas om 9 uur, maar de laatste shuttlebus ging al om 5 uur. En wat moet je er dan nog, als het donker wordt en je kent er de weg verder niet. We hadden genoeg gezien. De markt was er nog, maar we hadden geen puf meer en geen geld.
Voor we aan tafel gingen was het weer tijd voor een dansje in de Oceanbar, speciaal een rumba en walsavond. Dat zijn de dansen die we de afgelopen zeedagen geleerd hebben. Wij kennen en kunnen ze eigenlijk al, maar toch vinden we het erg nuttig om alles nog een keer te doen. En nu na het diner was het de hoogste tijd om het verhaal van de afgelopen week af te maken. Het moet morgen op de site en Jan moet er nog alle foto’s bijzetten.

Maandag 25 januari 2010.

We gaan nu 2 zeedagen tegemoet en dat vinden we fantastisch. Er is van alles te doen op het schip, als je er voor in bent.
Ik heb weer Tai Chi gevolgd en Jan weer een bridgeles en samen zijn we aan de dansles Swing begonnen. De tripleswing is dezelfde als onze jive, dat was dus een makkie. Maar toch goed dat we gegaan zijn, want nu hebben we de jive herhaald en dat was toch nodig. Verder hebben we ’s middags aan het zwembad gelegen en er ook nog een duik ingenomen.
’s Avonds moest er van 7 tot 8 uur, voorafgaand aan het diner, weer gedanst worden. Er speelt een uitstekende band en we staan vaak op de dansvloer, wat we erg leuk vinden.
Met onze tafelgenoten kunnen we het goed vinden. Karen en Jan uit Calgary zijn erg aardig. We kunnen het goed met ze vinden. Jan is een echte Tsjech, moeilijk verder te omschrijven. Hij houdt van een grapje en een drankje, maar heeft het in Canada wel gemaakt. Karen is opgegroeid in New Foundland en vindt dat ze Schotse ( lees zuinige ) voorouders heeft.
Het is wel makkelijk voor de discussies dat Jan eigenlijk nog steeds een Europeaan is en dat ze samen vaak zijn teruggeweest. Ze kennen de Europese gewoontes en de cultuur. In Canada bijvoorbeeld is bijna geen antiek, of nauwelijks familiestukken zoals juwelen. Het zegt ze niets in ieder geval. Bij ons is dat veel meer het geval. En allebei de Jannen hebben nog meer gemeen, nl . ze koken allebei en houden ook van boodschappen doen. Trouwens, Karen en ik hebben gemeen dat we niet graag koken en het liefst het boodschappen doen aan onze Jannen overlaten.
De show om 22.00 uur werd gegeven door een jonge Schotse dame, die klassiek zong en ook op 2 Schotse fluiten kon spelen. Het was weer een mooie show van een uurtje.

Dinsdag 26 januari 2010.

Ik noemde het al, weer een zeedag met de bekende bezigheden. Met de lunch hebben we dit keer in de La Fontaine diningroom gegeten met Tom en Marilyn uit Nieuw Zeeland. Tom is wel Nederlander, maar woont al bijna 50 jaar overzee. Hij is als machinist op de oude Rotterdam begonnen, wan de werf af aan. Dat schept meteen een band.
Na het dansen, waar we om 2 uur al mee gestopt zijn, heeft Jan andere Jan met zijn Outlook geholpen. We hebben eerst een drankje op hun kamer gekregen, ze hebben een grote voorraad. En Karen en ik hebben heerlijk op hun balkon over ons werk zitten praten en het klikt steeds beter. Erg grappig.
Na het dansen gingen we naar de Pinnacle Grill, dat is een speciaal restaurant op het schip. Hier kun je voor 20 dollar p.p. extra nog uitmuntender eten krijgen als gewoon in de diningroom. Jan nam weer een Porterhouse steak ( die beslaat je hele bord) en ik nam een steak Diane, een filet mignog die ze nog eens aan je tafel komen flamberen. Het was weer overheerlijk.
De show was een herhaling van de 3 vorige artiesten die nog een keertje elk 20 minuten komen optreden. Alle drie waren de moeite waard, er was een Engelse komiek, de Schotse zangeres en een Amerikaanse zanger die oude, zwarte zangers nadeed, maar ook als zichzelf bekende, 50- en 6- er jaren liedjes liet horen.

Morgen komen we in Peru aan. De havenstad is Callao, wat heel dicht bij de hoofdstad Lima ligt.

Woensdag 27 januari 2010.

We zitten nu al weer 2 weken aan boord en het lijkt wel veel langer. In deze haven gaan de eerste passagiers er al af. Die hadden maar voor 2 weken geboekt. Er komen ook weer nieuwe aan boord. Het schip schijnt vol te zitten, alhoewel de binnenhutten tegen over ons leeg zijn. We zien er nooit iemand uitkomen en er zit ook geen post in de klem naast hun deur.
Wij hebben vandaag een hele dag een excursie. Eerst gaan we naar een archeologisch museum, waar we horen dat er voor de Inca’s nog veel meer indiaanse volkeren in Peru geleefd hebben.
Al van 14.000 jaar geleden zwierven er nomaden rond. Het waren vissers en jagers, net als overal in de wereld de nomaden leven. Zo’n 6000 jaar geleden hebben ze, het waren vele stammen verdeeld over Ecuador, Bolivia enPeru langs de kust, in de Andes en in de jungle; het telen van maïs en de aardappel gecultiveerd en de lama gedomesticeerd. Het wiel hebben ze nooit uitgevonden, maar het waren wel enorm goede astronomen. Het aardewerk is werkelijk fenomenaal.
De verschillende hoofden zijn bijna echt, geweldig om te zien. Ook het bewerken van katoen en linnen was al vroeg uitstekend ontwikkeld. Er is, omdat het vergaat, niet veel meer van over. En de goud- en zilvermijnen zijn in Peru heel beroemd. Maar hierover morgen, want dan gaan we naar het goudmuseum.
In Pachacamac is boven op een berg een heilig tempelcomplex ontwikkeld. Er woonden geen gewone mensen, maar alleen priesters. Op de plek werden verschillende piramides gebouwd, waar bovenop de zon aanbeden werd. Er werd ook geofferd aan de zonnegod of aan de maangod.
De plek ligt langs de rivier de Lurin en keek uit over de zee. Vele stammen maakten gebruik van deze orakelplaats en kwamen er samen. Maar men weet niet precies hoe en wat. Hoe vaak per jaar, bijvoorbeeld. Of kwamen er ook koningen bij te pas, en hielden ze slaven?

Van af 1200 na Chr begonnen de Inca’s, een eigenlijk een onbeduidende stam, aan een overwinningsroute vanuit Cuzco in het zuiden van Peru. Ze namen veel gewoontes van de overwonnen stammen over. De Inca’s hebben zelf geen piramides gebouwd. De plaats Pachacamac is dus veel ouder. Veel ligt er nog onder het zand. Heel merkwaardig trouwens dat dat zand niet wegwaait of wegspoelt de zee in. Dat komt omdat het in Peru aan de kust niet regent. Even tussen door, de koude Humboldt golfstroom vanuit Antarctica en de warme El Nino golfstroom zorgen wel voor een heel hoge vochtigheidsgraad, maar het regent merkwaardigerwijs niet. En nadere verklaring zal er wel zijn, maar dat is goed voor Wikipedia.
Terug naar de Inca’s, zij zijn de laatste indianen die een groot gebied onder hun beheer hadden. Ze heersten over heel Peru, maar ook over noordelijk Chili, zuidelijk Ecuador en het Amazonegebied van Bolivia. Hoe deden ze dat dat?Ze hadden gouverneurs overal. Hun hoofdstad was Cuzco en hiervandaan stuurden ze renners met boodschappen op pad. Die renners hadden een ring met touwtjes met knopen er in om hun nek. En die knopen hadden een boodschap, de afstand tussen elkaar en nog meer aanduidingen hadden allemaal betekenis. Zulk soort “brieven” waren taalonafhankelijk, want de verschillende volkeren zullen wel even zovele talen gesproken hebben. NU nog zijn er in de jungle veel stammen met ieder een eigen taal. Ze spreken er echt nog geen Spaans in de nederzettingen langs de Amazone.
De Inca’s hadden wel bezit genomen van de goud- en zilvermijnen. Het waren uitstekende goudsmeden. En Cuzco moet dan ook een schitterende stad zijn geweest met prachtige, met goud behangen paleizen. De koningen hadden een goeddraaiend Incarijk opgebouwd. Maar het begon van binnen uit al min of meer in elkaar te storten. De broer van de koning, die het noorden onder zich had en daar ook woonde, werd een rivaal. Hij wilde een eigen rijk en dus het noorden afscheiden. Dat was dus oorlog. Dit was in 1523, ten tijde dat Francisco Pizarro met zijn broer en nog een handjevol conquistadores opdook. Ze waren in eerste instantie met nog geen 200 man, een paar paarden. Maar ze hadden wel harnassen aan en waren bewapend met buksen ( of wat daar voor door moest gaan). Indianen hadden nog nooit een paard gezien, laat staan met een grote witte man in een kuras en met een baard er op. Het was angstaanjagend. Toch werden die witte mannen door de incakoning uitstekend ontvangen, met een grootse ontvangst. Ze konden wel een maand op het paleis blijven. Aan het eind van het verblijf nam Pizarro de koning gevangen. Die had echter door dat die Spanjaarden voor het goud kwamen en hij bood een losgeld aan dat door 2 schepen werd weggevoerd. Hij dacht dat de Spanjaarden, net als hij, hun woord zouden houden. Maar dat was niet het geval. Toen al het goud binnen was, werd de koning alsnog om zeep gebracht en zijn broer als stroman op de troon gezet.
Nu stichtte Pizarro de hoofdstad Lima en werd het hele land systematisch leeggeroofd en bezet. De meegereisde priesters dominicanen en franciscanen zorgden er voor dat de heilige plaatsen met de grond gelijk gemaakt werden en dat er boven op kerken en kloosters gebouwd werden. De indianen werden gedwongen voor de Spanjaarden te werken en binnen de kortste keren liepen er kleine mestizo’s rond met een indiaanse moeder en een Spaanse vader. De vrouwen werden eenvoudigweg verkracht. De paus had overigens verklaard dat deze indianen eigenlijk geen mensen waren. Dat maakte dat de Spanjaarden zich niet schuldig hoefden te voelen over hun wandaden. Een goed boek over de verovering van Chili vanuit Lima is “Inez Suarez”, geschreven door Isabel Allende. Deze Inez heeft uiteindelijk Santiago mede gesticht, samen met de generaal Valdivio.
Het goud werd uit dit Eldorado verscheept naar Panama. Daar werd het naar de andere kust gebracht, vanwaar het weer met schepen via Havana, Cuba, naar Spanje werd gebracht. Karel de Vijfde en zijn zoon Filips de Tweede wisten met het goud wel raad, en anders de Rooms- Katholieke Kerk in Spanje wel. De 2 Spaanse koningen hebben in Europa heel wat oorlogen gevoerd, om land te veroveren en om ketters te bestrijden. Onze 80-jarige oorlog was er ook een onderdeel van.
Het huidige Peru is een land met een heel gemengde bevolking. Uiteraard kwamen de Europeanen hier bij bosjes aan en gingen ze ook niet meer weg. Er zijn ook veel Japanners en Chinezen. Je ziet, als je rondrijdt Duitse, Italiaanse, Japanse en Chinese en natuurlijk Spaanse namen.
In Lima zelf en hier bij het havencomplex in Callao is het gevaarlijk om rond te lopen. Je kan snel overvallen worden. Er wordt aan alle kanten voor gewaarschuwd. Jan heeft zelfs een heel goedkoop horloge ( 10 dollar ) op het schip gekocht. Maar wij hebben 2 excursies van de HAL en dan kan er, als het goed is, niets gebeuren. Maar een gewaarschuwd mens telt voor 2. Er was vanmorgen, net buiten de havenpoort, al iemand van zijn fototoestel afgeholpen. Zo snel kan dat gaan. En zo’n grote groep grote blanke gringo’s is natuurlijk een willig slachtoffer.

Om het verslag van vandaag af te maken, moet ik nog vermelden, dat we op een haciënda zijn geweest waar ze specifiek Peruviaanse paarden fokken. Dat is een uniek soort en dat willen ze graag voor Peru behouden.
Hier hebben we Pisco sour gedronken, een cocktail die prima smaakte. En er werd een uitstekende maaltijd geserveerd, met 3 soorten aardappelen, van de vele duizenden soorten die hier bestaan,

Al met al een erg geslaagde dag, die bekroond werd met een barbecue op het Lidodek en een folkloreshow van dansers en muzikanten hier uit Peru. Heel erg leuk.

Donderdag 28 januari 2010.

Weer vroeg op voor weer een excursie. Deze keer gaan we naar een 2 privécollecties in mooie huizen met binnenplaatsen. Het eerste museum bevat heel veel aardewerk van allerlei Peruviaanse pre-inca volkeren.
Ze hadden geen schrift, maar drukten zich uit in aardewerk. Ze maakten fantastisch mooie koppen van de verschillende stammen of beroepen. Maar ook het textiel bewerken,verven, weven en knopen was vanaf 2000 v. Chr. al ontwikkeld. De Mochicha’s in het noorden cultiveerden het telen van maïs, aardappelen en tomaten. Ook waren ze al meesters in het maken van aardewerk. Hun opvolgers de Chimu’s van 1200 v. Chr. tot 100 na Chr hadden het bewerken van koper, zilver en goud onder de knie gekregen. Ze maakten er heel erg mooie dingen mee, maar gebruikten die om hun goden te dienen. Je kon er dichter mee bij de zon komen. In hun godsdienst aanbaden ze moeder aarde, het water en de zon ( mannelijk) en de maan ( vrouwelijk).
In het zuiden, in de woestijn, woonden de Nazca’s, die Quetzal spraken. Dat is een taal die in de omgeving van Cuzco nog gesproken wordt. Om op het aardewerk terug te komen, er zijn heel instructieve beeldjes gevonden in het zand. Er werden allerlei seksstandjes uitgebeeld, hetero en homo. Men vermoedt dat ze bedoeld waren om van te leren, of om aan de medicijnman te vertellen wat je mankeerde of zo iets. De sjamanen ( de geestelijke ) waren ook medicijnmannen en ze konden ook opereren. Om je te verdoven sloegen ze van een bepaalde cactus de bovenkant af en lieten je het sap drinken. Hiervan raakte jein een roes of zelfs in een coma en konden ze bijvoorbeeld vocht uit je schedel halen. De sjamaan dronk de hallucinerende drank zelf ook en kon zo met de goden spreken. Ook de cocabladeren deden daartoe dienst. In vroeger tijden werd er van maïs bier gebrouwen, chicha genaamd. Het wordt nog gedaan en ook gedronken. Ook in Mexico komt dat voor. Elke huisvrouw heeft /had haar eigen recept en er werd zoveel van gemaakt, dat het hele dorp er dagen achterelkaar van kon feesten totdat iedereen dronken was.
Men deed trouwens ook aan koppensnellen. Van de overwonnene werd zijn hoofd eraf gehakt, een gat in de schedel gemaakt en de scalp als trofee aan een gordel meegedragen. Hoe meer scalpen, des te belangrijker de persoon. Het Nazcavolk bewaarde de doden als mummies. Dat kan natuurlijk makkelijk in een van de heetste woestijnen van de wereld. De ingewanden werden er niet uitgehaald, zoals de Egyptenaren deden. Dat was in dit klimaat ook niet nodig. De lichamen werden wel in kleden gewikkeld en er werden giften meegegeven voor het volgende leven, hier of in de hemel.

Het 2e museum was het goudmuseum. Ook dit was een privécollectie. Er stonden op de begane grond ook heel veel oude wapens uit de Spaanse kolonisatietijd. De strijders werden met gouden plaatjes bedekt als maliënkolder. Maar ook droegen de mannen een soort neusring. Dat kon, omdat ze geen haargroei hadden. Het goud werd uitsluitend door mannen gedragen. Het was niet uit ijdelheid of rijkdom, maar om er hun god mee te aanbidden of om zich te beschermen. De doden kregen wel eens een masker mee het graf in. De meeste gouden voorwerpen waren uit graven geroofd en gekocht door die ene verzamelaar, waarvan ik de naam niet meer weet. Hij verzamelde eerst alleen wapens, maar zag op een dolk zulk mooi goud en zilver, dat hij zich verdiepte in zijn land en ook gouden en zilveren spullen begon op te kopen. Het werd soms in het groot aan hem aangeboden en hij kocht alles. Deze Peruaan had fortuin gemaakt in de suikerindustrie en kon het zich veroorloven. Na zijn dood vochten zijn erfgenamen met de overheid een strijd om het bezit van de collectie. Nu kan iedereen in zijn oude huis de collectie bewonderen. Gelukkig hebben de Spanjaarden niet alles meegenomen.
Nu nog is er veel goud hier. Het nationale symbool is de Tumi, een Incastrijder. Je ziet hem overal, maar met name in sieraden ( van hangers tot oorbellen). Ook ik heb er een gekregen voor aan mijn omega, hij is erg mooi.
Een juweliersketen van de fam. Stern heeft in heel Zuid-Amerika sieradenwinkels. Ook in beide musea. Ze laten van het schip een aantal privébusjes rijden als gratis shuttles naar verschillende punten in de stad. En ook weer terug naar het schip. Hier in Lima hebben ze wel 6 winkels, met heel mooi goud- en zilverwerk.
In Lima zelf en wijde omgeving is geen overheids openbaar vervoer. Er rijden wel tientallen busjes van privé ondernemingen en ze willen van elkaar de klanten afsnoepen. Daarom rijden ze heel hard en worden ook door “verklikkers’ bij de halte op de hoogte gehouden van de rijtijden van de concurrenten. Zo’n geprivatiseerd systeem is toch hoop ik niet de bedoeling in Nederland. Het is levensgevaarlijk.
Bij terugkomst heb ik op de kade nog even bij de stalletjes gekeken, er was weer van alles te koop, vooral mooie sieraden.
’s Avonds na het eten hadden we weer een leuke show, nu van een minstens 70-jarige klarinettist. Hij speelde heerlijke dixieland muziek. Morgen komen we in een zuidelijke haven aan, in Paracas. Er is ons al verteld dat er alleen maar een kade is en verder niets. We zullen zien.

Vrijdag 29 januari 2010.

Er was hier aan de kade inderdaad helemaal niets. Het is een haven waar zout uitgevoerd wordt. Zout dat in de woestijn gedolven wordt. En het wordt o.a. uitgevoerd naar Alaska om de straten te bestrooien. 45 miljoen jaar geleden was er zee waar nu woestijn is.
De 2 tectonische platen, die van Zuid-Amerika en die van Nazca ( aan de kust ) schuiven over elkaar heen. Met aardbevingen schuift de kust zo de zee in. Dat er hier een woestijn is, komt door de koude Humboldt golfstroom, waarbij het koude water de kans niet krijgt om regenwolken te worden. Het wordt wel nevel of mist, maar daar blijft het bij. Het regent dus niet. Er zijn wel onderaardse zoetwater- en zoutwaterrivieren, die van de Andes komen. Je kan dus, als je geluk hebt, wel zo’n bron aanslaan en dan heb je drinkwater. Bij een zoute bron heb je pech. Je mag het niet nog een keer proberen,
Wij hadden een excursie naar het Paracas National Reserve. Dat is geen park en je mag er wel, met toestemming vissen, kamperen en rijden. Maar met respect voor de natuur, hoe droog en dor die ook mag zijn. Het leven komt ’s nachts op gang. Je ziet sporen van vossen, die komen dan naar de kust waar veel vogels komen slapen.
De vossen hebben ze voor het uitzoeken. Je ziet er scholeksters lopen, die komen hier overwinteren van uit Europa. Aan de ene kant was het een eentonige tocht, maar hoe vaak kom je in een woestijn? Dat hebben we nu dan toch maar gezien.

De shuttle van de bus ging naar het eerstvolgende plaatsje, van 2 straten met wat marktkraampjes en wat terrasjes. Ook hier was niet veel te doen, alhoewel de aangeboden spullen wel spotgoedkoop waren. De eerstvolgende grotere plaats, Pisco, lag er nog verwoest bij, na de aardbeving van 2007. Dat gaf een troosteloze aanblik, volgens Jan en Karen die er met een minivan geweest waren.
Wij hebben de middag aan boord door gebracht bij het zwembad. Bij het wegvaren liet de kapitein ons nog een grote tekening zien die in het graniet was uitgeslepen, de Kandelaars genoemd. Ik heb er verder geen informatie over, omdat we met elkaar door de uitleg stonden heen te praten op het achterdek.
Na het diner hebben we eens een keertje geluisterd naar de Adagiostrings, een strijkje van 3 dames, dat elke avond in de Explorer’s lounge zit te spelen. Helaas luistert er bijna niemand naar ze. Voor ons was het ook de 1e keer en dat kwam omdat de show bestond uit een jongleur en daar moeten wij niets van hebben. Morgen weer een zeedag voor we in de 1e Chileense haven, Arica aankomen.

Zaterdag 30 januari 2010.

Deze zeedag was er weer een waar we ons actief bezig hebben gehouden met Tai Chi, bridgeles, kookles en een lezing over de eerstvolgende 2 havens. Port lecturer Frank Buckingham weet alles over alle cruisehavens in de wereld. En als hij er nog niet geweest is, zoekt hij er van alles over op. Je ziet hem altijd alleen ergens in het Lido restaurant zitten eten met een reisboek of zoiets bij zich. We hebben hem al eerder op een cruiseschip gezien, op de vorige Grand Voyage. Hij is werkelijk fenomenaal. Hij heeft echt van reizen zijn beroep gemaakt. Na dansles Cha Cha 1 hebben we ons gemak er maar van genomen en op dek 9 achter een duik in het zwembad genomen. Een gewoon dagje dus.
We hebben met Larry en Carol afgesproken om morgenochtend samen een taxi te nemen om de omgeving te verkennen. De toerticket die we vooraf hadden besteld naar een veraf gelegen plaats, tegen de Andes aan, 90 minuten door de woestijn gereden, hadden we terug gegeven. Te veel woestijn.
De klok gaat weer een uur vooruit, dus we zijn weer een uur nachtrust kwijt. Maar van op tijd naar bed gaan komt niks, elke keer niet. Dan moeten we ’s middags het slaaptekort maar inhalen, tijdens de siësta. Dat lukt ons meestal prima.

Week 4.

Zondag 31 januari 2010, de koningin is jarig.

Vanavond hebben we een feestje ter ere van de verjaardag van de koningin, van 19.15 uur tot 20.00 uur.
Maar eerst gaan we met een taxi op pad. Het kost ons 20 dollar per uur, voor 4 personen. We vinden een aardige, jonge Chileen die maar weinig Engels spreekt. Hier komt mijn Spaanse talenkennis goed van pas (!). We maken met hem een tocht langs alle bezienswaardigheden in de wijde omgeving.

Eerst naar een heel groot Jezusbeeld. Het lijkt Rio wel. Daarna naar San Miguel, naar een archeologisch museum. Dit was werkelijk een heel aardig museum, waar de leefsituaties door de tijd heen uitgebeeld werden. Ook liggen hier de oudst bekende mummies van de wereld.

De jagers/vissers/verzamelaars die hier aan de kust woonden, al 8000 jaar voor Chr, dus ver voor de Egyptenaren hun doden mummificeerden, deed dit Acha en Chinchorra volk dit al. De lijken werden met zwarte klei ingesmeerd en in het zand begraven. Daar zijn ze in de 70-er jaren gevonden. In de uitstalkasten werd ook de ontwikkeling van het bewerken van gras en wol en katoen getoond.

Van gras werden rokjes gemaakt, maar ook manden. Later werden en matten en kleden geweven en tassen en zakken geknoopt. Die technieken zijn toch ingewikkeld genoeg om niet als primitief af te doen. Verder werd alles van hout, schelpen en stenen gemaakt. Andere volken aan de kust, in volgorde van oud naar jong, waren Quiaini, Faldas del Morro, San Miguel, Gentilar en Inca. Hierna kwam de invasie van de Spanjaarden.
Zij introduceerden in deze regio de olijfbomen. Er staan er heel veel en het levert het hele jaar veel werk op aan de oogst en het persen van de olie en zo.
Bij het door de woestijn rijden zagen we op de bergen van grote afstand allerlei figuren uitgehouwen, bijvoorbeeld een man, een vrouw, een kind en de zonnestralen er omheen. Niemand weet waarom die figuren er zijn, waarom ze er zijn en wie ze er gemaakt heeft. Men denkt dat ze in oude tijden reizigers vertelden dat ze bijna bij de kust waren. Of een ander idee is dat het het aanbidden van de zonnegod voorstelt. Maar op meerdere plekken in de omgeving vind je van deze tekeningen, wel steeds dicht bij de kust.
Bij een zo’n fotoplek stond een tentje waar drank verkocht werd. Deze meneer sprak goed Engels. Hij had in Amerika gewoond en geleerd voor een jaar en daarna zijn studie voor leraar Engels in Chili afgemaakt. En nu stond hij hier te wachten op al die bussen die op deze plek stoppen om foto’s te laten nemen. Bij hem hebben we een fles piscosour en een fles mangosour gekocht, voor in de hut. Morgen kopen we een paar flessen wijn voor op de kamer. De Chileense wijn is tenslotte net zo goed als de Franse.
In de Azape vallei, tussen de droge woestijnbergen, is het heel vruchtbaar. Door een oud en beproefd irrigatiesysteem groeit er van alles, maar voornamelijk olijfbomen.
Na deze stop vroeg de chauffeur of we in een andere vallei, de Lluta vallei, bij een boerderij iets wilden drinken en eten. Wij zeiden van yes en toen reden we een half uur door de woestijn over een bergpas en een hoogvlakte naar een andere, groene vallei. Wat schetst onze verbazing dat we stopten bij de Ecofarm Truly, een Hare Krishna commune.
Zij serveren alleen maar vegetarisch eten. Dat was niet erg, maar er vlogen wel veel muggen rond. We kregen ook een natuurlijk antimuggen gelei aangeboden om op te smeren. De leidende monnik die ons rond wilde leiden, was een Berlijner en wilde wel in het Duits uitleggen. Maar dat was niet zo handig, voor Larry en Carol.
Toen we binnen gingen kijken, besloten we om maar van alle consumpties af te zien. Zoveel tijd hadden we ook niet om te wachten op een maaltijd, maar eerlijk gezegd had Carol geen vertrouwen in de hygiëne. Ze had misschien wel gelijk. En het was al bijna 12.00 uur. We zijn toen terug gereden naar Poblito Artisanal, een twaalf huisjes en een kerkje( replica uit de Andes) bij elkaar met een muur er omheen en een mooi aangelegde tuin. Een van de kunstenaars maakte de aardewerken voorwerpen uit het museum van San Miguel heel mooi na. Maar wij kunnen het niet kopen. Hoe moeten we dat ook nog meenemen?

Als laatste hebben we ons laten afzetten bij de SanMarcokerk, in het centrum van de stad, dicht bij de haven. Hier hebben we Juan bedankt en betaald. De kerk is door Gustave Eiffel, dezelfde die de Eiffeltoren in Parijs heeft ontworpen, getekend en in Frankrijk gebouwd. Hij is in 1877 naar Arica verscheept als bouwpakket en hier in elkaar gezet. Er zijn veel metalen binten gebruikt. Dit is toch wel weer bijzonder. Het bewijst ook dat er heel veel contact was tussen Chili en Europa. Dat zullen we verder naar het zuiden nog veel meer zien.
Men reisde vanuit Chili de Andes over om aan de andere kant de boot te pakken naar Europa. Het Panamakanaal bestond nog niet. Je moest dus om Kaap Hoorn heen of door de jungle in Panama of over de Andes. Wat een gesjouw met paarden en ezels en al die bagage. Het was vooral de elite die op de hoogte was van de laatste mode en alles uit Frankrijk of Italië wilde hebben. Ook bij de vorming van jonge mensen hoorde een reis naar de oude wereld. In “Het huis met de geesten” van Isabel Allende is dat allemaal te lezen. En de kerk van Eiffel geeft aan dat er inderdaad contact was.
Na de kerk hebben we de verlaten straten ( zondag ) van Arica verkend en met Jan en Ria een biertje op een terras gedronken. Voor het eerst hebben we lokaal geld uit de muur gehaald. Tot nu toe hebben we overal met dollars betaald, maar we zijn wel op 8 plaatsen in Chili en dan is het toch wel handiger om pesos te hebben. Je hebt er 500 voor 1 dollar.

Terug op het schip zagen we het lekken op onze gang, vlakbij de hut. Maar eerst hadden we nog niet door dat het ook in de inloopkast lekte. Een deel van de kleding was nat. Maar alles hebben we naar de wasserij of stomerij gestuurd. En het tapijt is gedroogd. Als het hierbij blijft, dan is het niet erg. Maar als er kleding ( smokingjasje van Jan, lange jurk van mij en nog veel meer) verprutst is door het water, dan hebben we een probleem.
Voor het feestje van de koningin heeft Jan een smokingjasje en overhemd van het schip geleend. Je kan dat hier altijd huren. Maar achteraf was het geen ‘formal’, dus waren wij de enigen die in het deftig liepen. Jammer, want anders had ik mijn oranje/rode jurk aan kunnen doen. Een gemiste kans. Na de party, voor het diner, hebben we ons razendsnel omgekleed en zijn we de erwtensoep en nasi goreng of zeetong gaan eten, met als toetje een Bossche Bol. Heerlijk. En nu zit ik dit verslag te tikken na 12.00 uur ’s avonds. Jan wil het morgen op de site hebben en de foto’s moeten er nog bij. Dat is ook nog een hele klus. Maar we krijgen veel leuke reacties via de mail op het reisverslag. Dat geeft weer inspiratie om er mee door te gaan. Morgen is er weer een haven, Iquique. Hier gaan we zelf de wal op en het centrum in.

Maandag 1 februari 2010.

Jan zijn 62ste verjaardag! Gisteravond na 12 uur heeft hij al zijn cadeautje gekregen, een fles eau de toilette van Issey Miyakis. En vanavond gaan we uit eten in de Pinnacle Grill. Dat is een nog verfijnder keuken dan in de diningroom. En toevallig is er het eenmalige sommelierdiner, een 6 gangen diner met 6 verschillende wijnen. Dat is een echt feestmaal voor ons.
Maar eerst gaan we in Iquique aan land. We hebben hier geen excursies geboekt. Soms heb je daar genoeg van. We slapen lekker uit en gaan dan op ons gemak met de shuttlebus naar het centrum van de stad.
Hier staan nog de houten huizen die door de nitraatmagnaten in het eind van de 19e eeuw gebouwd zijn. Helaas worden de meeste gebouwen niet onderhouden. Ze zien er verveloos uit. Jammer. We hebben in de winkelstraat gelopen en zijn een paar grote warenhuizen in gegaan. In een ervan vond Jan de lang gezochte externe harde schijf voor alle gegevens van zijn filmapparaat.
We hebben hem dus gekocht. En ik heb hem met mijn Bijenkorf creditcard betaald. Daar had ik in Arica ook al 40.000 chileense pesos = 80 dollar mee gepind. En van de creditcardorganisatie kregen we een mededeling dat er wellicht fraude met de kaart gepleegd is en dat ze hem geblokkeerd hebben tot wij contact met ze opnemen. De kaart zou gekopieerd zijn. Dat kan. Maar we konden niet telefonisch reageren en per mail hebben we ze bedankt dat ze zo snel en correct optreden. Voorlopig kan ik er dus niet meer mee betalen, maar dat is niet erg.
Verder hebben we in het stadje het stadstheater bezocht, het is van hout en kon een likje verf en een verdere opknapbeurt wel gebruiken. Na een biertje/koffie op het terras op het centrale plein was het weer tijd om het schip op te zoeken.
’s Avonds van af 7 uur hebben we heerlijk aangezeten voor een uitstekend diner. En, eerlijk is eerlijk, de show heb ik een beetje aangeschoten meegemaakt, maar dat mag.
Als laatste cadeautje kreeg Jan nog 10 ( hele ) dollars om in het casino te vergokken. En toen was de verjaardag weer voorbij. Het taartje van de Hal nemen we wel mee naar de eetzaal om er van uit te delen.

Dinsdag 2 februari 2010.

Op deze zeedag gebeurt er iets afwijkends. Er is op het schip een onschuldig virus uitgebroken en je bent er 2 dagen doodziek van. Maar het virus is erg besmettelijk en dat is op een gesloten gemeenschap zoals wij dat hebben, natuurlijk erg hinderlijk. De kapitein probeert de besmettingshaarden te isoleren en te beperken. Daarom zijn de Tai Chi lessen en de danslessen voorlopig afgelast. Ook mogen de dansheren, die met de alleenstaande dames dansen, dat even niet meer doen. Meteen is het tussen 7 en 8 uur in de Ocean bar erg rustig. Er dansen nu maar een paar stelletjes waaronder wij. En bij het koffiepraatje en bij de bridgeles wordt geen koffie meer geschonken. Bij de kookles worden geen hapjes meer geserveerd. En in het Lido mag je niets meer zelf pakken. Alles wordt je aangereikt door stewards met handschoenen aan. De zoutvaatjes en de placemats zijn weggehaald. Men wordt verzocht steeds zijn handen te ontsmetten of na het toiletgebruik met zeep te wassen zolang het liedje “Happy birthday” duurt. Mocht je toch ziek worden, dan moet je je in verbinding stellen met de medische dienst.
Dat kost in dit geval niets. Kortom, allerlei maatregelen om erger te voorkomen. En steeds roept de kapitein om hoe de stand van zaken is en drukt ons op het hart toch vooral onze verantwoordelijkheid te nemen en voorzichtig te zijn. Het probleem is dat bij het omroepen niet iedereen luistert en dat niet iedere zieke zich meldt. Wij denken dat er ook veel van het personeel ziek zijn, want de meisjes uit de kapsalon staan ook in het Lido te bedienen. Maar goed, tot nu toe rollen wij er doorheen. Wij wassen de hele dag onze handen en dat helpt.

Daar zijn we deze zeedag mee bezig geweest. Maar ik heb ook 2 lezingen over de aankomende havens bijgewoond en 1 lezing over de Maya’s. een beetje uit de richting hier in Zuid-Amerika, maar toch nog interessant. Jan is alleen bij de kookles geweest. Verder hebben we koffie gedronken met Ellie en Kees uit Soest.
Bij het diner was Karen er niet. Zij was ziek geworden van het eten van oesters ergens in Pisco, in het zuiden van Peru. Het eten van schelpdieren gaat vaak fout in het buitenland.
In de Queens lounge, het theater, zagen we een echtpaar, met zang en gitaar, dat we ook al op de Statendam zagen. Toch wel weer aardig, maar de 2e keer minder dan de 1e keer.
Morgen hebben we een dagexcursie naar een Pisco distilleerderij ver weg in een vallei.

Woensdag 3 februari 2010.

Vanmorgen was het dus vroeg dag, al om half zeven ging de wekker. De reis ging door de Elke valley naar Vicuna waar de distilleerderij stond.
Het was een coöperatie, CAPEL genaamd. Hier kregen we een rondleiding en daarna een zoete wijn en een sterke pisco te proeven. We hebben er maar meteen een piscosour en een mangosour en 6 flessen rode wijn voor op de kamer gekocht. Nu kunnen we voorlopig vooruit.

In de riviervallei waar we steeds verder de Andes in reden, zag je een groene strook, die door bevloeiing zo groen kon zijn. Maar daarbuiten was het heel woestijnig met alleen maar cactussen. Midden in de rivier was er een reusachtige dam gebouwd en het zeer heldere, schone water werd voor de landbouw gebruikt. Er groeien dus druiven, avocado’s, sinaasappels, appels, citroenen en mango’s. Alles ook voor de export, naast koper en zalm.
China is de grootste handelspartner van Chili.

De pisco is een sterke drank, die alleen maar van een speciaal soort druiven gemaakt wordt. Die worden later geoogst, zodat ze nog meer suiker bevatten. De rum die gebruikt wordt, komt uit Venezuela. Na deze proeverij reden we naar het centrum van Vicuna waar we even op het plein hebben rondgelopen en de ooit uit Duitsland geïmporteerde, houten kerk hebben bekeken. Alles is een beetje in verval. Is er geen geld voor of wordt er geen aandacht aan besteed?
Hierna reden we naar het plaatsje Montigrande, waar Gabriëla Mistral geboren was en haar hele leven heeft gewoond. Zij was dichteres en won de Nobelprijs voor de literatuur. Zij was de 2e Chileense die die prijs won, naast Pablo Neruda, haar partner. Ik weet dat niet zeker, maar Wikipedia kan daar wel uitsluitsel over geven.

Nadat we in Pisco Elke een lunch hadden gekregen, hadden we 2 uur nodig om weer op het schip te komen. We waren maar net op tijd. Gelukkig wacht het schip als je met een excursie van de HAL weggaat. Als je op eigen houtje gaat en je bent te laat, dan kan je het schip uitzwaaien, want er wordt niet op je gewacht.
Na het eten nog even het casino in en de 10 dollar van 1 februari zijn er al 25 geworden. We kunnen dus nog een keertje spelen.
Morgen nog vroeger op, want dan gaan we naar Santiago de Chili, de hoofdstad. We komen in de havenstad Valparaiso aan, dat ligt tegen de heuvels aangebouwd. Er zijn wel 16 liften of funiculaires die je van de ene hoogte naar de andere brengen. Maar dat zien wij niet, want wij gaan naar Santiago. Je kan maar 1 ding tegelijk doen.

Donderdag 4 februari 2010.

Heel vroeg op, om 7.30 uur begint de tocht naar Santiago al. We worden in de shuttlebus gestopt om over het haventerrein naar de aankomsthal vervoerd te worden. Daar worden onze tassen gecontroleerd om eetbare en drinkbare spullen. Het is ten strengste verboden om dat aan land te brengen, net zoals dat in de VS het geval is. Wij denken dan: “met gelijke munt terugbetalen”. Maar goed, daarna in de juiste bus die ons in een kleine 2 uur door de bergen heen naar de vlakte van Santiago brengt.
Pedro de Valvidio, de eerste Spaanse conquistador ( waar Inez Suares mee was ) koos deze plek uit in 1544 om een stad te stichten. Deze plek was vruchtbaar en vlak, goed te verdedigen tegen de Indianen die geluidloos in duizenden konden aanvallen. Deze stad besloot Pedro tot hoofdstad van zijn pas ontdekte en veroverde land te maken. Hij was nog niet uitgereisd, want verder naar het zuiden ligt aan de kust de stad Valdivia.
Daar vond hij zijn Waterloo. Hij is er zacht geroosterd, gevild en gevierendeeld, in de gedachte : “met gelijke munt terug betalen”. De Spanjaarden hebben heel wat bloed laten vloeien. Ze kregen daarbij een steuntje in de rug van het Vaticaan, want de Paus had een brief of bul uitgevaardigd dat de wilden in de overzeese gebieden, het Eldorado, geen mensen konden zijn. Dus kon je ze ook met een gerust geweten als geen mensen behandelen. De kerken die op verwoeste, heilige (tempel)plaatsen door de meegetrokken paters Franciscaan of Dominicaan opgericht werden, moesten de religieuze Indianen tot het Rooms-Katholieke geloof “overhalen”.
Ergens halverwege was er langs de weg een bedevaartsoord waar in begin december wel een miljoen Chilenen als pelgrim samenkomen om moeder Maria te eren. Het geloof van de Indianen voordat de Spanjaarden kwamen, vereerde de zon, de maan en moeder Aarde.
In Santiago hebben we het regeringsgebouw waar in 1973 Salvador Allende is doodgeschoten, gezien. Van 1973 tot 1990 was de macht in handen van de militairen onder leiding van generaal Pinochet. Dit was een waar schrikbewind met vele verdwijningen en martelingen. Nu worden er net als bij ons verkiezingen gehouden en is er pas een nieuwe president gekozen, eentje van de rechtervleugel. Hij heeft fabrieken met……? Of, volgens Jan een onroerend goedmagnaat. Dit komen we nog wel te weten in de volgende excursie.
Het volgende plein met de winkelstraten er om heen, was het Plaza Mayor. Elke stad heeft zo’n plein en ook een Plaza de Armas, in heel Zuid- Amerika. Hier hebben we in de 20 minuten die we kregen op het plein een kop koffie gedronken, het was inmiddels al 11 uur.

De lunch kregen we in een restaurant boven op een heuvel in een mooi park. De lunch stelde niet veel voor en wat nog erger was, de witte wijn was kapot, ze smaakte naar sherry. Jan en ook Kees nam dat niet en vroeg om een andere fles. Die was ook zo en toen zijn we maar over gegaan op de rode wijn. Amerikanen in ons gezelschap hebben geen van allen geprotesteerd tegen de te zoete wijn.
Na nog 2 stops, een bij een mooie boetiek waar ze juwelen met lapis lazuli verkochten en een bij een “arts and crafts market”, aanvaardden we de terugreis van bijna 2 uur. We waren nog net voor 5 uur op het schip. Gelukkig werd er nog gebunkerd en geladen en konden we sowieso niet weg.

’s Avonds hebben we maar een beetje rustig aan gedaan. Toch wordt het altijd half twaalf voor we naar bed gaan. Maar nu gaf het niet , want we konden uitslapen, morgen een zeedag op weg naar Robinson Crusoe eiland, midden in de Stille Zuidzee.

Vrijdag 5 februari 2010.

Over deze zeedag is niet zoveel te vertellen. Tai Chi ging niet door. De vrouw van de leraar is op een brancard in Valparaiso van boord gegaan, met zegt met uitdrogingsverschijnselen. Dat kan als je hevige diarree hebt en dat heerst aan boord.
We hoefden er dus niet vroeg uit en aan het late ontbijt ontdekten Ellie en Kees en ik dat we alle vier kunnen bridgen. Toen was een afspraak voor dezelfde middag zo gemaakt. Jan is eerst wel naar bridgeles en kookles geweest. Maar na de lunch hebben we heel leuk zo’n 2 uur zitten kaarten, 12 spelletjes. Dat gaan we vaker doen. Het diner vond deze avond in de Pinnacle plaats, weer samen met Kees en Ellie. Zij zijn van plan om er 1 keer in de week te eten. Dat vinden we wel veel, maar zo af en toe kunnen we er samen gaan genieten van het meer dan uitstekende voedsel. Jan nam weer een porterhouse steak. En daar heeft hij later geen last van. Je komt er wel heel vol vandaan. Niet goed voor de omvang van je eigen lijf, maar daar moeten we dan later maar weer aan gaan werken.
Na een nazit met digestief in de Ocean Bar was deze dag weer ten einde en konden we om middernacht onze hut opzoeken. Zo gaan de zeedagen op een meer dan aangename manier voorbij. Morgen naar een eiland waar niets te beleven valt, een zogenaamd pirateneiland, Isla Robinson Crusoë.

Zaterdag 6 februari 2010.

Op dit eiland wonen 600 mensen. Het schip bracht er meer aan wal.
We moesten tenderen natuurlijk. Zelfs voor de tenderboot was de pier net groot genoeg. Maar we vonden het toch een prachtige stop. Er was niks, er liep 1 verharde weg naar boven en 1 naar rechts.
Maar er waren grotten halverwege de berg en die waren historisch gezien wel interessant. Tijdens de bevrijdingsoorlog van 1810 tot 1814, toen Napoleon ook in Spanje een broer op de troon had gezet, leed er in de buurt van het eiland een schip met bekende Chilenen schipbreuk en de 300 schipbreukelingen hebben er in de grotten overleefd.
Ook de Schotse marineman Alexander Selkirk heeft er helemaal alleen 4 jaar en 4 maanden doorgebracht. Hij werd door zijn kapitein vanwege zijn recalcitrante gedrag van de boot gezet met een bijl, een bijbel en nog wat voedsel en moest maar zien. Na deze tijd heeft Selkirk het in de Navy nog tot luitenant geschopt en is op 47 jarige leeftijd in de strijd gebleven.
Er zijn dus meer Robinson Crusoë’s geweest. Men zegt van 3, maar dat is in de Wikipedia goed na te gaan. In ieder geval heeft Selkirk of die andere model gestaan voor Daniël Defoe om het boek Robinson Crusoë te verzinnen. Van Vrijdag trouwens geen spoor, ook niet in souvenirvorm. Erg commercieel vonden we dat niet, want de Amerikaanse souvenirjaagsters hadden er wel een paar dollars voor over gehad.
Wij hebben er toen maar lobster gegeten, met empanada’s en een glas witte wijn. Voor zo’n week lijkt het ons het paradijs op aarde. Het is heel groen en vruchtbaar, waarschijnlijk regent het er meer dan wij leuk zouden vinden. Het was nu ook vochtig en warm. Maar het rook er heerlijk naar bloemen en aarde.

Aan de kant van het eiland, waar Jan en ik niet heen gegaan zijn, zagen Jan en Ria van Kasteel een groep van minstens 30 zeeleeuwen vlak voor de kust paren. Alleen de staarten kwamen boven water. Hebben wij weer gemist. We hoorden het ’s avonds in de Oceanbar, waar we tussen 7 en 8 een borrel drinken en een dansje maken voor we aan tafel gaan. En als de andere Nederlanders Jan en Ria, Ruud en Wil en Ellie en Kees zin hebben, komen ze ook. Zij eten ook pas om 8 uur.
En met deze dag is deze week ook al weer voorbij. En kan het verslag op het web gezet worden. Zondag zitten we weer op zee. Het schip begint te slingeren op deining van de oceaan. Je slaapt er heerlijk op, maar dat vindt niet iedereen. Sommige passagiers worden er al zeeziek van.

Week 5.

Zondag 7 februari 2010.

Wederom een zeedag, die we relaxed doorgekomen zijn. Nu onze Tai Chi leraar van boord is vanwege zijn zieke vrouw, zijn we als groep zelf maar aan de slag gegaan. Wij, als goed oplettende leerlingen hebben precies hetzelfde gedaan als Roger en we, een kleine groep van 9 mensen, waren erg tevreden. We hebben besloten elke zeedag om 8.30 uur zelf aan de slag te gaan. Hulde aan degenen die dit initiatief genomen hebben.
Jan heeft nu Kees mee gekregen naar bridgeles. De transfers werden besproken.
Verder hebben we het rustig aangedaan. En van 3 tot 5 hebben we gebridged met Ellie en Kees. Erg leuk en ontspannend.
Voor de Amerikanen was het een belangrijke dag, namelijk Super Bowl dag. Dat is net zo belangrijk als bij ons Ajax- Feijenoord. Het theater was helemaal versierd in de kleuren van de 2 footballpartijen. Voor ons lijkt het net op vrij worstelen. Er stonden allerlei hapjes klaar en verder konden de niet-Amerikanen in het Crows nest hun vertier zoeken. Maar ik vond het wel leuk om de reacties van de kijkers te zien. De uitslag heb ik niet meer afgewacht. Er worden 4 delen van 15 minuten gespeeld, maar het spel wordt elke keer onderbroken. Elk kwartier duurt wel 1,5 uur. Bij de stand van 17-16 ben ik afgehaakt. Jan vond er al helemaal niks aan en ging naar het casino. Daar was hij ’s middags erg gelukkig geweest en had 75 dollar gewonnen. Kunnen we weer een paar keer spelen. Voorlopig kan dat trouwens niet, want we blijven tot 14 februari in de Chileense wateren varen en dan kan het casino niet open. Bovendien moeten we morgenochtend vroeg op, want de dagtocht begint al om 8 uur en duurt ook nog de hele dag. Naar bed, naar bed dus.

Maandag 8 februari 2010.

We komen in Puerto Montt aan, de meest zuidelijke, nog grote haven aan. Er wonen zo’n 180.000 inwoners in de wijde omgeving. Wat wij al een grote stad vinden, maar wat het niet is ?
De excursie gaat naar een soort waterval en naar de grootste vulkaan in de wijde omgeving, de Osorno vulkaan. We zijn met een kleine groep in 1 bus, dat maakt het in- en uitstappen lekker vlot.

De waterval was aardig, maar de rit naar de top van de vulkaan was spectaculair, heel veel haarspeldbochten. Gelukkig rijdt er geen kip, dus het is niet gevaarlijk.
Boven aan gekomen, bij het station waar ’s winters de skiliften naar boven vertrekken, wil de mist maar niet optrekken en zien we van dichtbij niets van de gletsjer, wat erg jammer is. Wel voelen we dat het er erg koud is, want er staat een meer dan stevige koude bries. Gelukkig is de cafetaria open en hebben Jan en ik er een kop koffie gedronken.
De volgende stop, onder aan de berg, was eigenlijk minstens zo interessant. Het was het hotel Ensenada, waar we geluncht hebben.
Het boeiende was dat hier in 1913 president Teddy Roosevelt er ook geluncht heeft. Hij kwam van de andere kant van het enorme meer Llanquihue aangevaren. Hij heeft toen in deze regio 4 dagen doorgebracht. De trein was net tot Puerto Montt doorgetrokken.

De inboedel van het hotel is sindsdien niet veranderd. Alle spullen uit grootmoeders tijd staan er nog. Je kan er ook nog logeren, voor een 2 persoonskamer vol pension betaal je $ 200. Per dag. Je kan er van je rust genieten, er is niet veel te doen.
En nu in hoog zomer was het nog kil en vooral nat. Maar ik denk dat de winter met de wintersport meer toeristen trekt. Voor Argentijnen die net over de grens wonen, is het hier dichterbij dan hun eigen skigebied. Ook de oceaan trouwens. Chili is nog geen 200 km breed, maar wel 4000 km lang.

De laatste stop was in het door Duitse immigranten gestichte stadje Puerto Varas. Hier konden we 3 kwartier shoppen of wat rondkijken, maar het was koud en nat en wij hebben onze laatste pesos in het plaatselijke, grote casino opgemaakt. Helaas was Jan dit keer niet zo fortuinlijk en ik helemaal al niet. Dus daar gingen onze 14 dollar aan pesos. Rien ne va plus, dit geld is niet meer van u.
We hadden bij aankomst in de haven de laatste tender en nu gaan we, voor het eten, naar de Oceanbar voor een drankje en een dansje. Eet smakelijk voor er na.
Morgen weer een haven, Puerto Chacabuco. Vanaf nu worden de havens klein en varen we tussen de eilanden door. Dit worden de Chileense fjorden genoemd. Morgenochtend van 7 tot 10 uur is er zo’n scenery tocht, net als de Geirangerfjord in Noorwegen. Dus toch vroeg op, voor het goede doel.

Dinsdag 9 februari 2010.

De haven Puerto Chacabuco is eigenlijk alleen een haven, met een kleine gemeenschap er bij. Voor de aardbeving was Puerto Aisén de eigenlijke havenstad, maar die haven is nooit meer opgebouwd. In plaats daarvan hebben we een 20 km richting de zee een nieuwe haven gemaakt. De huizen zijn er in de hele regio meestal van hout en zien er nog al eens verveloos en vervallen uit. De enige verwarming komt van de houtkachel waar ook op gekookt wordt. Je ziet dus overal schoorstenen roken.
Wij gaan met een bus naar de hoofdstad van de regio, regio nr.11, en dat is Coihayque richting Argentinië. We moeten er voor de bergen over en de Andes in. Eerst stijgen we dus en zien watervallen en lopen even door een regenwoud. Door de stijgingsregens is het hier altijd vochtig. Ook nu regent het steeds tussendoor, maar eigenlijk is het nog een goede dag.
Over de top heen wordt het ineens zonnig weer, We hebben dan al wel een uur gereden. Na nog een half uur zijn we op de plaats van bestemming. Hier kijken we wat rond. Het waait er enorm. Argentinië ligt nog maar 3 kwartier hier vandaan.
Coihayque is pas in 1929 gesticht. Veel van de bewoners van deze regio zijn gevraagd door de regering om van uit Europa hier heen te komen. Men kreeg land, onder de voorwaarde dat ze het zouden ontginnen. Er kwamen Italianen, Duitsers, Oost-Europeanen, Spanjaarden en nog meer, al van af 1850 eigenlijk.
Maar pas nadat er Engelsen kwamen die er schapenfarmen opzetten, werd het met de levensomstandigheden stukken beter. Nu zag de stad er toch ontwikkeld uit. Er zijn banken, er is een middelbare school, er is op het centrale plein een WiFi aansluiting, dus vrij internet.
En in de fjord zijn er zalmkwekerijen. Chili is na Noorwegen de grootste zalmuitvoerder ter wereld.
Er is maar weinig werkloosheid, er komen uit andere delen van het land mensen hier heen om werk te zoeken.
In Coihayque kwamen we nog Jan en Ria tegen, zij hadden met nog 3 Nederlanders een taxibusje genomen. En ook kwamen we Larry en Carol tegen, die hadden een minivan genomen met nog 6 anderen. Zij hebben het zelfde gezien als wij, maar voor veel minder geld. De excursies van de HAL zijn soms wel erg duur. Wij hadden op de terugweg nog wel een stop bij een restaurant waar er allerlei snacks voor ons klaar stonden met wijn uiteraard. We hebben het ons heerlijk laten smaken, dat moet gezegd.
Terug op het schip hoorden we de kapitein melden dat vanaf 9 uur ’s avonds alles in de hut goed vast moest staan, want dan kwam het schip in zwaarder weer. En dat klopte. Tijdens de show van de Engelse komiek begon het schip ineens te stampen en te rollen. Na de show zijn we maar naar bed gegaan, heerlijk meewiegen met het schip. Gelukkig heb ik geen last van zeeziekte. Je kan er wel pilletjes voor krijgen bij het frontoffice en er liggen ook appels klaar. Dat schijnt ook te helpen. Ik heb er nog nooit van gehoord.
Morgen gaan we toeristisch varen tussen de eilanden voor de Zuid-Chileense kust. Er liggen er hiervoor duizenden. Het lijkt op het varen in de Noorse fjorden.

Woensdag 10 februari 2010.

Vanmorgen hebben we de 2e rekening gekregen. En dat is maar goed ook, dan heb je een beetje overzicht na elke 2 weken. Anders komt de klap wel erg hard aan na 10 weken als je niet meer weet wat je allemaal hebt uitgegeven. Het grootste deel van onze rekening bestaat uit wijn en bier consumptie. Als we dat weten te beperken, valt het allemaal erg mee.
Vandaag zouden we mooi varen, maar dat begon pas om 13.00 uur. Eerst ging het schip nog te keer en was het moeilijk om je ontbijt bij het buffet bij elkaar te scharrelen. Het lopen met koffie en thee en jus d’orange valt niet mee als je ook je evenwicht moet bewaren. En er zijn ook al geen dienbladen, dus je moet ook nog vaker lopen.
Jan en Kees hebben weer bridgekennis opgedaan. De lezingen over Chili en Antarctica waren erg gedateerd en niet interessant. Maar de dansles foxtrot les 1 was perfect. We hebben er wat bijgeleerd en oude kennis opgefrist. Jammer dat we ’s avonds niet konden dansen, het schip ging toch teveel te keer.
In de middag heb ik een paar uur in het Crow’s nest gezeten. Hier heb je een uitstekend uitzicht over de route van het schip. Dat is prachtig.
Om dit verhaal op tijd te tikken, zijn we maar een keertje niet naar de show geweest. Het wordt anders alle avonden erg laat. Misschien is het morgenochtend weer rustig weer, zodat ik weer kan gaan Tai Chi-en. Overmorgen komt de leraar met zijn vrouw weer aan boord en hebben we weer deskundige leiding.

Donderdag 12 februari 2010.

Vanmorgen om 8 uur lagen we voor de Amalia gletsjer. Hier hebben we wel 3 kwartier voor gelegen om iedereen de gelegenheid te geven om er van te genieten en om foto’s te maken. Het was bar koud, maar zo’n gletsjer is altijd imponerend, wat een natuurgeweld.
Hierdoor verliep de zeedag niet standaard. Eigenlijk was ik van mijn apropos en heb ik, na de lezing van Frank over Punta Arenas en Ushuaia lekker in een hoekje zitten lezen in het boek over het leven van Willem Endstra.
Wat een gekonkel en geschuif met geld. Jan is natuurlijk weer naar bridgles geweest en samen hebben we foxtrot les 2 gevolgd, een ietwat verwarrende les omdat de stappen erg veel op die van de rumba leken. Het verschil zit hem eigenlijk meer in de houding dan in de stappen. Dat is voor een beginnende danser niet te snappen, maar we doen toch ons best en het blijft leuk.
De lezing die Jan over de walvisvaart bijwoonde, bevatte voor hem weinig nieuws. Maar dat is ook logisch als je weet dat zijn vader in 1956 een walvisvaarder was. Dan weet je meer dan de gemiddelde Nederlander van de walvisvaart af. Voor Nederland was de levertraan na de oorlog erg belangrijk om de bevolking weer op sterkte te laten komen.
Morgen varen we door de Straat van Magelhaen, genoemd naar de wereldontdekker die voor de Portugese vlag een andere weg naar de Oost moest ontdekken. Hij zeilde niet oostwaarts, maar westwaarts. En hij vond de doorvaart onderaan Zuid-Amerika. Die doorvaart is naar hem genoemd. De zuidelijkste kaap hier heet Kaap Hoorn, genoemd naar de geboorteplaats Hoorn van de Nederlandse zeeman Willem Schouten die deze kaap ontdekt heeft. ( Misschien wel een van de voorvaderen van Peter de Gooijert, van wie zijn moeder een Schouten is uit de buurt van Hoorn ). Magelhaen ontdekte wel de doorvaart, maar bereikte desondankt nooit de Molukken of de Filippijnen, omdat hij voordien dood ging. Hoe dat precies zat, moet ieder voor zich maar bij Wikipedia opzoeken.
Met Larry en Carol hebben we afgesproken samen op pad te gaan om morgen de pinguins te gaan spotten. Om half negen op de kade en dan op zoek naar een taxi, we komen al om 7 uur in Punta Arenas aan.

Vrijdag 12 februari 2010.

Punta Arenas dus, de meest zuidelijke Chileense stad. Het is voor ons ook meteen de laatste stad in Chili die we bezoeken. Hier moeten we de pinguïns gaan zien. Het moet heel makkelijk zijn, want er is een baai waar ze elk jaar komen om te broeden.
We vinden meteen op de kade een taxi, die een toer van 4 uur met ons maakt. 3 uur naar en van de pinguïns en 1 uur een rondtoer in de stad.
De Otway sound is 70 km van Punta Arenas vandaan. Halverwege de weg gaat over in een sintelbaan voor de laatste 38 km. Dat was minder, maar de taxi reed toch rustig door. En bij de baai aangekomen zagen we dan ook in een soort duinlandschap veel pinguïns. Het was een heel leuk gezicht. Ze maken nog veel lawaai ook, als of ze huilen of roepen. Deze rit was zeer de moeite waard. Hier kwamen we voor tenslotte.
De pinguïns heten de Magellan pinguïns. De overwinteren in Brazilië en komen in het voorjaar, voor hun in september hierheen. Eerst de mannetjes en na 2 weken de vrouwtjes. Ze vormen jaren achterelkaar een paar. Eerst vasten ze 3 weken om en om en daarna gaan ze hun nest bouwen en paren en eieren leggen. Ook het broeden doen ze om en om. Na 21 dagen komen de eieren uit en kan het voeden beginnen. Zelfs dat doen vader en moeder samen, om en om. We zagen op het strand nog jongen zitten, ze waren lichter grijs en nog donzig. In maart moeten ze groot genoeg zijn om met vader en moeder te gaan overwinteren in Brazilië.
De Humboldt pinguïns hebben we gemist, die waren voor de kust van Peru. Ze zijn genoemd naar de Humboldt koude golfstroom. Ik hoop dat we nog wel de koningspinguïns zien.
We hebben trouwens wel de Deelen pinguïns gevonden, in een warm nest en ze zaten er rustig bij.

De begraafplaats in Punta Arenas was erg indrukwekkend. Er staan complete huizen en kapellen waar de doden in liggen. Vanaf 1870 tot aan de opening van het Panamakanaal was deze stad heel erg in trek bij avonturiers die hun geluk wilden beproeven. En vele hebben er fortuin gemaakt, in de houtwinning, de schapenhouderij en de mijnbouw. De rijkdom kun je nog aan de kapitale villa’s zien die er nu nog staan. Op de begraafplaats zie je veel Franse, Duitse en ook Kroatische namen. Eigenlijk kwamen er veel Europeanen hier naar toe. Van de oorspronkelijke bevolking is nauwelijks nog iets over. Dat moeten wel geharde mensen geweest zijn die hier in de barre kou konden wonen. Ze hadden niet veel kleding aan en verfden hun huid voor wedstrijden in allerlei strepen en kleuren. Vuurland heet zo, omdat de ontdekkingsreizigers er vele vuurtjes zagen branden. Dat was van de indianen die er woonden en een nomadisch bestaan hadden. Ze vervoerden alles in hun kano’s , zelfs hun vuur.
Na 4 uur zijn we in het centrum van de stad afgezet, op de Plaza de Armas, een erg mooi plein met dikke bomen en een standbeeld van Magelhaen in het midden.

In een restaurant zijn we eerst maar wat gaan eten, wij King krab en empanades, heerlijk. Jan dronk 2 pisco sours en had toen meteen genoeg van het door de stad banjeren.
Ik heb op het plein alle stalletjes afgelopen en hij is lekker op een bankje gaan zitten. Het was heel erg best weer, zonnig en niet koud. Wij waren op alles voorbereid, vooral de wind kan het zeer onaangenaam maken. Maar we hebben erg veel geluk gehad met het weer.
Van mijn laatste 1000 pesos = 2 dollar, heb ik 2 koelkastklevers met …….pinguïns gekocht en toen was de pret op. Met de shuttlebus konden we terug naar het schip.
Jan viel in de hut meteen in slaap, maar ik ben in het Lido een kop koffie gaan drinken. En met een lekker dineetje met lamskoteletjes was deze dag ook weer voorbij. Morgen hebben we weer een kans om pinguïns te zien, maar nu in Argentinië, want we komen om 13.00 uur aan in de echt zuidelijkste stad Ushuaia, op Vuurland in Argentinië.

Zaterdag 13 februari 2010.

We zijn nu aan het einde van de bewoonde wereld aangeomen, in Ushuaia. Hier beginnen expeditieschepen naar Antarctica. En er liggen er 2, eentje van Hansiatic en eentje van Via Australis. Het zijn kleinere schepen maar wel voor passagiers. Wij zijn om 13.00 uur aangekomen en het regent zachtjes.
We hebben geen tour en kunnen dus op eigen houtje het schip af. Het ligt midden in de stad ( ca 100.000 inwoners ) en je loopt zo het centrum is. Hier moet je je niet te veel van voorstellen. Dat is 1 straat en niet eens mooie stoepen of zo. Het is maar goed dat we stevige stappers aan hebben. Verder staan hier nog veel houten huizen, maar dat hebben we vaker gezien in de noordelijke steden bijv. van Noorwegen en op New Foundland en Ijsland. Het ziet er allemaal zo’n beetje hetzelfde uit.
Wij stonden aan de wal met Larry en Carol. Er waren ook toeristische tours in de aanbieding op de kade en wij hebben gekozen voor de treinreis naar het Nationale Park hier op Vuurland, Tierra del Fuego op zijn Spaans.
Die treinreis is heel bijzonder, want het was de trein van de gevangenen die in de bossen hun eigen hout moesten kappen.
Toen aan het eind van de 19e eeuw de handel om Kaap Hoorn goed op gang kwam ( het Panama kanaal was er nog niet ), wilden Frankrijk, Engeland en Duitsland de doorvaart wel verzekerd en veilig hebben. Ze wilden eigenlijk de kleine nederzetting van een paar honderd man bezetten, maar daar ahd de regering van Argentinië tochop tijd een stokje vor gestoken. Alleen wilde er niemand vrijwillig gaan wonen. Toen heeft de regering er een strafkolonie van gemaakt, voor heel zware boeven.
Hier uit vandaan ontsnappen was onmogelijk. Van af 1902 kwamen de eerste gevangenen, uitgezocht op hun vakmanschap, want ze moesten zelf hun gevangenis bouwen, wegen aanleggen en ook de spoorlijn aanleggen die naar het bos ging om hout te kappen. Pas in 1920 was de spoorlijn helemaal klaar, zo’n 25 km. Nu kun je de laatste 7 km meemaken in een verwarmde coupé. Dat was toen wel anders. De houtwinning ging tot 1947 zomer en winter door. Er werd ook voor de burgers in de stad gekapt. De gevangenen waren blij als ze vanwege goed gedrag naar buiten konden, alles was beter dan de hokken in de gevangenis.
In het nationale park wordt het gedeelte waar al het hout gekapt is, de bomenbegraafplaats genoemd. Alle boomstronken staan er nog, maar heel mondjesmaat groeien er struiken voor in de plaats. Het is er te koud voor snelle hergroei. Het kappen gebeurde in de vallei van de rivier de Pipo en tegen de berghelling op. De rivier meandert door de vallei heen en laat er veel vochtige plekken achter, die laagveen vormen.
Deze trip vonden we geweldig om mee te maken. Jan en Ria van Kasteel zaten ook in de trein. Zij hadden begrepen dat er ook nog met een bus door het park gereden zou worden, maar gelukkig waren ze op tijd terug voor de terugrit met de trein.
Na afloop werden we in de hoofdstraat afgezet en konden we nog een goed uur winkelen. Dat was in de kou en de regen, denk aan onze natte winters, geen pretje. Dus toen we de inkopen gedaan hadden ( Jan eent-shirt met het einde van de wereld er op en ik nog een leren pinguïn ) konden we naar het schip.
’s Avonds was het formel night en werd Valentijn gevierd, Iedereen werd verzocht om zoveel mogelijk in eht rood te komen. Dus Jan had een mooie rode stropdas om en ik mijn lange rood/gele jurk. Na afloop van het officierenbal hebben we met onze Nederlandse ploeg in het crow’s nest nog wat gedronken en gedanst. Maar niet te lang, want morgenochtend varen we tussen 6 en 7 uur langs Kaap Hoorn en dat willen we wel meemaken.
Dan is het zondag 14 februari en gaan we 5 dagen door het zuidpoolgebied varen, op zoek naar ijsbergen.

Week 6.

Zondag 14 februari 2010.

We gaan vandaag rond Kaap Hoorn varen. Dat doen we al heel vroeg, om 6 uur, en het is dus zaak om vroeg uit de veren te gaan om te filmen.
Gelukkig kwam de kaap aan onze kant van het schip voorbij en kon Jan gewoon op balkon gaan staan om de kale rots te filmen. Alleen was het moeilijk uit de meerdere pieken de echte kaap te kiezen. Dus heeft hij het hele gebied maar genomen. Ook voeren we nog een rondje om de eilandengroep heen. Al met al duurde het wel 2 uur voor we verder naar het zuiden voeren op weg naar Antarctica. Dat was nog een heel eind weg, want daar was nog 1,5 dag voor nodig.
In 1615 hebben de gebroeders Schouten deze kaap voor het eerst gezien en naar hun moederstad Hoorn genoemd. Het is dus evident dat de Nederlandse ontdekkingsreizigers voor het eerst hier van de Atlantische Oceaan naar de Stille Oceaan voeren.
Het ronden van deze kaap is over het algemeen een linke tocht, want door gebrek aan land waait het er altijd enorm. Bovendien ligt de kaap op 56 graden zuiderbreedte, wat erg zuidelijk is. De enorme winden maken de zee erg onstuimig en de meeste passagiers vreesden deze ronding dan ook. Het schip zou wel eens op zijn kop gaan staan. De golven kunnen wel 30 meter hoog worden. Maar wij hadden erg veel geluk, want het was extreem rustig weer en we hadden een kalme zee.
Toen we Ushuaia verlieten, hebben we de Argentijnse piloot bij Port Williams afgezet en toen koers gezet naar de Barnevelt eilanden. We zijn dan weer in de Chileense wateren en moeten weer een Chileense loods aan boord hebben. Toen we die voorbij Kaap Hoorn ontscheept hebben, koersten we richting de Draak Passage richting Antwerpen eiland. Hier op ligt het Amerikaanse station Palmer station. Hier worden ’s zomers allerlei gegevens verzameld en onderzoeken gedaan, waar we met de hele wereld wat aan hebben.
De Draak passage is een beruchte zeestraat tussen Kaap Hoorn en Antarctica. Meestal waait het hier enorm.
Dus, op weg dan maar naar Antarctica. We hebben vanaf nu een ijsloods aan boord. Dat is uiteraard verplicht, hij, Pat Toomey, loodst ons door de ijsbergen van ons gebied heen. Hij houdt ’s middags een lezing over wat ons allemaal te wachten staat en welke koers hij uitgezet heeft. Deze heb ik niet bijgewoond, ik weet nu ( woensdagavond) niet meer waarom niet.
Onze kapitein, Albert Schoonderberg, houdt een eigen weblog bij op de site van de HAL. Je kan dat altijd volgen via www.captainalbert.com. Het is wel in het Engels, maar hij maakt dagelijks een verslag en zet er meestal foto’s bij. Hij doet dit al een paar jaar en heeft steeds meer bezoekers van zijn blog. Hij schrijft ook elke keer een verhaal in het blad de HALLO, van de oud employers van de Holland America Line, waar wij ook lid van zijn.
Op het schip wordt in de tussentijd het Chinese Nieuwjaar gevierd, met een versierd schip en een aangepast menu. Het jaar van de Tijger is begonnen.
Morgenochtend is er nog niets te beleven buiten. We komen pas om 12.00 uur aan bij Antarctica. We kunnen dus nog uitslapen. Ga ik nog Tai Chi-en om 8.30 uur? Dat zie ik morgenochtend wel.

Maandag 15 februari 2010.

Vol verwachting klopt ons hart. Jan loopt vanaf 10.00 uur al zenuwachtig rond om de eerste beste ijsberg op de foto te zetten. Ik zelf heb strategisch in het Lido plaats genomen. Maar met mijn boek er bij en al wel helemaal driedubbel aangekleed. Want het wordt koud, dat is zeker.
Wat hadden we dan aan?
Jan had 2 t-shirts, 1overhemd, 1 dikke, wollen trui en zijn dikke duffelse jack aan met een sjaal en zijn konijnenbonten vliegeniersmuts.
Ik had 1 onderhemd, 1 katoenen coltrui, 1 wollen trui, 1 wollen vest, 1 bodywarmer en mijn winterjas aan. Onder mijn spijkerbroek had ik een legging aan en uiteraard mijn gevoerde hoge winterschoenen. En met sjaal, muts en handschoenen moest ook ik er tegen kunnen.

Vanaf 12.00 uur zagen we de eerste ijsschotsjes ronddrijven en van uit de verte Antarctica opdoemen. We stonden allemaal buiten. Het was uitzonderlijk mooi, zonnig weer en niet te koud om het lang buiten uit te houden. We waren op weg naar Palmer Station op Anvers eiland. Op Palmer Station wonen ’s zomers 44 mensen en ook zo’n kleine 3300 paar Adèle pinguïns.
Van Palmer Station kwamen in 2 zodiacs 20 mensen aan boord, 14 meer dan gepland. Ze kwamen een lezing geven over wat ze er doen en wie ze zijn en wat ze de rest van het jaar doen, elders in de wereld. Ook hebben ze bevoorrading mee terug genomen en zetten we 4 mensen in Buenos Aires aan land.

In de tussentijd voeren we diep het Lemaire Kanaal in en de Straat van Gerlache. Al deze namen zijn naar ontdekkingsreizigers die hier voor het eerst aangekomen zijn of die hier dood zijn gegaan. Aan het eind van de middag waren we weer op de plek bij Palmer Station om de Amerikanen af te zetten.
En daarna voeren we verder. Onderweg zagen we huizenhoge ijsbergen met soms een pinguïnkolonie er op, een verdwaalde walvis en een paar zeehonden. We konden steeds aan een kant van het schip in het zonnetje staan, echt een prachtige dag.

Op het zwembaddek was het zwembad en de whirlpool gevuld met heet water en kon je in de buitenlucht met op de achtergrond Antarctica een saunaatje nemen. Hier had ik toch het lef niet voor en Jan had het te druk met filmen en fotograferen. Hij heeft bijna de hele dag buiten op dek gestaan, voorop met weinig wind of achterop zonder wind.
We zijn wel om 8 uur gewoon gaan eten, met onze dikke kleren aan voor het geval we nog naar dek moesten om wat bijzonders te gaan zien.
Er was geen show, maar er werd wel een pinguïnfilm getoond : The March of the Pinguïns. En die was erg ontroerend. Het gaat om de voortplanting van pinguïns. Hoe ze teruggaan naar hun geboortegrond om een paar te vormen, een ei te leggen en te overwinteren. De mannetjes moeten het 125 dagen zonder eten doen, zij broeden het ei op hun voeten en onder hun vel uit. De moeder gaat, na het ei gelegd te hebben, 105 km terug naar open zee om opnieuw te eten en weer op sterkte te komen. Daarna gaat ze weer lopend en glijdend terug om haar jong te voeden. Dan is pa aan de beurt om de 105 km naar de zee te overbruggen en te eten. Hij is inmiddels de helft van zijn gewicht kwijt. Ook hij komt weer terug. Ze herkennen elkaar aan het geluid dat ze maken. Dat is uniek. Ook de kleintjes herkennen hun vader al aan hun geluid. Dan maken ze met zijn drieën nog een gelukkige tijd door en als de kleintjes groot genoeg zijn, worden ze door de ouders in de steek gelaten. Ze leven overigens wel allemaal in een kolonie. Een pinguïn alleen overleeft niet. En aan het begin van de zomer gaan de jonkies met elkaar naar zee. Na 5 jaar zijn ze volwassen en keren ze met elkaar terug naar hun geboortegrond, 105 km landinwaarts, waar het ijs niet meer afbreekt. Ze zoeken een partner uit, leggen 1 ei. De moeder houdt dat nog een paar dagen op haar voeten en onder haar vel vast. Maar ze is erg verzwakt en keert dus terug naar zee. Het overhevelen van het ei van moeder naar vader is gevaarlijk. Als dat even te lang duurt, vriest het ei onmiddellijk kapot. Verder zijn er nog 2 gevaren voor het jong groot genoeg is om oud te worden. Hij moet, eenmaal uitgebroed, wel goed onder het vel bij zijn vader blijven zitten en niet te nieuwsgierig steeds naar buiten komen kijken. Dat is nog te koud. En eenmaal rondscharrelend kan het nog door een roofvogel gedood worden.
Het was een heel ontroerende film en een goed besluit van deze mooie dag. Voor dag 2 staat er al weer heel vroeg veel siteseeing op het programma. Van af 5 uur kunnen er veel walvissen gezien worden. Vroeg op dus.

Dinsdag 16 februari 2010.

De wekker ging op 5 uur. Jan schoof de gordijnen open en zag dat het mistig was. Nog geen tijd om op te staan dus. Dat werd toen pas om 6 uur gedaan.
Helaas is er geen walvis te zien geweest. De hele groep was ergens anders heen getrokken. Ik zelf ben om 8 uur opgestaan en op weg naar Jan, ergens buiten, heb ik toch maar eerst geTai-Chi-ed. Kees was er ook en die vertelde dat hij van de kou naar binnen was gekomen. Het was veel kouder dan gisteren.

Dus toen heb ik Jan van het achterdek bij het Lido, dek 11, afgeplukt en hebben we samen ontbeten. De ijsbergen waren rond om ons schip, overal waar je keek zag je land en ijs.
Het kraaiennest, op dek 12, binnen achter glas, zat stampvol met mensen met verrekijkers. Om 11 uur ’s ochtends werd er al soep geschonken, lobster bisque, kreeftensoep dus, in het kader van Antarctica. Gisteren was er ook al erwtensoep geserveerd en oliebollen.
Jan heeft weer veel op dek 8 en 9 voorop gestaan. Daar kun je achter een windscherm staan. De foto’s moeten maar vertellen hoe adembenemend en spectaculair het is om hier in het laatste gedeelte van de IJstijd te zijn. 15 miljoen jaar geleden was het bovenste deel van het noordelijk halfrond bedekt met zo’n ijslaag.
In Nederland kwam de ijslaag tot aan de Rijn ongeveer. De Amersfoortse Kei is er een overblijfsel van. De keien van de Hunebedden zijn met de ijslaag van uit het noorden mee geschoven naar ons land toe.
Antarctica is trouwens een woestijn, er valt bijna geen regen of sneeuw en het is er door de wind gortdroog. Het is er alleen heel erg koud, ook door de wind gevoelskoud.
Nu we allemaal op zoek zijn naar energiebronnen, wordt Antarctica een interessant gebied. Verschillende landen laten er claims op rusten. Noorwegen bijvoorbeeld, omdat een Noor als eerste de zuidpool bereikte. Maar ook allerlei andere landen. Bij het Antarctica Verdrag van 1959, dat is getekend door 12 nationaliteiten, is het verboden om militaire operaties uit te voeren of nucleaire ontploffingen of radioactief afval te deponeren. Het verdrag voorziet in wetenschappelijke onderzoeken en uitwisseling van wetenschappelijke gegevens.

In 1991 werd een aanhangsel van het verdrag getekend door 24 landen waar in werd afgesproken om de komende 50 jaar niet naar olie of mineralen te zoeken op Antarctica. Pijnlijk is het om vandaag ( donderdag de 18e ) in de krant te lezen dat GB op of bij de Falkland eilanden naar olie of gas wil boren en dat Argentinië daar moeite mee heeft en nu moeilijk gaat doen bij het binnenvaren van de Argentijnse wateren.
De Falklandeilanden horen niet bij Antarctica, maar liggen er niet zo ver vandaan.
Het is altijd afwachten of we ons reisdoel wel kunnen bereiken en vandaag konden we niet bij Deception eiland komen. Deception eiland ligt in de Zuid Shetlandeilanden, voor degenen die de kaart er bij halen.

Beneden in het atrium staat een grote tafel met 2 kaarten. Hierop tekent een stuurman de geplande route in zwart, de gemaakte route in blauw en de afgeweken route in rood. Dat kun je overnemen op de kaarten die we gekregen hebben. Heel instructief. We krijgen ook nog een totaal overzicht van de ijsloods. Die heeft al 21 HAL expedities geleid. De afgelopen weken waren hier de Veendam ( van Buenos Aires naar Santiago ) en de Amsterdam ( op wereldreis ). Die hebben niet zulk mooi weer gehad als wij gisteren hadden. Zo zonnig was het de hele dag. Vandaag was het soms mistig en soms hadden we meer zicht, maar de pieken van de bergen bleven de hele dag in de laaghangende bewolking verborgen.
Tussendoor, om op te warmen, vonden we elkaar in het Lido, ook Jan en Ria, Ruud en Wil en Ellie en Kees en nog andere Nederlanders waar we wel eens een praatje mee maken. Dat is erg leuk. En dan gaan we daarna weer naar buiten voor de volgende magnifieke uitzichten die we van de brug door krijgen.
Tussen de middag , trouwens, om 13.00 uur werden we met ons 16-en, dus ook Cor en Jacky, Thom en Marilyn, Henk met zijn vrouw en Loesje en Henk in de La Fontaine diningroom verwacht. Kees had een indische maaltijd geregeld. Die was door de diningroomstewards met hun Indonesische kok klaargemaakt. We kregen een overheerlijke Nasi Rames voorgeschoteld, met verrukkelijke pindasaus en sambal batjak er bij. Zelf hadden we voor champagne gezorgd. Het was erg geslaagd.
’s Avonds aan tafel hadden we nog een uitzonderlijk mooie zonsondergang, pas om half tien natuurlijk. Jan en Karen waren er ook weer, gezellig. We hadden er een extra tafelsteward bijgekregen, want de bediening was erg traag. Nu ging het een stuk beter.
Na ook nog de show van de Indonesische bemanning gezien te hebben, zijn we meteen naar bed gegaan. Morgen namelijk weer vroeg op voor de volgende scenery doortocht van 5 tot 7 uur.
Het carnaval wordt op het schip uitgesteld tot we in Rio zijn, de 28ste dus.

Woensdag 17 februari 2010.

We hadden vandaag weer heel veel moois kunnen zien, mits het uitzicht goed was geweest. Maar Jan ging pas om half acht de hut uit. En toen ik om 8 uur zo ver was, dat ik ook naar buiten zou gaan, kwam hij al weer binnen.
Het was zo vreselijk koud, dat zelfs Jan het niet langer dan een half uurtje uit hield. We zijn toen eerst maar gaan ontbijten samen. Ik heb me daarna genesteld in het Crow’s nest. Daar was nu nog wel hier en daar een plekje vrij.
Later op de dag ben ik wel in de vrieskou geweest, maar niet voor lang. Iedere Nederlander die dit nu leest, kan zich bij de kou alles voorstellen. In Nederland vriest en sneeuwt het al sinds wij weg zijn, dus van af 18 december. Er werd me gemailed dat er in Den Oever in een haven geschaatst kan worden. Dat is volgens mij in 45 jaar niet meer voorgekomen.
Het zoute water hier, dat nog wel water is en niet bevroren, is onder nul. De gevoelstemperatuur is zeker min 20.
Van de geplande route is niets terecht gekomen. We kwamen ’s ochtends om 9 uur al in het pakijs te zitten en dat belemmerde ons de doorvaart. Dat pakijs lag 14 dagen geleden nog veel westelijker, maar was door de veranderde stroming opgestuwd. Dit was een verrassing voor de loods. We konden niet verder en plan A werd veranderd in plan B. Aan de andere kant van het drijvende pakijk voer een expeditieschip dat onze kant op wilde komen, en wij wilden hun kant op.
We hebben wel meer dan een uur langs elkaar gevaren. Op een gegeven moment waren we nog maar 5 mijl van elkaar van daan. Maar er was geen doorkomen aan. De kapitein moest een heel eind terug om plan C uit te voeren. Hij heeft het schip heel behendig omgekeerd zonder ijs te raken en we lagen er rondom in. Heel knap van Appie.
IJsbergen van formaat!!!!
Het expeditieschip was bij een Chileens Station aan wal gegaan. Maar wij hadden toch nog noordelijker een doorvaart gevonden. We hadden intussen wel Elephant eiland en Deception eiland gemist en nog een nauw kanaal, maar varen tussen ijs zover als je met je verrekijker ( hier aangeschaft ) kunt kijken is ook heel spectaculair.
De ijsloods had het nog nooit meegemaakt. Het is sowieso uniek om dit te beleven. Er komen per seizoen ca 12 expeditieschepen inclusief cruiseschepen. Hiervan waren wij er 1. Wij hebben het als een voorrecht ervaren om hier te mogen zijn. Voor Jan was het nog extra emotioneel, omdat zijn vader in 1956 en 1957 twee keer op walvisvaart is geweest, met de Willem Barentsz. Hij ging met deze boot vanuit Amsterdam naar Kaapstad, Zuid-Afrika. Daar stapte hij aan boord van een walvisjager op jacht bij de Zuidpool. Het bijzondere voor Jan was dat hij hier was op de verjaardag van zijn vader, 15 februari. Zijn vader heeft een dagboek bijgehouden en dat hebben wij. Nu is het des te interessanter om dat dagboek helemaal door te lezen. De ijsbergen hebben we nu met eigen ogen gezien. Van uit de Zuidpool kreeg Jantje op 1 februari een felecitatietelegram voor zijn 8e verjaardag. Hij kreeg een Märklin elektrische trein.
Onderstaand een verslag van de hele expeditie van de ice pilot (ijs loods):


ms Prinsendam’s “Antarctic Experience”
February 15th – 17 th 2010-02-19
Abstract from the log ~Compiled by Capt. Patrick R. M. Toomey, Ice Pilot
Entered Antarctica:
Sunday, February 14th at Position Lat: 60⁰ 00’ South; Long: 66⁰ 18’ West at 21:00 hrs
Departed Antarctica:
Thursday, Febraury 18th at Position Lat: 60⁰ 00’ South; Long: 56⁰ 36’ West at 01:39 hrs
Day 1. Monday, 15th February, 2010
13:05 – 13:11 At Palmer US Scientific Station, Anvers Island. Embark Station personnel.
13:11 – 15:30 Cruising Bismarck Strait, eastbound and Lemaire Channel, southbound.
15:30 Furthest South Latitude 65⁰ 03.3’ South
86.7 nm from the Antarctic Circle and 1496,7 nm from the South Pole.
15:30 – 17:50 Cruising Lemaire Channel northbound and Bismarck Strait, westbound.
17:50 – 18:00 At Palmer Station to disembark Station personnel.
18:00 – 19:00 Cruising Bismarck Strait, eastbound
19:00 – 20:35 Cruising Neumayer Channel, northbound
20:35 – 21:55 Cruising Gerlache Strait, northbound
21:55 – 23:25 Cruising Schollaert Channel and Dallmann Bay northbound.
Cruising overnight, offshore west of Anvers Island

Day 2. Tuesday, 16th February, 2010
05:30 – 07:30 Cruising Dallmann Bay and Schollaert Channel, southbound
07:30 – 08:45 Cruising Gerlache Strait, southbound. Bleu iceberg photo-op.
08:45 – 10:25 Cruising Paradise Harbor. m/v “Akademik Sergei Vavilov” at Brown Argentine Scientific Station.
Chilean Scientific Station “Gonzales Videla” seen at a distance on starboard side.
10:25 – 11:10 Paradise Harbor to Errera Channel via Andvoort Bay.
11:10 – 12:00 Cruising Errera Channel northbound. Met m/v “Lyubov Orlova” southbound.
12:00 – 13:15 Cuverville Island Gentoo penguin rookery. m/v “Clipper Adventurer” southbound. Close encounter with two Humpback whales upon departure.
13:15 – 14:40 Cruising Gerlache Strait northbound towards Deception Island.
14:40 – 16:45 Cruising Croker Channel, northbound towards Deception Island.
16:45 – 19:30 Cruising Bransfield Strait towards Deception Island, heavy snow, reduced visibility.
19:30 – 21:20 Deception Island. View Neptune’s Bellows entrance to Port Foster.
Cruising overnight, crossing Bransfield Strait towards Antarctic Sound.

Day 3. Wednesday, 17th February, 2010
05:00 Arrived at Zelee Rocks, western entrance to Antarctic Sound (“Iceberg Alley”). Strong wind and poor visibility. Changed itinerary due to weather conditions, cancelled visit to Antarctic Sound. Started crossing Bransfield Strait towards Admiralty Bay, King George Island.
05:00 – 17:00 Crossing Bransfield Strait, blocked by serious drift ice concentration. Proceeded east but blocked again by ice. Turned to follow ice-edge in westerly direction seeking open water crossing to South Shetland Islands.
17:00 – 19:00 Cruising eastbound in open water lead along south coasts of Nelson and King George Islands, South Shetlands.
19:00 – 22:00 Cruising Drake Passage northbound to pass 22 nm west of Elephant Island, unable to do scenic cruising because of darkness.


’s Avonds hebben we nog de show ( de 3e ) van de cast van de Prinsendam gezien, het was de show “Romance from Broadway”. Er worden dan allerlei musicalliedjes gezongen en er wordt bij gedanst door professionele zangers en dansers. Het is wel erg Amerikaans, want wij kennen die songs meestal niet. Maar dat ligt aan onze gebrekkige musical- en filmkennis.
We zijn nu uit het zuidpoolgebied weg en koersen naar de Britse Falklandeilanden. Morgen hebben we een zeedag, lees rustdag.

Donderdag 18 februari 2010.

Lekker uitgeslapen, ik ben niet van plan iets te doen. Lekker in mijn boek lezen, de website bijwerken en de mails beantwoorden, dan ben ik al een heel eind. Jan gaat nog wel naar de bridgeles en daarna naar les in wine charms, samen met Kees.
Van het lezen in mijn boek, het Bernini mysterie van Dan Brown, is niks gekomen en van de rest ook niet. Dan kom je de een tegen en dan de ander. De tangoles van een echte Argentijnse tangoleraar is een groot succes. Daarna zijn Ellie en ik blijven zitten om de lezing van Frank over de Falklands bij te wonen en daarna hebben we van de ijsloods een overzicht gekregen van de afgelopen 3 expeditiedagen.
En nu ben ik dan toch bij met mijn verhalen. Zo meteen gaan we naar de Oceanbar voor een drankje en een dansje en daarna maar weer eten.
Op de Falklands kun je nog veel pinguïns zien. We moeten dan vroeg van boord, want er wonen maar 3000 mensen en er zijn dus niet veel taxi’s.
We moeten morgen eerst nog wel aan land kunnen. Soms waait het er zo hard, dat het schip er niet voor anker kan en/of er niet getenderd kan worden. We zullen zien, in ieder geval vroeg op en vroeg van boord.

Vrijdag 19 februari 2010.

De show gisteravond werd gegeven door de Duitse fluitiste Bettine Clemen.
Op deze foto’s speelde ze voor honden op het plein in Punta Arenas.
Zij speelde o.a. muziek van Mozart, altijd heerlijk om te horen, zo lekker Europees. Ze reisde de hele wereld over om te spelen, zelfs voor olifanten, kamelen, pandaberen en ook voor kinderen. Muziek verbindt alle volkeren en ook mens en dier. Het is weer eens wat anders.
Gelukkig was het weer kalm genoeg om het schip te laten ankeren in de baai bij Stanley, de hoofdstad van de Falklandeilanden.
Wij waren al vroeg op om de 1e tender te nemen. Die ging al om 7.45 uur en om 8 uur stonden we aan de wal. En nu op zoek naar vervoer naar die grote pinguïnkolonies. Ruud en Wil en Kees en Ellie hadden besloten een 4×4 auto te huren.
Die stonden ook op de kade. Ze vroegen alleen voor het bezoek aan een grote kolonie waar alle 3 de soorten aanwezig waren 175 dollar per persoon. Dat vonden wij wel veel geld en dat hebben we dan ook niet gedaan. Achteraf hebben zij inderdaad de konings pinguïn, de gentoo pinguïn en de magelhaen pinguïn gezien in grote hoeveelheden. Ze zijn er voor wel een heel eind op onverharde wegen door elkaar geschud en door rivierbeddingen gereden, wat op zich ook al een onderneming op zich is.

Wij zijn in het plaatsje gebleven, een giftshop bezocht, een kop koffie gedronken , 2 kerken bekeken, het oorlogsmonument bezocht en verder door de 3 straten gelopen die er zijn. De oorlog tegen Argentinië was alweer in 1982. Er is wel bijna 1 jaar lang gevochten, maar Argentinië verloor.
De eilanden blijven Brits, alhoewel aan het andere eind van de wereld. Natuurlijk zijn ze van strategisch belang zo dicht bij de Zuidpool gelegen.
En nu is Groot-Brittannië ook nog van plan om in en om de eilanden naar gas en olie te boren. Alle materiaal is aan hier heen gebracht. Argentinië maakt hevig bezwaar. Ik ben benieuwd of wij er maandag, als we in Buenos Aires aankomen, nog iets van merken. Gaat het schip nog hinder ondervinden, zoals de Argentijnse regering dreigt.
Nadat we alle winkels bekeken hadden en eigenlijk al weer naar het schip wilden, zagen we een bord staan met de tekst :” Shuttle naar Gipsy Cove”. Hier zijn de Magelhaenpinguïns. Bij het bord stonden meerdere busjes. Het voorste en oudste busje met ook een oude chauffeur kostte 10 dollar p.p. heen en terug en dat duurde al met al 1 uur.
Dat hebben we gedaan, zoals zo veel passagiers van het schip. En zo hebben we toch nog weer pinguïns gezien. De rest zie ik wel in de dierenparken in Anna Paulowna en in Tuitjenhorn en verder in de dierentuinen in Nederland.
De wind nam trouwens wel toe en weer terug bij de tenderplaats, zijn we maar naar het schip gegaan. We hadden ook wel honger gekregen.
Na de lunch is Jan de foto’s bij de tekst van deze week uit gaan zoeken en ik heb eindelijk mijn boek uitgelezen, af en toe onderbroken door de verhalen van de mensen die wel de verre tocht ondernomen hadden. De scheepsexcursies waren ook erg duur. Wij vinden het soms wel erg overdreven wat ze durven vragen. Maar het wordt er toch voor neergeteld. Mensen die hier al eens eerder geweest waren, gingen helemaal niet van boord. Dat kan ook.
Vanavond gaan we niet naar een show, want het is de namaak David Copperfield. En wij houden niet van goochelen en dat soort dingen. Dus na het diner naar de hut om het verslag af te maken en om de laatste mails te beantwoorden. Morgen en overmorgen zitten we op zee op weg naar Buenos Aires, lekker in de warmte.

Zaterdag 20 februari 2010.

Deze dag is een voorspelbare. Iedereen die de verslagen leest, kan het programma van vandaag ook invullen. In ieder geval Tai Chi-en en bridgeles. En er zijn Argentijnse tangodansers aan boord. Ze hebben eergisteren al een eerste tangoles gegeven. Vandaag volgt de 2e les. Die gaan we uiteraard volgen.
Het is wel heel druk op de dansvloer. En vanmiddag gaan we weer bridgen met Kees en Ellie.
Om half zeven komen we met de 4 Nederlandse stellen in de Oceanbar bij elkaar. Er worden speciaal voor ons nog een keer oliebollen gebakken en die krijgen we dan, mits we er een drankje bij nemen. Dat doen we elke avond al, dus dat is geen probleem. Het is formel night, dus netjes in het pak en in het lang. Als we het nog aan kunnen, want het begint allemaal wel wat krapper te zitten. We zullen het met het eten al wat kalmer aan moeten gaan doen.

Week 7

Zondag 21 februari 2010.

Deze zeedag was niet een gewone zeedag. Dat komt omdat er in Buenos Aires 170 mensen van boord gaan. Die moeten daar op voorbereid worden met een “disembarcation talk” of te wel een ontschepingpraatje.
Dan vertelt de cruise director hoe het gaat met je bagage en met het van boord gaan op de dag zelf. Je kan natuurlijk niet met zijn allen tegelijk van boord lopen met al je bagage achter je aan. De meeste mensen hebben toch wel meer dan 4 stuks bagage bij zich en dat wordt voor je aan de wal in de aankomsthal gezet. Je krijgt labels met een kleur en die doe je aan al je koffers. ’s Avonds tot 1.00 uur in de ochtend kun je die buiten je hut in de gang zetten. Ze worden dan opgehaald door de stewards en je vindt ze als je van boord gaat in de aankomsthal terug. Je moet ook in het schip wachten tot je kleur omgeroepen wordt om van boord te gaan. Dan staan je koffers vooraan. Je hebt van te voren opgegeven of je vroeg moet vliegen of dat je naar een hotel gaat, dan heb je de tijd. Neem je toch je bagage zelf van boord, dan kun je na het ontbijt zelf gaan waar je wil.
De “AKADEMIK SERGEI VAVILOV” bij Antarctica.

Zo’n praatje wordt altijd op een zeedag gehouden en dan wordt het totale programma omgegooid. Het bridgen was ’s middags bijvoorbeeld. Wij zouden nog naar de tango les gaan van onze eigen dansleraar. Maar ik voelde een migraine aanval opkomen, dus ik ben na een zeer lichte lunch in bed gedoken. En ik heb de hele middag geslapen. Jan is met zijn foto’s en film in de weer geweest. Dat moet ook steeds gedownload worden en op een 2e ( of 3e ) harde schijf gezet worden. Daar gaat veel tijd in zitten.
Jan en Kees hebben in plaats van bridgeles ’s ochtends nog wel heel leuk wijn charms gefröbeld. Ze moesten kraaltjes aan een ijzerdraadje rijgen, samen met 1 soort bedeltje. Dat ringetje kan je dan, ter herkenning, aan je glas hangen op een feestje of zo. Zij dachten dat ze wijn gingen proeven, maar dat was een vergissing. Achteraf erg lollig!!
Deze avond gaat de Argentijnse tango groep optreden. Van hen hebben we 2 tango lessen gehad. Ze zijn geweldig en we hadden gisteren besloten om niet om 8 uur pas te gaan eten. We zouden om 6 uur in het Lido gaan eten en dan de show 2x gaan bekijken. Van eten kwam bij mij niks, maar Jan heeft met Kees en Ellie heerlijk zitten eten. Wel heb ik me aangekleed en ben ik al om 19.15 uur, dus 1 uur van te voren, in het theater gaan zitten om vooraan een aantal plaatsen te reserveren. Stil zitten met mijn ogen dicht kon ook daar wel. En gelukkig kwamen ze met zijn drieën om half acht opdagen. We hebben toen heerlijk genoten van de voortreffelijke show. En we zijn voor de 2e, die pas om 22.00 uur begon blijven zitten. We hadden de beste plaatsen.
Tussen de 2 shows door heb ik aan Pablo, de leider van de tango groep, gevraagd of hij een goede tangotent kende en hij bood aan om ons op te halen en naar een tangozaak te brengen, samen met nog 10 andere mensen van het schip. Hij had nog 6 plaatsen over. Dat aanbod hebben we meteen aangenomen, samen met Kees en Ellie en Larry en Carol. We blijven namelijk in Buenos Aires een nacht over, we liggen er maandag en dinsdag.

Maandag 22 februari 2010.

Aankomst om 8 uur in de wereldstad Buenos Aires ( BA). Hier hebben we met nog 6 Nederlanders een rondleiding van Natascha, een Nederlandse gids die hier al 8 jaar woont en voor verschillende organisaties rondleidingen geeft. Ze doet dat door heel Argentinië bijvoorbeeld voor KRAS reizen.

We hadden een eigen busje met chauffeur en ze heeft ons een mooi beeld gegeven van de hoogtepunten van BA. Natuurlijk horen daar de Plaza de Mayo bij en de wijken San Telmo en La Boca.
Hier worden op straat bij de terrasjes de tango gedanst. Het beroemde straatje heet Caminito. De huizen zijn er van golfplaten gemaakt. Hier wonen de mensen die pas aankomen en zich net een dak boven hun hoofd kunnen veroorloven. In deze wijk staat ook het stadion van een van de 2 belangrijkste voetbalclubs, namelijk La Boca Juniors. Hier heeft Maradonna gevoetbald. De kleuren van deze club zijn blauw en geel, naar de Zweedse vlag.
Ze wisten bij de oprichting niet welke kleuren ze zouden nemen en toen namen ze de kleuren van de eerste boot die ze binnen zagen komen. De andere club is die van Rio de la Plata en die kleuren zijn rood-zwart. Als deze 2 ploegen tegen elkaar spelen, is het meestal oorlog, net als bij Ajax- Feijenoord.

De oorsprong van de stad gaat terug tot 1560, toen de Spanjaarden, voor de 2e keer, een poging waagden om op de plaats van de Plaza de Mayo een stad te stichten. Dat is ze gelukt. Maar van de zilverberg die ze er verwachten, was geen sprake. En er woonden ook bijna geen Indianen, die ze tot slaven konden maken om het zware werk voor ze te kunnen doen. Zo doende bleef BA een heel kleine nederzetting. Het was meer een steunpunt in de oversteek en de tocht om Kaap Hoorn heen op weg naar de heel belangrijke Spaanse stad Lima.
Samen met Mexicostad waren dat de belangrijkste steden van Zuid-Amerika. En voor de Spanjaarden die in Chili woonden, was BA ook de havenstad voor de reis naar Europa. Ze staken per paard en wagen de Andes over en reisden heel Argentinië door om een opleiding te gaan volgen in Spanje en voor de culturele vorming in Parijs, Londen en Italië.
Zo ook een jongeman genaamd San Martin. Hij volgde een militaire opleiding in Spanje. Maar toen Napoleon in 1810 Spanje bezette, vond de elite het op 25 mei tijd om het heft in eigen hand te nemen en onder leiding van generaal San Martin begon men een opstand tegen het moederland. De generaal vormde een eigen leger naar het Spaanse voorbeeld en hij was erg succesvol in het onafhankelijk maken van Argentinië. In 1816, op de 9e juli, was het zover. De precieze data staan er bij, omdat er een plein en de breedste boulevard naar genoemd is.

Ook vind je overal straten, pleinen en standbeelden van generaal San Martin terug. Hij is echt de nationale held. Dat is hij trouwens ook van Peru en Chili, want en passant heeft hij daar ook die landen helpen bevrijden van het Spaanse, koloniale juk.
Afrikaanse slaven zijn hier maar mondjesmaat binnen gekomen, hoofdzakelijk gesmokkeld door de Engelsen. Met de onafhankelijkheid heeft de regering de slavernij meteen verboden.
De immigratie kwam langzaam op gang. De meeste immigranten naast Spanjaarden, kwamen uit Italië, Ierland, Groot-Brittannië, Frankrijk en Armenië en Oost-Europa. Maar pas nadat het vervoer van gekoeld en bevroren landbouw- en veeteeltproducten mogelijk werd ( dus na ca 1880) kwam de export van deze producten goed op gang.
En hier mee groeide de werkgelegenheid enorm en dat trok veel immigranten aan. Veel jonge mannen kwamen hun fortuin hier zoeken. De tijd tussen 1880 en 1930 wordt de gouden halve eeuw genoemd. Veel grote huizen werden gebouwd, naar voorbeeld van mooie gebouwen in Parijs. Er werden fortuinen verdiend en men geloofde dat Argentinië het overzeese Europa zou worden. Maar na de beurskrach ging het bergafwaarts en het duurde na meerdere revoluties tot de jaren 90 voordat de stad weer aan opbouw kon denken. De periodes van de regering van Peron waren voor de vakbeweging wel profijtelijk, maar ze hebben door de nationaliseringen het land ook aan de rand van bankroet gebracht. Vooral de regering van de 3e vrouw van Peron, Isabella, was desastreus. De militairen hebben toen in 1974 een coup gepleegd, die met vele ontvoeringen en martelingen gepaard ging. Nu wordt de president gekozen en men is wel tevreden, naar het schijnt. De familie Kirchner is aan de macht. Eerst is hij 4 jaar gekozen, nu is zij aan de macht voor 4 jaar en dan wil hij weer gekozen worden en daarna zij weer. Maar als de groep er om heen het goed vindt, kan dat ook zo doorgaan.
Het moet gezegd dat er in BA veel gebouwd wordt en dat er met name in het havengebied, Puerto Madero een prachtige woonwijk wordt gerealiseerd. In de oude pakhuizen worden mooie appartementen gemaakt en er onder winkels en restaurants.
Het openbaar vervoer is er erg goedkoop en heel goed te doen. Er rijden treinen naar de buitenwijken, er is een metro met 5 lijnen en er rijden bussen en taxi’s af en aan. De bus kost 20 eurocent en daar kan je 1,5 uur mee ver weg rijden. Het onderwijs is gratis, ook de universiteit. Je wordt wel geselecteerd en die selectie is streng. Er zijn ook particuliere opleidingen en die zijn natuurlijk duur.
In het binnengebied van BA wonen 3 miljoen mensen en met de buitengebieden er bij wel 16 miljoen.
Met de rondleiding zijn we koffie wezen drinken in het oudste café van de stad, café Tortoni. Een geweldige lokaliteit waar vroeger ook een kapper in zat. Er worden nog avond aan avond optredens gegeven.

Het tango optreden ’s avonds vond plaats in El Vieje Almacén in de wijk San Telmo. Het was in een klein theatertje waar je op elkaar zat. Maar het was fantastisch. Met name de 2 jonge accordeonisten die onbewogen anderhalf uur lang gespeeld hebben, vond ik prachtig om te zien. Maar ook de dansers en de 2 zangers mogen genoemd worden.
Om 24.00 uur waren we weer thuis en morgen gaan we weer op excursie, nu naar het platteland. Hier heeft Argentinië zijn rijkdom vergaard, met landbouwprodukten.

Dinsdag 23 februari 2010.

Vandaag hebben we een hele dag een excursie naar een landbouwbedrijf op de pampa. De haciënda ligt zo’n 80 km buiten BA en we gaan met de bus al om 9 uur weg. We komen langs veel bedrijventerreinen. Het is tenslotte een heel groot land.
De boerderij is al 4 generaties in handen van dezelfde familie. Van oorsprong komen ze uit Ierland. Ze bezitten vele hectares landbouwgebied en ook minstens 100 paarden.
Voor de paardenshow komen we speciaal, maar helaas gaat dat niet door. Het heeft ook hier veel geregend en in de modder kunnen die paarden geen vaart maken, het is niet te doen, erg jammer. De gaucho’s kunnen rustig binnen blijven.

Bij ontvangst krijgen we “empanada’s “ en wijn aangeboden. Dat laten we ons om half elf lekker smaken. Dan kunnen we de oude boerderij bekijken, met alle oorspronkelijke meubelen er nog in. Zo is men gaan pionieren hier. Ik denk dat als men denkt aan de interieurs van onze grootouders van de jaren 20 en 30 dat je een heel goed idee krijgt van hoe het er hier uitziet. Je moet alleen wel bedenken dat er hier niets was, toen men aankwam. Het hele gebied moest nog ontgonnen worden. De nomadische indianen hadden niets met landbouw of met paardenfokkerij.

De barbecue met bijbehorende drank was meer dan voortreffelijk. Het vlees was voortreffelijk , vooral de kip, en je kon zoveel krijgen als je opkon. Na afloop was er nog een kleine folkloristische show van tango, milonga en zang. Op de terugreis zat iedereen in de bus te slapen.

Aan boord werd er ook een barbecue gehouden, maar wij zaten nog vol van vanmiddag. We hebben alleen nog een toetje genomen en een bakkie koffie.
Hiermee was BA afgesloten en voeren we ’s avonds over de Rio de la Plata naar de overkant, naar Uruguay, Montevideo. Het was een onbewolkte hemel en je zag in het donker in de maneschijn zo BA van je vandaan gaan. Schitterend om zo op dek te staan.

Woensdag 24 februari 2010.

Deze keer nu eens geen excursie. Je kan van het schip zo de stad in lopen. Er liggen trouwens hier ook weer meerdere cruiseschepen binnen, een Costa schip en een Royal Caribbean schip. Ze lagen gisteren ook al in BA.
Montevideo is van een heel ander kaliber dan BA. Het is een wat verlopen stad. Er staan nog veel Jugend Stil gebouwen, vergane glorie. Maar er is geen geld om de zaak te onderhouden. De hele binnenstad ziet er grauw uit. In een buitenwijk aan het strand schijnen de mooie huizen en appartementen te staan.
aar onder de 3 ton dollar koop je niets bijzonders en hypotheken kennen ze niet echt. We zijn de belangrijkste winkelstraat door gelopen en toen weer terug naar de oude stad met de voetgangers zone.
En eigenlijk kwamen we vlak bij de boot nog het leukste gedeelte tegen. In een grote oude hal waren reusachtige barbecues opgesteld, gewoon als restaurant en hier kon je dus het vlees bestellen en eten wat je wou. Om 3 uur zat de hal helemaal vol, erg gezellig. Hier hebben we toen nog een biertje gedronken, samen 1 fles van 1 liter pilsenbier. Gekocht hebben we hier niets. Er werd wel veel leer aangeboden, maar dat was net zo duur als bij ons en ze hadden ook onze maten niet.
Kortom, er is een levensgroot verschil tussen BA en Montevideo. IN BA zou ik nog wel eens terug willen komen, maar hier niet.
Er zijn gisteren weer nieuwe mensen aan boord gekomen. Een stel Nederlanders die er 24 uur over gedaan hebben van deur tot deur. Dat is een lange tijd om onderweg te zijn.
Uruguay heeft een andere tijdzone dan Argentinië en Brazilië. We moesten dus de klok een uur vooruit zetten.

Donderdag 25 februari 2010.

Het is een heel eind naar Rio de Janeiro en we zitten dan ook 2 dagen op zee. We gaan het mooie weer tegemoet en dan is het heerlijk om bij het zwembad te zitten. Toch houden we ons ook nog een beetje aan ons schema. Ik ga om half negen Tai Chi en en Jan om tien uur bridgen. Daarna kijken we wat er echt interessant is om te volgen. De danslessen hebben met Brazilië te maken en we leren de samba, de ballroomvariatie en niet die van de street parades waar horen en zien je vergaat.
In de dining room hebben we ’s avonds een andere tafel gekregen. We kregen steeds zo laat ons eten geserveerd, dat we het idee hadden aan het einde van de lijn te zitten. Nu zitten we mooi vooraan en zijn we om 9 uur al weer klaar. Aan die andere tafel hadden we om kwart over negen pas ons voorgerecht op. Met ons vieren hebben we geprotesteerd en nu zitten we veel beter. Ter verzachting hebben we 2 flessen wijn gekregen. Aardig.
In BA is er een vertegenwoordiger van de juweliersketen Stern aan boord gekomen. Zij zijn groot geworden met het delven en verkopen van Braziliaanse edelstenen zoals aquamarijnen, toermalijnen, topazen en ook diamanten en briljanten, alles gezet in goud. Hans Stern kwam in 1939 op 16 jarige leeftijd uit Duitsland hier met zijn ouders aan. 2 jaar later zag hij brood in het met een koffertje edelstenen langs de schepen gaan. Hij verkocht zijn accordeon en begon met dat startkapitaal zijn handel. Nu heeft hij 160 zaken en meer dan 3000 werknemers in heel Zuid-Amerika. In de havens laat de firma een eigen shuttledienst rijden van het schip naar hun winkel, in het centrum van de stad. Daar kan iedereen gratis gebruik van maken. Je bent helemaal niet verplicht om bij hen iets te kopen. Maar het is natuurlijk wel erg zakelijk om zo potentiële klanten naar je winkel te krijgen. Zijn zoon zet nu de zaak voort en heeft de modellen gemoderniseerd en een nieuwe klantenkring aangeboord. Er zijn ook mensen die niet de allerbeste kwaliteit willen hebben, omdat die te duur is. Maar ze zijn wel bereid om een bepaalde som neer te tellen voor iets moois, maar geen topkwaliteit. Het nieuwste is het blauwe horloge, dat zij alleen maken. In elk produkt zit een klein diamantje, ten teken dat het van Stern is. Naar de lezing van een van de managers, Sergio, ben ik geweest. Hun hoofdkantoor zit in Ipanema en daar rijdt de shuttlebus heen. Dat is iets voor ons om op zondag te doen. We doen dan het strand.
’s Avonds hebben we in het theater een Engelsman die verschillende instrumenten bespeelt en er ook leuk bij zingt. Eigenlijk hadden we de Hal dansers en zangers gehad, maar door het onstuimige weer gisteravond laat kon het decor niet neergezet worden. Dat krijgen we dan morgenavond te zien.

Vrijdag 26 februari 2010.

Wat een luie dag vandaag, afgezien van bridge, Tai Chi en de lezing van Frank Buckingham over Rio hebben we niks gedaan. We hebben heerlijk bij het zwembad gelegen. Jan is weer lekker rood geworden. En verder zitten we aan een wijntje op ons balkon. Wat een leven!!
Er zijn wel allerlei spelletjes aan boord te doen, zoals zeepaard racen of golfen op het trappenhuis en ook nog steeds knutselen en waterverven, maar daar doen wij allemaal niet aan mee. Je kan er ‘damdollars’ mee verdienen en die kan je aan het eind van de reis inwisselen voor een mok of iets anders van de Hal.
Met Larry en Carol gaan we morgen Rio bekijken. We ontmoeten elkaar al om 8 uur in de gangway. Maar eerder zijn we al op dek, want het is een fantastisch gezicht om het schip de baai binnen te zien varen. De kapitein heeft in zijn praatje om 1 uur ( dat doet hij elke dag, een update van de brug geven, about where we are and where we going) verteld dat hij al om 6 uur de loods aan boord neemt. Dan is het dus al zaak om buiten te staan. We blijven hier tot zondagmiddag 3 uur en gaan dan ook het wegvaren weer bewust meemaken. We zijn 16 dagen in Brazilië, dat is erg lang. We zullen voor dit land dan ook maar geld wisselen.
Brazilië is trouwens het 5e grootste land van de wereld met minstens 188 miljoen inwoners. De vraag is nu : “Worden ze een wereldmacht of niet?”.

Zaterdag 27 februari 2010.

De aankomst in Rio moet spectaculair zijn. De stad ligt aan een heel grote baai. We staan dan ook vroeg op, kwart over vijf gaat de wekker om de binnenkomst voor op de boeg mee te maken. En inderdaad, je ziet de stranden Ipanema en Copacabana al liggen en het Christusbeeld boven op de hoogste berg zit niet in de mist. We staan wel anderhalf uur buiten tot dat het schip bijna aan de kade ligt. Dan gaan we gauw eten, want om 8 uur is het schip gecleared door de autoriteiten en de douane en kunnen we de wal op.
We hebben met Larry en Carol afgesproken en gaan kijken wat er op de wal aangeboden wordt aan rondritten en dergelijke. De stand van de juwelier H.Stern met de manager Sergio staat er ook en we praten wat. Zij laten de hele dag een shuttle rijden tussen de kade en hun winkel, hier in Rio het hoofdkwartier van de totale onderneming. Die shuttle is gratis. Nu willen wij eerst het Christusbeeld zien en de “Sugerloaf” een berg die er uit ziet als een blad van de suikerrietplant. En dat zegt Larry dan ook tegen Sergio.
Daarop stelt hij de hele dag belangeloos een busje en een begeleidster ter beschikking. Wij kunnen onze oren niet geloven, maar het is echt waar. We gaan wel naar hun zaak en krijgen er een rondleiding. We kopen niks. Ze zijn gespecialiseerd in edelstenen die hier in hun eigen mijnen gedolven worden. Erg mooi, maar erg duur ook.
Maar eerst worden we bij het treintje gebracht dat ons naar boven rijdt bij het Christusbeeld. De berg is 710 meter hoog en het beeld, het hele monument is 38 meter hoog en het beeld alleen 30 meter. De spanwijdte tussen zijn handen is 28 meter en het beeld is in 1931 al onthuld. Natuurlijk is ook de paus er geweest en nu wij. We waren er al vroeg en toch hadden we een wachttijd van meer dan 1 uur.
In die tussentijd heeft Nataly ons een heel intiem pleintje laten zien. Het regenwoud komt helemaal via de bergen Rio in en daar zag je een een bamboebos.
Twee van de 3 villa’s waren gerestaureerd en die kon je niet zien, maar het middelste, openbare stuk was wel toegankelijk. Er woonden wel mensen, maar illegaal. Het zag er allemaal heel erg verwaarloosd en vuil en vies uit.

Toen we eenmaal in het treintje zaten, waren we in 20 minuten boven. Daar was het heel druk met allemaal fotograferende mensen die ook met hun armen wijd stonden. Maar na enig dringen konden ook wij onze foto’s maken.
Verder konden we heel ver over de stad uitkijken. Rio ligt tussen bergen ingeklemd. Voorbij een nieuwe berg ligt weer een grote wijk, met normale flats en / of sloppenwijken. Ook vind je hier mensen die niets hebben en op straat slapen. We waren erg gewaarschuwd voor zakkenrollers en erger. Mijn deinst er niet voor terug om een mes tegen je keel te zetten en alles van je af te pakken. We hadden dus geen sieraden om en alleen het hoognodige bij ons, maar met de begeleiding is het uitstekend gegaan. Ik heb niet gehoord dat iemand van het schip in moeilijkheden is geraakt. Wel moet je niet zomaar het havengebied in lopen, maar een taxi nemen.
Na het beeld volgde dus de toer door de juwelier en daarna hebben we geluncht in een mooie lunchroom-brasserie, in Ipanema, daar ligt ook het hoofdkwartier van H. Stern.

En als laatste van de dag hebben we de kabelbaan genomen naar de top van de Sugerloaf. Ook hier heb je weer een fantastisch uitzicht over de stad. Je ziet door de hoge vochtigheidsgraad de nevel de stad in- en ook weer uittrekken.
Om 5 uur werden we netjes bij het schip afgezet, met grote dank aan de heel aardige Nataly. Haar moeder is een Russin en nu moet ik aan het liedje van Charles Aznavour denken : “Nataly”.

Veel passagiers hadden ’s avonds een diner met sambashow buiten het schip. Maar, met de herrie van het zomer carnaval in Rotterdam in gedachte, hebben wij hier maar van af gezien. Er kwam wel een sambagroep aan boord en dat was heel erg leuk.

Met het diner hebben we Jan en Ria aan onze tafel uitgenodigd, want we zaten alleen.
Morgen gaan we naar het strand in Ipanema, weer met het shuttlebusje van Stern mee.

Week 8

Zondag 28 februari 2010.

Vanmiddag varen we al om 3 uur uit. Het is dus zaak om weer vroeg te vertrekken, wil je nog wat zien van het strand. We staan weer om 8.15 u klaar en hebben meteen een vol busje naar Ipanema.
We lopen rechtstreeks naar het strand en het is nog rustig. Het is dan al 27 graden en er schijnt bijna geen zon, wat wij wel erg lekker vinden. Het is toch al drukkend genoeg. Op het strand wordt er veel gevollebald en gevoetbald. De branding is heel erg hoog en er zijn dan ook alleen maar surfers in zee.
De helft van de rijbanen is afgezet voor wandelaars en joggers. Er wordt ontzettend veel gelopen en gerend, in heel weinig kleding zal ik maar zeggen. Er is een apart pad voor fietsers en de veiligheidspolitie op een segway, gaaf toch!

We zijn naar de hippiemarkt gelopen en daar heeft Jan een t-shirt in de Braziliaanse kleuren gekocht en ik een zilveren ringetje dat past bij de 2 zilveren armbanden die ik in Cabo San Lucas, Mexico, had gekocht.
Om half een hadden we het wel gezien. De kokosnotenmelk bij een tentje op de boulevard smaakte heerlijk. Die slaan ze voor je neus open en met een rietje er in drink je hem heerlijk leeg.
Om 2.30 uur is het ‘all aboard’ en om 3 uur tijdens het wegvaren de sailaway party op het achterdek bij het zwembad, dek 9. Nu zat onze Hollandse ploeg op het achterdek van 11, bij het Lido. Want bij terugkomst moet er eerst weer gegeten worden. Maar daarna hebben we ons de Ciapirinha’s lekker laten smaken. Helaas ging het miezeren bij het wegvaren, maar het was toch gezellig en het uitvaren van de baai is sowieso een prachtig gezicht.
De “Geopotes 15” in de haven van Rio de Janeiro.
Hollands Glorie!!!!!

’s Avonds vond het verlate carnavalsfeest plaats, in de showroom at sea ( het theater ) , van let op 22.00 uur tot 23.15 uur. Je gaat toch helemaal uit je dak. Maar goed, Jan en ik hadden op het San Blas eiland, tijdens de vorige cruise, een t-shirt en een masker gekocht. En we hadden tegen niemand wat gezegd. En ja hoor, men herkende ons niet. Maar later toen we vooraan op de parade liepen, zag men aan Jan zijn klompen dat wij het waren. We wonnen de 2e prijs, maar dat was niet helemaal eerlijk, want de 1e prijs voor de koning ging naar iemand die ook wel eens trompet speelt en heel bekend is op het schip. Hij kreeg dus meer gejoel en gejuich dan wij. Maar het scheelde niet veel volgens de cruise director.
Wij hadden een leuke avond en weer een fles champagne gewonnen en een sleutelhanger van de Hal en een mok en een fotolijst.
Morgen zitten we weer een dag op zee, dat wordt zo steeds afgewisseld met een haven. En dan komen we in de meest Afrikaanse stad van heel Zuid- Amerika aan.

Maandag 1 maart 2010.

Vandaag is het een zeedag. Dat gaat nu steeds zo, afwisselend een zeedag en een landdag. Deze dag is heel normaal verlopen, met de gebruikelijke Tai Chi en bridgeles voor ons allebei. Daarna ben ik naar een lezing over Brazilië geweest, met name over de president van dit enorme land, mijnheer Lula da Silva.
Brazilië is qua oppervlakte groter dan de VS en qua inwoneraantal het 5de land van de wereld. Het bulkt van de grondstoffen, zoals goud, edelstenen, olie, gas en ook suiker en andere landbouwproducten. Er is veel vruchtbare landbouwgrond beschikbaar. Er worden auto’s gemaakt, bijvoorbeeld de Fiat en de VW hebben hier hun assemblagefabrieken staan. Er wonen 188 miljoen mensen, dat is veel en verreweg de meeste hiervan wonen in het kustgebied, in de grote steden. Sao Paulo heeft 20 miljoen inwoners, Rio 16 miljoen en als we in een haven aanleggen wordt er gezegd dat het niet zo’n grote stad is met maar 2,3 miljoen ( Recife) of 3 miljoen ( San Salvador de Bahia).
De president, Lula genoemd, is 65 jaar en al 8 jaar president. Zijn 2e termijn zit er in oktober op en dan mag hij niet meer terugkomen. Er is nog niet echt een nieuwe kandidaat beschikbaar. Hij had wel een paar keer eerder geprobeerd om president te worden, maar daar was de tijd nog niet rijp voor. Zijn drijfveer om zijn leven in dienst van de gewone man te stellen lag in het sterven van zijn 1e vrouw. Zij moest bevallen en hij had geen geld om de dokter te betalen en toen is zij, met het kind, gestorven in het kraambed. Hierna heeft hij zijn hele leven geijverd voor betere sociale omstandigheden voor de armen. Onderwijs is de grote motor tot ontwikkeling van het land en van de individueel. Als men nu geen werk heeft, kan men ondersteuning krijgen mits men zijn/haar kinderen naar school laat gaan.
Een ander thema is de gezondheidszorg en het derde politieke item is de corruptie. Men heeft Lula nooit op het aannemen van steekpenningen kunnen betrappen, noch op het omkopen van mensen om stemmen te trekken.
Ondanks alle inspanningen zijn er erg veel mensen die onder de armoedegrens leven. En er is een groot verschil tussen arm en rijk. Er staan prachtige villa’s en mooie flatgebouwen en er zijn mensen die op straat slapen.
De rest van de zeedag is in alle rust verlopen. Het is buiten op dek nu erg warm en je kan nu midden op de dag beter niet in de zon gaan zitten, want je verbrandt heel erg. Wij gaan dan ook aan het eind van de dag, na vieren bij het zwembad zitten. Voor die tijd nemen we nog een danslesje, bridgen we wat met Kees en Elly en dat is het wel zo’n beetje.
We hebben nog steeds wat geld over van eerdere winsten om in het casino te spelen op de slotmachines van 1 cent. Dat doen we wel eens na het eten en voor de show. We zijn niet altijd succesvol, maar het is wel leuk als je wint.
Morgen hebben we de volgende haven, Salvador de Bahia, een van oorsprong invoerhaven van slaven voor het werk op de suikerrietplantages.

Dinsdag 2 maart 2010.

We komen om 8 uur aan, maar wij hadden niet zo’n zin om vroeg op te staan. We hebben geen georganiseerde excursie en je kan makkelijk zelf de stad in. De firma H.Stern laat weer een shuttlebusje rijden naar zijn winkel in het hartje van de stad.
Men heeft speciaal voor deze stad erg gewaarschuwd voor straatroverij en zakkenrollerij. Dat betekent dat je geen sieraden moet dragen, goed op de tas en camera moet letten en niet in achterafstraatjes moet gaan lopen. Jan heeft voor deze gelegenheden speciaal een horloge van 10 dollar op het schip gekocht. Zo kan zijn Seiko thuisblijven.
Salvador is de meest Afrikaanse stad van Brazilië. Er zijn sowieso veel slaven vanuit West-Afrika ingevoerd, maar in Salvador zie je dat het meest. De vrouwen dragen voor de toeristen ( net als bij ons in Volendam) hun traditionele dracht, het ziet er erg vrolijk uit. Er lopen veel arme, met name, mannen langs de straat. Ze verkopen pinda’s , kettingen van noten en koffiebonen en allerlei horloges en andere dingen.
De vrouwen zitten meer in de winkeltjes met handeltjes. In 1 zo’n winkeltje met blouses en andere katoenen kleding heeft Jan 3 blouses gekocht en ik 1. Het valt niet mee om voor onze maat iets te vinden, maar de eigenares wist toch het een en ander te voorschijn te toveren en met resultaat. Alleen moesten we wel afdingen tot 30% van de prijs, maar o.k.
In het centrum is er veel te zien. Er zijn 3 mooie pleintjes en op 1 ervan staat een prachtige kerk. Maar dat zie je alleen als je er binnen gaat.
De kerk van de heilige Franciscus is helemaal van gouden beeldjes voorzien. Het meeste werk is door de slaven gedaan.
Op 1 van de muren zie je een tegeltableau, dat zie je veel in ( voormalige ) Portugese gebouwen, waar je een levensecht tafereel ziet over de bekering van Franciscus van Assisi. Vooral het gezicht van zijn vrienden is levensecht afgebeeld, erg knap voor op gebakken tegeltjes.

We zijn daarna door het stadje naar een lager gelegen gedeelte gelopen, waar de oorspronkelijke koloniale straatjes mooi opgeknapt zijn.
Dat betekent in mooie felle kleuren geschilderde gevels. Maar in de hitte valt het niet mee om zo door de straten te lopen en we besluiten dan ook om er op een terras tegenover Stern de lunch te gebruiken. Dat wordt een traditioneel visgerecht.
Een soort vistandoori ( van smaak ) in een ticpan op tafel gebracht. Een van de bijgerechten was gemalen maniok, een beetje droog.
Daarna hadden we het wel gezien en genoeg van de hitte. Dus tijd voor de terugreis naar het schip. Het busje gaat door echte vervallen wijken met veel half afgebroken gebouwen met veel armoe er in. Aangezien wij geen excursie van het schip hebben genomen, hebben wij de mooie huizen verderop bij het strand niet gezien. Maar, naar we gehoord hebben, die zijn er wel.
Het schip ligt hier tot 23.00 uur, wij weten niet waarom. Ruud en Wil gaan na de barbecue op het schip nog terug, erg gewaagd vinden wij. En niet onterecht, want Wil had een dun kettinkje om en een jonge gast heeft geprobeerd dat van haar nek te trekken. Niet gelukt, maar toch erg bedreigend. Ze waren toen snel terug. Maar het was verder wel gezellig druk, met groepen trommelende meisjes.

Met deze hitte zijn we allemaal blij met de zeedagen tussendoor om weer op adem te komen, dus morgen weer rustig aan doen.

Woensdag 3 maart 2010.

Deze dag begint al warm. Het is dus zaak zoveel mogelijk de activiteiten in het schip te volgen. Hier is de airco aan. Als je wil, hoef je helemaal niet naar buiten om je te vermaken. Het is een feit dat er van de 800 passagiers er nauwelijks iemand bij het zwembad achter op dek 9 ligt. Vaak heb je het zwembad helemaal voor je zelf. Het water is inmiddels aardig opgewarmd, het lijkt wel een warm bad. Dat vindt men ook weer te warm, maar ik vind het heerlijk. Waar iedereen uithangt, is ons een raadsel. Bij de lezingen, bridgedrives, in de bieb vind je wel wat mensen, maar vooral ’s middags is het schip uitgestorven. Iedereen schijnt dan een middagslaapje te doen, they take a nap.
Een plek waar het goed uit te houden is, is op het promenadedek op dek 7 aan de schaduwkant. Aan beide kanten staan ligstoelen, van die ouderwetse en daar lig je heerlijk op over de zee uit te kijken of een boekje te lezen of te slapen. En je ziet altijd wel mensen langs komen. Er lopen altijd, van de vroege morgen tot na het avondeten, mensen rondjes op het promenadedek. Een dezer dagen wordt er weer een sponsorloop georganiseerd voor een kankerfonds. De Hal geeft daar zijn medewerking aan en iedereen kan inschrijven en meelopen. Je krijgt na afloop een t-shirt en een roze speldje. Het gaat om het bestrijden van borstkanker.
Wij hebben ’s middags weer een kaartje gelegd in het Lido aan de koele kant. Aan de andere kant wordt er op alle zeedagen geknutseld ( arts and crafts ) en gewaterverfd ( watercolour). Hier doen heel wat dames aan mee. Die zullen we maar niet storen met onze commentaren op ons kaartspel.
’s Avonds hebben we in de Pinnacle Grill gegeten, er was een speciaal Indiase avond. Het eten was heerlijk en nu eens niet zo overdadig veel. De Pinnacle Grill is een apart restaurant. Je kan daar tegen een geringe vergoeding uit eten gaan. Het eten is exquis, het vlees van apart gefokte koeien en de ambiance is chique en exclusief. Het servies is van Bulgaria. In het begin van de reis zat er bijna niemand in de Pinnacle, maar de laatste tijd is het er wel vol. Jan en Kees willen nog een keer een sommelierdiner nuttigen, er zitten 6 glazen wijn aan vast en het heeft als thema “Murder mysterie” en is al volgeboekt. Elly en ik vinden al die wijn te veel, dus wij gaan niet mee. Het is pas volgende week, maar er is al gereserveerd.
Het eten in de La Fontaine diningroom is overigens ook uitstekend. Je kan altijd een koud voorgerecht ( uit 4 soorten )kiezen, daarna een soep of warm voorgerecht ( ook uit 4 ), dan de hoofdschotel ( uit 6 of 7 gerechten ) en dan nog een toetje of ijs of kaas of fruit of meerdere dingen en koffie. Alles is altijd mogelijk, het is ongelooflijk. En je krijgt er altijd ijswater of ijsthee of thee of koffie bij te drinken. De rest van de dranken is voor eigen rekening.
Morgen gaan we weer met Larry en Carol op pad. In Recife en omgeving is weer het een en ander te zien. Zij gaan altijd vroeg op pad met de eerste shuttlebus die ons in het centrum van de stad afzet. Maar vroeg naar bed lukt ons eigenlijk nooit, maar met de wekker staan we toch altijd op tijd op. Voor morgen staat de wekker op kwart voor zeven. Op naar Recife.

Donderdag 4 maart 2010.

Over de geschiedenis van Recife valt wel wat te vertellen. De Portugezen hadden er vanaf 1502(?) suikerplantages opgezet. De Hollanders verhandelden die suiker over heel Europa.
Eigenlijk wilden ze ook de aanvoer beheersen en stuurden Maurits van Nassau, een neef van Frederik Hendrik, op pad in 1632. Hij kwam in de hoofdstad Olinda van de provincie Percambula aan. Om de macht over te kunnen nemen, verwoestte hij deze stad en stichtte 7 km verderop een nieuwe stad, namelijk Recife. Deze stad werd op moerasgrond gebouwd. De Hollanders hadden dat moerasgebied eerst drooggelegd en gekanaliseerd en er 2 eilanden gebouwd waar de eerste huizen op kwamen te staan. Van het begin af was de nederzetting een succes, voornamelijk omdat Maurits zijn hart verpand had aan Brazilië en er niet meer weg wilde. Maar ook door zijn tolerante bestuur voor andere godsdiensten. Het katholicisme was er sowieso verboden, in Nederland duurde de 80-jarige oorlog nog steeds voort. Door de Inquisitie in Spanje en Portugal ( ook tot 1650 door Spanje bezet ) werden de Joden weggejaagd.

Zij trokken naar het veilige Brazilië, tenslotte net nog een Portugese kolonie. Zij hebben grotendeels gezorgd voor de opbouw en de voorspoed van Recife. Ze zetten er een enorme synagoge neer. Maar helaas, na het verdrag van Munster in 1648 en de bevrijding van Portugal van Spanje in 1650 werd de strijd weer hervat. De Portugezen wilden hun gebied graag terug. En toen Holland ook nog van 1652 tot 1654 aan een van zijn 4 Engelse oorlogen moest geloven en een deel van de vloot terug moest komen om het moederland te verdedigen, hield de kolonie geen stand.
Maar Maurits kreeg het met onderhandelen voor elkaar dat de inwoners 3 maanden de tijd kregen om te vertrekken. De Joden gingen naar een andere kolonie van Holland, namelijk Nieuw- Amsterdam. Ook hier profiteerden ze van het tolerante godsdienstige klimaat. De Hollanders zaten overzee voornamelijk om er geld te verdienen, met de VOC en de VWC als bestuurlijk centrum. Toen Holland na een van de oorlogen, in 1667, Nieuw-Amsterdam tegen Suriname geruild had, werd de naam veranderd in New York. Maar de bewoners bleven en hebben die stad gemaakt tot wat het nu is, vorig jaar bestond de stad 400 jaar.
Wij , met Carol en Larry samen, hebben een taxi gehuurd voor een paar uur en hebben zo het oude Olinda bezocht. Er wordt een heel opknapprogramma uitgevoerd in het oude centrum. De huizen zien er aan de buitenkant weer tip-top uit, in veel mooie kleuren geschilderd. De totale renovatie wordt door Nederland betaald. Als pleister op de wonde voor wat er bijna 500 jaar geleden is gebeurd? Dat is wel aardig, maar men heeft hier nog steeds een hoge dunk en veel waardering voor Maurits ( Mauricio ) van Nassau. Er zijn scholen, pleinen en straten naar hem genoemd. Dat zegt wel iets over de indruk die hij heeft achtergelaten.

In de katholieke kerk boven op de heuvel in Olinda zie je een heel groot, prachtig, barok gouden altaar. Het is pas gerestaureerd en heeft toen 16 maanden op een tentoonstelling in het Guggenheim in New York gestaan.
Verder hebben we een stuk of tien grote carnavalpoppen gezien en een mooie winkel met kunstnijverheidspullen gezien. Hier hebben we een 50 cm hoge aardewerken negerin gekocht. Dat is de specialiteit van deze stad. Het wordt opgestuurd. En nu maar hopen dat het heel aankomt.

Terug naar Recife. Hier wilden we het gouvernementele paleis in, maar dat mocht niet vanwege de korte broeken van de heren. De 2 dames die ons rond wilden leiden, spraken Frans, wat bijzonder is. Men spreekt hier bijna uitsluitend Portugees. Ons gebrekkige Spaans wil wel helpen, maar toch maar weinig.
We hebben ons toen na 3 uur laten afzetten bij de Gouden Kapel die dateert uit 1696 , een mooi staaltje van Portugese, barokke kerkarchitectuur. Die kapel hoorde bij de Orde van de heilige Franciscus van Recife. De tegeltableaus zijn fantastisch, echt uit het leven gegrepen. Het is inmiddels een museum van religieuze kunst. Hierna hebben we door de stad gelopen.

Onderweg kwamen we langs een bibliotheek en daar zijn we naar binnen gegaan. Het leek in de verte op de centrale bieb in New York, ook van die hoge trappen. We werden heel vriendelijk ontvangen en mochten de zaal met oude literatuur zien. Hier werden ook lezingen en conferenties in gegeven. In een hoek stond de propeller van het eerste vliegtuig dat de oceaan overstak van Lissabon naar Rio.
Verder op zoek naar een andere kerk en het fort kwamen we verzeild in de markt. Het was een enorme warenmarkt en die liep over in een groente- en fruitmarkt, het hield maar niet op.
Maar uiteindelijk kwamen we op een pleintje waar de mannen een biertje konden drinken. En hierop besloten we maar dat we alles gezien hadden wat we konden zien en zijn we terug gegaan naar de shuttlebus.
Eenmaal op het schip was het tijd voor de lunch en daarna waren we toe aan een siësta, heerlijk. We waren wel weer op tijd op het dek om het wegvaren mee te maken en iedereen ( alle Hollanders waar we mee omgaan ) waren ook van de partij, heel gezellig zo. Ria van Kasteel heeft wel een keelontsteking opgelopen. Gelukkig is er een dokter aan boord en heeft ze een penicillinekuur gekregen en het advies om voorlopig niet meer te praten. Dat valt niet mee voor haar.
’s Avonds laat hebben we met Ruud en Wil nog heerlijk op dek 11 achter gezeten. Nu was het heerlijk, niet te warm en heerlijk rustig. Het lijkt wel of het schip uitgestorven is.
Morgen hebben we weer een zeedag.

Vrijdag 5 maart 2010.

Vandaag heb ik uitgeslapen en dus de Tai Chi overgeslagen. We hebben rustig aan gedaan, maar Jan kon wel naar de bridgeles, eigenlijk is het steeds een evaluatie van een paar spellen die een paar dagen ervoor gespeeld zijn. De man van de Shore Excursions geeft steeds een voorbeschouwing over de tours die ze ons verkopen. Daar leer je van waar je eventueel zelf naar toe kan en wat je met deze tours kan doen. Je moet het goed selecteren, want ze zijn peperduur. En soms kun je met een taxi voor een kwart van de prijs hetzelfde zien. Alleen krijg je er in de bus uitleg bij. Nu zijn de plaatsen aan de Amazone aan de beurt en dat is natuurlijk heel interessant. Een miljoenenstad aan de kust is wel aardig, maar de armoe is overal het zelfde en de kerken ( die zijn er hier heel veel) hebben we wel gezien. Tijd voor wat anders en gaan we doen.
De dansles laten we voor wat het is. De leraar kan erg mooi dansen, maar beroerd uitleggen. Zelfs een Weense wals leidde al tot totaal onbegrip bij iedereen. En hij neemt ook veel te veel dansen met ons door. We hebben het ene nog niet onder de knie of hij komt al weer met de volgende aanzetten en van herhaling is geen sprake. Dus geen dansles meer, maar in die tijd lekker samen met Kees en Elly bridgen. Dat kwam goed uit, want om 3 uur begon de Royal Dutch Tea in de diningroom en daar wilden we wel bij zijn. Dan serveren ze boterkoek en heerlijke amandelkoekjes en kokosmakroontjes. Na vieren zijn we nog even van de zon gaan genieten, eerder op de dag is de zon te heet. En dan is de dag al weer voorbij.
Vanavond waren wij aan de beurt om de Captains party mee te maken. Je krijgt dan een drankje en een hapje en als het goed is een toespraakje van de kapitein. Ik geloof dat het halve schip was uitgenodigd, er waren niet eens stoelen genoeg. Drank was er in overvloed en de bitterballen waren niet te koud. Maar een toespraakje kon er niet af, heel verstandig in deze massa en na 3 kwartier konden we weer gaan. We hoefden niet zoveel meer te eten na al die hapjes. Na het diner ben ik naar de hut gegaan om de achterstand van dit verslag in te lopen, want het is al weer bijna weekend en dan moet deze week weer op het web.
Morgen gaan we naar Fortaleza, weer een grote stad aan de Atlantische Oceaan, er wonen wel 2,3 miljoen mensen. En het is zaak om zo vroeg mogelijk te gaan in verband met de hitte. De wekker staat op 7 uur. De eerste shuttlebus naar het centrum gaat om half negen en die wil ik wel halen.

Zaterdag 6 maart 2010.

Het is alweer zaterdag. Soms ben ik de dagen kwijt. Het is goed dat er in de lift elke dag een mat met de juiste dag wordt neergelegd. Zo raken we de draad niet helemaal kwijt.
De eerste bus misten we met 5 minuten, maar de volgende ging al om kwart voor negen en we waren dus vroeg in de stad. We werden bij de centrale markt afgezet. Dit was een heel groot gebouw, een voormalige gevangenis omgebouwd tot een overdekte markt met heel veel kleine winkeltjes. Het was er nog rustig en ik kon dan ook op mijn gemak naar dunne zomerjurken kijken. We hebben er wel 2 uur zoet gebracht. Onderweg hadden we al gezien dat er veel armoe heerst. Aan de ene kant van de weg staan grote hotels dicht bij het strand en aan de andere kant zie je de sloppenwijken, het is heel bizar. Toen we een drankje zaten te drinken, kwamen Kees en Elly voorbij. Zij waren al in de kathedraal geweest. Die staat naast de markt.

Die kerk hebben wij toen ook nog maar bezichtigd. Deze keer was de kerk van binnen heel strak grijs, met alleen prachtige gebrandschilderde ramen. Toen we de kerk uitgingen, kwamen Kees en Elly er aan en vroegen of we met elkaar een biertje zouden drinken voor we de bus terug naar het schip zouden nemen.
Zo gezegd zo gedaan. En daarna vlug naar het schip en naar de voortreffelijke lunch. Tijd daarna voor het leggen van een kaartje. Het was buiten echt te warm.
Maar de sail away om 5 uur moesten we natuurlijk wel meemaken op dek 9 achter bij het zwembad. En met een caipirinha gaat dat uitstekend. We hebben er in een hoek op het dek maar weer een Hollands feestje van gemaakt tot het donker was om 6 uur. De avond verliep heel gewoon met gezellig tafelen met Jan en Karen.
Morgen is het weer zondag en een zeedag. Daar ga ik dan mijn volgende verslag mee beginnen.

Week 9

Zondag 7 maart 2010.

Nadat we Fortaleza verlaten hebben, stomen we op naar de Amazone rivier en het Amazone gebied. De Amazone is de op een na grootste, langste rivier van de wereld. Alleen de Nijl is nog langer en groter.
Voor we de Amazone echt op gaan, doen we nog een haven aan in de delta van de Amazone, de stad Belem. Deze stad ligt zelf ook aan een rivier net ten zuiden van de mond van de Amazone.
Deze zeedag is eigenlijk een voorbereiding op onze expeditie in de tropen. We hebben nog een keer onze kleding laten wassen, want het schip kan op de Amazone geen water innemen waar het drinkwater en waswater van kan maken. Aangeraden wordt om zuinig met water te doen en ook met de handdoeken en zo. Ook doet de wasserij, die onder in het schip werkt, het hoog nodige en dus even geen kleding van passagiers.
Om niet weer in een grote, warme stad te lopen, hebben we maar een rivier excursie geboekt voor morgen. Dat lijkt ons wel een leuke afwisseling. Tenslotte zitten we niet voor niets in de tropen.
Er wordt ons van alle kanten, bij elke lezing, verteld dat het tropische regenwoud in een hoog tempo wordt gekapt voor grootschalige landbouw en veeteelt. Ook illegale houtkap komt op grote schaal voor, bijvoorbeeld voor medicinaal gebruik. Elke jaar verdwijnt er een stuk van het regenwoud ter grootte van 100 voetbalvelden. En het ergste is dat men zegt dat de tropen dit verlies zelf snel weer aanvult. Helaas is dat hier niet het geval. De vruchtbare laag waar de bomen op staan en die door de verspreid liggende wortels worden vastgehouden, spoelt door de dagelijkse regens onmiddellijk weg en dan groeit er niets meer op. Al 1/5e van het oorspronkelijke regenwoud is verdwenen. Het is dus ook onzin om te denken dat wij elke gekapte boom kunnen vervangen door bomen te adopteren of er nieuwe te laten planten. En het is aan de regering van Brazilië om toe te zien op het handhaven van het regenwoud voor de longfunctie van de hele wereld. Het is dan wel zuur om te zien dat buitenlandse multinationals de grootste boosdoeners zijn in het misbruiken van dat woud. Op dit ogenblik worden er enorme landbouwgebieden gebruikt voor de verbouw van soja, het meeste voor de Aziatische markt. Ook wordt er veel land gebruikt voor veeteelt.
Brasilia, de hoofdstad van Brazilië, ligt in het midden van het land, dus ook in de jungle. Deze stad bestaat pas zo’n 50 jaar. Zij is uitgegroeid tot een miljoenenstad. Maar daar is veel vervoer naar toe, dus zijn er wegen aangelegd naar alle delen van het land en is er druk vliegverkeer. Bij het inwoneraantal moet je denken in de orde van grootte van 10 miljoen. De pan-Amazone highway is pas gereed gekomen. Die loopt dwars door het oerwoud tot aan Peru.
Wij hebben ons op deze zeedag maar weer onledig gehouden met het gebruikelijke, Tai Chi en Chi gong voor mij en bridgeles voor Jan en ’s middags samen met Kees en Elly een kaartje leggen. Aan het eind van de middag kun je dan nog even in de zon en altijd oppassen met verbranden. Het is op het achterdek het lekkerst als de zon bijna onder is. We kunnen dan nog lekker even nazitten voor we ons gaan douchen en verkleden voor het avondeten.
We komen morgen niet midden in Belém te liggen, maar op een ankerplaats bij een dorpje op 30 minuten rijden van Belém af. Er zijn maar 2 tours en er gaat een shuttle service naar de stad. Het zijn dit keer geen gekoelde bussen voor de shuttledienst. En de shuttletijden zijn afwijkend van wat normaal is. Normaal rijden er meerdere bussen af en aan naar het centrum van de stad en dat kost niets. Nu rijden er 3 of 4 bussen om 10.30 uur, dus bij aankomst. Die moeten weer terugkomen en om half een gaan er weer 3 of 4 en om half 2 nog een keer . En om 4 uur gaat de laatste bus weer terug naar het schip. Het is dus zaak met de eerste tenderboot van boord te gaan om een plaatsje te bemachtigen in de eerste serie bussen. Wij hebben daar met de excursie geen last van. Voor ons staan airco-bussen klaar.
We zullen morgen zien hoe het allemaal gaat. De tenderboten zijn gehuurd van de plaatselijke rivierdienst en kunnen per keer wel 200 man overzetten, wordt er beweerd.

Maandag 8 november 2010.

We kunnen uitslapen, want onze excursie begint pas om half een. Na het ontbijt om 10.00 uur maken we toch maar aanstalten om naar de wal te gaan.
Het plaatsje waar de tenderboot aanlegt is groter dan we dachten. Het is wel leuk om daar nog even rond te kijken voor we de bus instappen. We hebben meteen een tender te pakken. Jan en Ria van Kasteel hebben op dek 4, bij de uitgang van het schip, 3 kwartier op een tender moeten wachten.
Ruud en Wil zaten gelijk met ons op de boot naar de wal. Zij wilden op eigen houtje naar Belém, maar helaas waren om half elf alle shuttlebussen al op weg. Ze hebben tot 12.10 uur staan wachten op de volgende bus. Dat is dan wel balen.
Wij hebben de “winkelstraat” op en neer gelopen. Zijn de plaatselijke overdekte markthal in gegaan en Jan heeft zelfs superlijm gekocht. Maar toen hadden we tijd over. We zouden om 4 uur terug zijn en dan wilde ik nog kijken naar schoenen en pennen en potloden voor een van de volgende dorpjes waar een schooltje staat dat die spullen goed kan gebruiken. We zijn langs de rivier gaan zitten op een terras van het plaatselijke café-restaurant en hebben een biertje gedronken.
Toen was het tijd om de bus op te zoeken. Frank Buckingham stond al die tijd op de kade om ons wegwijs te maken. Hij beweerde ook dat er genoeg politie op de been was om de stad veilig te maken. En dat was dan ook zo. De busreis ging naar Belém, waar we op de rivierboot moesten stappen. De bus reed eerst over onverharde weg en pas dicht bij het vliegveld werden de wegen geasfalteerd.
In Belém is de grootste openlucht warenmarkt. Daar zijn we alleen maar langs gereden. De boottocht ging langs allerlei eilanden, zelfs langs het grootste riviereiland van de wereld, namelijk ter grootte van Zwitserland. Dat kun je je niet voorstellen.
Hier wonen langs de oever mensen die van de natuur leven. En na een uurtje varen gaan we aan land om bij een kleine rondwandeling het een en ander te leren van de flora en fauna aldaar.

Een van die dingen is de paranoot. Die komt uit dit gebied en dit gebied heet de provincie Para met de hoofdstad Belém. Ze zitten in een soort kokosnoot en we zagen dat ze er uit gekapt werden. Verser kun je ze niet eten. Een ander voorbeeld is een vrucht met kleine zaadjes waar de drank Acai van gemaakt wordt. Ook kun je je huid er mee insmeren en dan word je rood. De indianen deden dit als ceremonieel gebruik.

Heel interessant allemaal. Ook zagen we een schooltje. Het was nieuw en dat was het werk van 1 vrouw. Deze schooljuffrouw heeft haar leven gewijd aan het opleiden van kinderen op deze plek. Eerst bleef ze alleen door de week hier en ging ze in het weekend terug naar Belém, maar eigenlijk wilde ze hier gewoon wonen. En dat kostte haar haar huwelijk. Toen eenmaal bekend was dat zij voor continu onderwijs zorgde, kwamen er meer families wonen en kwamen de kinderen van heinde en ver om hier naar school te gaan.
Ze had een heel schema gemaakt met vaste uren voor leeftijdsgroepen.’s Avonds gaf ze de ouders les. En ze kreeg het bij het landsbestuur voor elkaar dat er geld voor een nieuw schoolgebouw kwam. Dat is nog niet af, maar het ziet er geweldig uit. Er zijn meer leerkrachten aangetrokken, maar helaas is de juf zelf ziek. Maar ze heeft nog wel de leiding over het geheel. Wat 1 persoon te weeg kan brengen en kan veranderen!
Door al deze verhalen kwamen we meer dan 1 uur te laat bij de Prinsendam terug. Maar we hadden een fijne middag.
Morgen is het weer een zeedag en dan varen we echt de Amazone op. We kruisen dan ook een paar keer de evenaar, want met het kronkelen van de rivier gaan we steeds van het zuidelijk halfrond ( zomer) naar het noordelijk halfrond ( winter) en dat wel 4 keer op een dag. De zon staat recht boven ons hoofd, er is geen schaduw en hij komt op om 5.54 uur en gaat onder om 6.02 uur. Daar zit dus ongeveer 12 uur tussen. En dat verandert hier nauwelijks. Men kent hier geen 4 seizoenen als bij ons. Hier is er een regenseizoen van november tot mei en een droog seizoen de andere maanden. Tijdens het regenseizoen regent het elke dag even. Alleen heeft het nu de laatste dagen te weinig geregend en dat is niet gebruikelijk. Alles hier is heel groen.

Dinsdag 9 maart 2010.

Op de Amazone.
We varen nu al een tijdje op deze rivier en je ziet de walkanten niet. De delta is enorm, het is ook erg warm en klam. De tegenstroom die het schip krijgt is gigantisch. Je voelt het aan het schudden van het schip.
Nu volgt nog meer informatie over het Amazone Regenwoud. Het beslaat 7 miljoen vierkante kilometer en ligt in 9 landen: Brazilië ( 60%) , Colombia, Peru, Venezuela, Ecuador, Bolivia, Engels en Frans Guyana en Suriname. De helft van de regenwouden van de aarde liggen in dit gebied.

Er is vastgesteld dat tussen 1991 en 2000 een gebied 2 keer zo groot als Portugal verloren is gegaan aan ontbossing bedoeld voor de veeteelt.
Voor de biodiversiteit is het noodzakelijk dat deze ontbossing gestopt wordt.
Meer dan 1/3e van de diersoorten van de wereld leven hier. Het is het thuisland van 2,5 miljoen insectensoorten en ongeveer 2000 vogel- en zoogdierensoorten. De wetenschappelijke status van minstens 40.000 plantensoorten, 3000 vissoorten, 1.294 vogelsoorten, 427 zoogdiersoorten, 428 amfibiesoorten en 378 reptielsoorten zijn hier vastgesteld. De diversiteit van plantensoorten is hier het hoogste van de hele aarde en 2,7 vierkante km herbergt meer dan 75.000 bomentypes en 150.000 soorten hogere planten. In 2005 en ook in 2006 was het het droogst in 100 jaar. Het regenwoud kan dit proces 3 jaar hebben en daarna gaat het langzaam richting savanna of nog erger woestijn.
Met alle gevolgen van dien voor het klimaat op de hele wereld. Maar vorig jaar stond het water 4 meter hoger dan dit jaar. Dat is verteld op een excursie en dat kun je aflezen aan de bomen die in het water staan. Gelukkig is er van uitdroging nog geen sprake.
Terug naar onze activiteiten op het schip. We hebben gezien dat het zwembad op dek 9 achter gevuld is met gefilterd Amazonewater. Het is dus zaak daar in te gaan zwemmen. En zo gezegd, zo gedaan. Ik heb in de Amazone gezwommen. Het was nog heerlijk koel water. Op dek verbrandde je je voeten, ’s middags om 12 uur, zo heet is het houten dek dan.
Om de koelte daarna op te zoeken, zijn we binnen maar gaan bridgen. Na afloop met de verrekijker in de aanslag hebben we ons geïnstalleerd in de schaduw bij de bar op dek 9 en hebben we op de kant huisjes en bootjes gezien. Dit noemen ze scenery varen. Na een schitterende zonsondergang was het tijd om ons te verkleden voor het diner. De show bestond vanavond uit een optreden van de Halcast. Die dansen en zingen3 kwartier alsof hun leven er van af hangt, spetterend!!
Morgen komen we om 10.00 uur aan in Santarem. Wij hebben er geen excursie. We hebben net in Belém een riviertocht gemaakt en piranha’s vangen willen we niet.

Woensdag 10 maart 2010.

We doen rustig aan en zitten om half tien lekker te ontbijten als de kapitein met een bericht van de brug komt. Normaal doet hij dat alle dagen om 13.00 uur en dus heeft hij nu een belangrijke mededeling te doen. Het wordt dan ook helemaal stil in het Lido restaurant. Het schip heeft heel erg tegen de stroom op moeten boksen en komt daardoor 1,5 uur later in Santarem aan. Hierdoor vertrekken de excursies allemaal om 13.00 uur tegelijkertijd. Individueel kunnen we wel meteen van boord als het schip is vrijgegeven.
Eerst gaan de jongens van de housekeeping met desinfecteermiddel de bussen van binnen reinigen. Wij eten eerst maar wat. Het is dan al 12 uur geweest en het is het heetste van de dag, alle winkels zijn dicht.
De boot gaat een uur later weg en ook de shuttedienst duurt een uur langer. Jan heeft vandaag in het zwembad gezwommen en doucht eerst nog het zoute water van zich af. Maar om 2 uur gaan we dan toch op pad. Van airco in de bussen hebben ze hier nog nooit gehoord. Alle ramen staan gewoon tegen elkaar open. Langs het water staat een lekker briesje.
Waar we uitstappen ook en we lopen nog verder langs het water tot aan het culturele centrum. Dit is een koloniaal huis met in de kamers de geschiedenis van de streek, inclusief wat over de slavernij, alhoewel hier ook gevluchte slaven in vrijheid konden leven. Hier waren in de slaventijd tot 1810 geen plantages.
Daarna is het tijd voor de winkels, inmiddels is alles weer open. In een grote soort V&D koop ik voor de volgende stop voor de kinderen het een en ander. Onze volgende stop is Boca da Valeria, een indianendorp van niks. Er is ook niks, maar wel 1 dorpshuis annex kerk annex school. En voor die school ga ik pennen en potloden en nog meer schoolartikelen kopen. Ook voor Elly mag ik inkopen doen. Zij is wel op piranhajacht. Jan koopt 2 voetballen en ik een grote tas vol schoolspullen. Als ze er morgen blij mee zijn, is onze middag wel besteed.

Verder hebben we een flesje Acai likeur, plaatselijk gestookt, op de kop getikt en ik nog een paar nette slippers. Mijn voeten zijn ’s avonds zo dik dat ik mijn sandalen niet meer aan kan.
’s Avonds gaan Jan en Kees samen naar de Pinnacle voor een Murder Mystery diner. Elly en ik voelen niet voor zo veel wijn. Maar het is een speciale avond daar, want er wordt een mysterie onthuld. Er wordt iemand vermoord en het is de bedoeling dat de gasten ontdekken wie de moordenaar is. Kees en Jan hadden en geweldige avond. En zij waren de enigen die de juiste moordenares geraden hadden. Maar ze waren ook de enige buitenlanders onder alle Amerikanen en Kees was pissig dat er niet hardop vermeld werd dat Jan en Kees het bij het juiste eind hadden. Erg flauw en erg chauvinistisch. Maar verder hadden ze zich kostelijk geamuseerd aan de andere gasten. Die gingen helemaal op in het spel.
Na nog een afzakkertje met Ria en Jan en Kees en Elly in het Crows nest, omdat de klok een uur terug gaat, tik ik nog dit verslag en ga dan slapen. Morgen hebben we met Kees en Elly in de Showroom at sea om 9 uur afgesproken. Dan halen we gezamenlijk een tenderticket en gaan we kijken of we de spullen in het dorp aan de juiste persoon af kunnen geven.

Donderdag 11 maart 2010.

Om 9 uur hebben we met Kees en Elly afgesproken in de Showroom at sea om gezamenlijk de wal op te gaan. We moeten tenderen en dan heb je een tenderticket nodig, zoals ik hier boven ook al heb geschreven.
Aan de wal aangekomen, worden we bestormd door jongetjes voor de ballen. Ze willen ze allemaal graag hebben, maar wij bezwijken niet. We gaan rechtstreeks naar de school. Die staat op een terp en we klimmen een steile ladder op. Het lokaaltje stelt niet veel voor en het meubilair ook niet.
In het midden van het lokaal staat een grote doos waar we de spullen in kunnen leggen. Dat vinden we te gewaagd, want de jongens wijken niet van onze zijde. Maar er zijn 2 moeders die de kinderen wegsturen en de spullen bewaken. Er liggen nog meer Haltassen in de doos en we begrijpen dat het vertrouwd is om alles hier achter te laten.
Dan gaan we het dorp in. Dat is 1 onverhard pad langs de rivier met een paar houten huizen op palen. De kinderen geven je een hand en lopen helemaal mee. het is jammer dat ze eigenlijk vragen om geld of snoep.
Maar aangezien wij dat ongehoord vinden en al met de schoolspullen en het fotograferen van de verklede personen en de interieurs van de huizen, geven we ze geen geld.

We horen van anderen dat, zodra ze wat centjes krijgen ze meteen je loslaten en een ander opzoeken.
Tijdens de wandeling begrijpen we dat er een stukje verder de rivier op ook nog een school staat. Die hadden ook wel wat willen hebben. Maar die school staat er beter voor, met computers zelfs. In het dorp Boca da Valeria, waar wij waren, stond een schotelantenne. Er stond ook ergens een generator te brommen. We hebben er een gekoeld biertje of Braziliaans colaatje gedronken. Ook hier stonden de kinderen om ons heen te wachten of te vragen om drank en snoep of chips. Een van de passagiers kocht een plastic wikkel met 20 zakjes chips met de bedoeling om de een voor een uit te delen. Hier kreeg hij de kans niet voor, want de jongetjes met name vlogen er op af en rukten de zakjes uit zijn handen. Ze scheurden er zelfs van. Het geld wat ze kregen, zetten ze ook om in chips of snoep.
We mochten in 1 van de huizen binnen komen kijken. Oma lag in haar hangmat te rusten. In de keuken stond de pan met aardappelen en kip en groente op. Men kookt er op butagas.
De pastoor zat voor de kerk. Hij vroeg ook geld om de kerk af te bouwen. De ramen moesten er nog in en de deur nog afgehangen worden. Dit was trouwens het enige gebouw van steen. En het staat ook op een terp. Het water in de rivier stijgt in het regenseizoen 15 meter, elke dag gedurende de maanden november tot juni een paar centimeter. Daarom staan de huizen op palen of drijven ze op vlotten. En staat de school en de kerk op een terp.
Als de rivier op haar hoogst is, staan de bomen tot aan hun kruinen in het water. Je kan aan de kleur van de stammen zien hoe hoog het water het vorige jaar heeft gestaan. Het hangt van de regenval en de sneeuwval in de Andes af hoe hoog het water stijgt. De stroomsnelheid is trouwens gigantisch. Het geeft het schip stroomafwaarts een extra snelheid van 4 knopen. We vliegen dus de Amazone af. Maar eerst gaan we nog stroomopwaarts naar Manaus.

Terug hier in Boca, we hebben ook nog een riviertochtje in een roeiboot met buitenboordmotor gemaakt, 5 dollar p.p. per uur. Dan ga je iets meer de jungle in. We konden er ook nog uit in het volgende dorp, maar het was zo heet dat we daar geen puf meer voor hadden. Je zag ook de families van verderop weer terug naar huis gaan.
Als er een schip aankomt, dan komt iedereen van ver aan om een graantje mee te pikken. De passagiers willen wel uitgeven en we lopen ook allemaal met safarihoeden op rond. Er is er hier niet een die iets anders dan Portugees spreekt. Maar men is erg aardig, ondanks het gebedel van de kinderen.
Om 1 uur waren we het zat en tenderden we weer terug naar het schip. Tijd voor een lichte lunch en een spelletje bridge. We gaan op weg naar de laatste haven die we hier aan doen en dat is Manaus. Dat is een miljoenenstad midden in de jungle.
Maar eerst zien we ’s avonds nog een Nederlandse artiest, een jongleur. Het is een jonge jongen en die moeten we natuurlijk steunen. Hij is 3-voudig Nederlands kampioen, maar is nog erg jong om al geroutineerd op de planken te staan. Bovendien moet hij vloeiend Engels praten en is het lage plafond een handicap als je jongleur bent. De oude Engelse en Amerikaanse artiesten die doorgaans optreden doen dat met een gemak, zodat je denkt dat het natuurlijk is. Maar dat is ervaring en heel wat jaren in het vak zijn.
Hans Duinker dus moet nog heel wat leren voor zijn optreden echt een succes wordt.

Vrijdag 12 maart 2010.

We komen om half tien, lekker op tijd voor de kade van Manaus aan. Maar er blijkt een conflict te zijn tussen het gemeentebestuur en de havenmeester over het wel of niet aanleggen van 2 cruiseschepen aan de drijvende kade. Ook de Royal Princess ligt op stroom te wachten. Er wordt op hoog niveau overlegd en we worden elk half uur door de kapitein op de hoogte gehouden. Er moeten excursies uitgesteld worden, men wordt al een beetje nerveus. Uiteindelijk mag om 1 uur de Royal Princess aan de kade liggen en mogen wij op stroom ankeren en gaan tenderen.
Later op de dag mogen we ook aan de kade liggen, als die ontruimd is, wat dat dan ook mag betekenen. In no time hebben de matrozen de tenders laten zakken, 4 stuks. De excursies die over water gaan, kunnen meteen vanaf het schip hun andere rivierboot op en zo gaat alles toch van start.
Wij hebben een excursie naar het operahuis en een rondrit door de stad. Het voordeel is dat we niet hoeven te lopen in de hitte midden op de dag en dat de bus lekker koel is.

Maar echt veel hebben we niet gezien in die 2 uur, behalve dan het operahuis van binnen. Dat is een ouderwets operahuis met een ronde zaal met balkonnetjes tot aan het geschilderde plafond toe. Het geheel is nog steeds in functie. ’s Avonds zou er een plaatselijke zanger optreden. De kaartjes kostten 20 reaal = 12 dollar en 10 voor 60+ ers. Dat is niet duur.
Maar wij zijn op het schip gebleven. Daar kwam een lokale dansgroep en dat is meestal erg leuk om te zien. Ook deze keer weer en Jan heeft alles gefilmd.

Hoe komt Manaus, midden in het oerwoud, aan een operahuis? Wel, vanaf 1875, sinds de ontdekking van rubber en de toepassing er van voor de banden van de pas uitgevonden auto’s, werd Manaus een heel welvarende stad. De rubberbusiness was booming. Men verdiende tot aan de beurscrash enorm veel geld aan het tappen en exporteren van natuurlijke rubber of latex. Het goedje was in het oerwoud bij de Indianen al heel lang bekend, maar nu het op grote schaal in de westerse wereld toegepast kon worden, werd er veel aan verdiend. En men wedijverde als stadsbestuur met dat van Belém. Die liet een operahuis bouwen met dat van Milaan als voorbeeld. Toen kon Manaus niet achter blijven en liet dat van Parijs nabouwen. Men liet alle materialen uit Europa verschepen, op de houten vloer in de foyer na. Die was van tropisch hout uiteraard. Sinds 10 jaar wordt er jaarlijks in juni een operafestival georganiseerd. Margot Fonteijn heeft er in de jaren 60 haar laatste uitvoering gegeven en haar balletschoenen aan het huis geschonken. Die stonden in de vitrinekast.
Op het ogenblik wonen er in Manaus 1,2 miljoen mensen, erg veel voor een stad die alleen via de rivier en door de lucht te bereiken is. Er is 1 weg en die gaat naar Caracas in Venezuela. Verder wordt alles over de Amazone aangevoerd. Ook al het personenvervoer gaat met ferries. Je moet, als je dagen onderweg bent, je eigen hangmat meenemen. Die hang je op een lekker winderig plekje op. Ook breng je je eigen voedsel en drinken mee. Want je kan wel dagen onderweg zijn. Van Belém naar Manaus duurt 8 dagen stroomopwaarts in zo’n boot.
Manaus ligt aan de Rio Negro. Dit is niet de Amazone. De Rio Negro komt van Venezuela af. Het water is zuurder en warmer dan dat van de Amazone. Muggen en ander ongedierte moet er niets van hebben, je vindt ze hier dan ook niet. Maar ook de rest van het wildleven is dan minder, want te weinig te eten. De Amazone komt uit Peru en neemt allerlei sediment mee, waardoor de bodem kleiig is en er bruin uitziet, dit in tegenstelling tot de Rio Negro, die er helder zwart uitziet. Die heeft een zandbodem. De oorsprong van dit verschil gaat terug tot voor de scheiding van de continenten en toen verbond de Rio Negro 2 oceanen met elkaar op de een of andere manier en er stroomde toen zout water doorheen. Vlak bij Manaus komen de 2 rivieren bij elkaar en stromen dan wel 8 kilometer naast elkaar voordat het water echt gemengd is. Morgen gaan we met een riviercruise naar de scheiding van de wateren toe. De Rio Negro nodigt met zandstranden meer uit tot toeristische activiteit, met junglerestaurants en hotels met lodges in de jungle enz.
De Rio Negro is trouwens ook geen kleine jongen. Op zijn breedst is hij 16 mijl of te wel 24 km. En hier bij Manaus noemen ze dit stroomgebied het Amazone Bassin. Het is hier heel erg diep, wel 600 meter. Vergelijk dit met de diepte van de Noordzee die maar 35 meter diep is en je kunt je voorstellen wat een geweldige natuur dit hier is. We zaten echt in het midden van Latijns- Amerika, ver van alles weg.
Nadat we met de bus bij de Prinsendam afgezet waren, zijn we maar aan boord gegaan. Het was zo ontzettend heet en het was op straat zo druk dat er geen doorkomen aan was, zo te zien vanuit de bus.
Morgen gaan we de rivier op, daarom zijn we ook hier in de staat Amazonia, een van de 27 staten van Brazilië.

Zaterdag 13 maart 2010.

We hoeven niet zo gek vroeg op, de tocht gaat om 9 uur van start van de andere kant van de pier. We krijgen op de rivierboot veel uitleg over de economie van Manaus. Bedrijven betalen hier geen belasting en je vindt hier dan ook zo’n 450 tot 500 fabrieken van elektronica ( mobieltjes en tv’s van LG bijv.), motoren ( Honda maakt 4000 motoren per dag) en auto’s. En alle onderdelen en grondstoffen moeten over de rivier aan en afgevoerd worden. Er is dus weinig werkloosheid. Verder is er natuurlijk toerisme.

We varen een uurtje en stappen dan over in 10 persoons kano’s. Dat is bukken en schommelen geblazen. En dan varen we ook hiermee een uurtje door een dichter stuk van de jungle. Maar soms hebben we het idee, aan het deinende riet te ziet, dat we door de Biesbosch varen. Het verschil is dat je aan de kant houten hutjes op palen of drijvende op boomstammen ziet staan.
En dat is niet voor de toeristen gedaan. Hier woont men, maar waarschijnlijk werkt er wel een gewoon in Manaus en gaat die elke dag met zijn gemotoriseerde kano de rivier over.
Hier in de rivier groeien enorme waterlelies. Ze kunnen wel 20 meter in doorsnee worden en dan wel 4 kilo dragen. De eerste ontdekker, een Engelsman, noemde ze naar zijn koningin Victoria. De bloemen gaan ’s nachts en maar drie dagen open.
Na dit tochtje stapten we weer terug in de grote rivierboot om naar de scheiding van de 2 rivieren te gaan kijken. Daarna was het weer voorbij. Terug naar het schip en tijd voor een lunch. We konden nu nog met de Stern shuttle naar hun winkel in het Tropical hotel. Dat moet een prachtig hotel zijn. Maar Ria en Jan waren er gisteren geweest en zij vonden het zonde van hun tijd. Het was er ook warm uiteraard. In edelstenen zijn we niet geïnteresseerd en de zg dierentuin daar buiten stelde ook niets voor. Elke kinderboerderij in Nederland ziet er beter uit. Dus dat ritje van een half uur door hobbelige achteraf straten was geen optie. En toen we zo op het achterdek zaten te zitten, kwam Ria bij ons zitten voor een hapje en een drankje. Zij vertelde dat in de terminal, waar je door heen moet als je de stad in wil, mooie biertjes getapt worden. Haar man Jan wilde er erg graag blijven zitten, maar zij wilde eerst wat eten.
Toen hebben we maar afgesproken dat we om half vier er met ons vieren naar toe zouden gaan. Het biertje zag er apart uit. Het was een soort beker met 2,5 liter bier die je zelf op je tafel in je glas kon tappen. We zaten om 15.35 uur en om 16.00 uur bestelden we onze 2e vaas van 2,5 liter. De beide Jannen hadden er erg veel lol om en wij ook.

De tafeltjes om ons heen met alleen maar Brazilianen die alleen maar hun eigen taal spraken vonden het prachtig. Je zag er niemand van het schip. We hadden met 3 tafels gesprekken in gebroken Spaans en verder gewoon in het Nederlands. Lang leve het Nederlandse voetbal en Van Basten. Die kennen ze overal. Wij hebben natuurlijk opgeschept dat we de wereldcup en Zuid-Afrika gaan winnen. Het was leuk en ontspannen.
Terug op het schip liepen we Kees en Elly en Ruud en Wil tegen het lijf. Zij hadden in een lodge in de jungle overnacht en de meningen hierover waren verdeeld. Het was heel vermoeiend, vooral omdat het programma 3 uur te laat begon. Maar vooral de nacht was voor Kees en Elly niet leuk. Met airco een herrie en zonder airco een stroom mieren in je bed en ze vonden hun huisje vies. Ruud en Wil hadden nergens last van, zij hadden dus goed geslapen en begonnen fit aan hun 2e dag. Die begon heel vroeg om 6 uur met een vaartochtje. Het geheel kostte wel 599 dollar p.p. en dat was toch wel veel geld voor wat er geboden werd. Het eten was uitstekend geweest, gelukkig.
De excursies van de Hal zijn over het algemeen erg duur. Het is dat je je soms ongemakkelijk voelt in deze landen, maar als je er op je zelf op uit trekt, ben je veel goedkoper uit. Ook onze excursies hadden we achteraf best zelf kunnen doen, maar het gemak van de organisatie waar je maar achteraan hoeft te lopen is ook wat waard.
’s Avonds hebben we het rustig aan gedaan. De goochelaar houden we voor gezien, een ( niet succesvol ) gokje in het casino trekt meer.
Morgen doen we de laatste stop op de Amazone, in Parintins, een klein plaatsje met een groot festival in juni, te vergelijken met het carnaval in Rio. Maar dit is voor de volgende en laatste week.

Week 10.

Zondag 14 maart 2010.

Dit wordt de laatste stop op de Amazone in het stadje Parintins. Het is zondag en er is niets open op 2 souvenirshops en een restaurant aan zee na. Maar hier komen we ook niet voor.
Elk jaar wordt hier in juni een groots festival gevierd. Twee rivaliserende groepen strijden om de uitverkiezing voor de mooiste uitvoering van de dansen van de stier, het Boi Bumbafestival geheten. Je kan het een beetje vergelijken met het carnaval van Rio, zeker qua spektakel. Men viert de wederopstanding van een stier.
De legende gaat dat een slavin die in verwachting was, zo’n trek had in ossentong dat haar man de mooiste stier van zijn baas doodde voor de tong. Maar dat moest de slaaf met de dood bekopen. Gelukkig wist een priester die door de vrouw te hulp was geroepen, de stier weer tot leven te wekken en festival gehouden. In de loop van de tijd is het feest steeds meer uitgebreid en duurt nu al 3 dagen.

De bevolking van de stad vertienvoudigt in die tijd. Mensen slapen overal, ook op alle aangevoerde rivierboten. Er is voor dit festival zelfs een stadion gebouwd. Elke familie is voor de ene of voor de andere partij, voor de witte stier of voor de zwarte.
Wij hebben een speciaal voor ons opgevoerde show gezien, er werd een uur lang getrommeld en afwisselend door meisjes en jongens gedanst. Ook werd er door beide partijen en carnavalfiguur getoond, met een “koningin” er op. Aangezien er niemand Engels spreekt, hebben we de betekenis van de dame bovenop een levensgroot beest niet begrepen.

Maar het was een leuke show. Hierna zijn we met zijn allen ( 8 ) een biertje op het terras aan zee gaan drinken en daarna hebben we op een bakfiets voor 10 dollar nog een rondrit gemaakt door het stadje. Het was heel zonnig en warm. Toen hadden we het wel gezien en was het tijd om de koelte van het schip op te zoeken. We hebben ons de rest van de middag rustig gehouden in de hut en op ons balkon.
Om 4 uur voer het schip weg. Het duurt dan nog 1,5 dag voor we van de Amazone af zijn. Om een idee van de lengte van de rivier te geven en van de sterkte van de stroming, van Manaus tot aan Parintins is het 350 mijl, dus 550 km. Een tocht van Manaus naar Parintins duurt 15 uur, maar stroomopwaarts duurt die tocht 27 uur.
Wij hebben nu 2 zeedagen voor de boeg voor we bij de volgende bestemming zijn. Dat is op Frans gebied. We doen dan Duivelseiland aan, daar waar de film Papillon zich afspeelt.

Maandag 15 maart 2010.

Deze zeedag is om bij te komen van de drukkende hitte van de Amazone. We slapen lekker uit. Jan is nog wel op tijd voor zijn bridgeles, maar ik geloof het wel.
Ik hoor al van mensen dat ze de winterspullen aan het inpakken zijn. Ze hebben ze meer ruimte in hun kast. Ik vind het dubbel werk. 2 dagen van te voren inpakken is vroeg genoeg.
’s Middags hebben we toch nog een goed uur gekaart en daarna hebben we geluisterd naar Frank Buckingham over Duivelseiland. Hij heeft het hele verhaal over Dreyfuss verteld. Emile Zola heeft er het pamflet “J’accuse!” aan gewijd. Dreyfuss, een militair, werd in 1896 van spionage verdacht en veroordeeld tot verbanning naar Duivelseiland. Na meerdere processen en protesten van vrienden die het voor hem opnamen, kwam uit dat hij moest opdraaien voor de daden van een andere militair. Eigenlijk was het een zuivere vorm van anti-semitisme. Dat kwam veelvuldig voor tot de 2e wereldoorlog toe in Europa. Het eind van het verhaal was dat Dreyfuss volledig werd gerehabiliteerd en weer in het leger werd opgenomen. Hij vocht zelfs in de 1e W.O. mee. De andere militair, Esterhazy, die hem voor zijn daden had laten opdraaien, was inmiddels naar Engeland gevlucht. Hij werd het leger uitgezet en al zijn rangen werden hem ontnomen. Het hele proces werd door de regering hoog opgenomen, zelfs de president moest zich er mee bemoeien. De rechterlijke macht bevond Dreyfuss tot 3 keer toe schuldig. Het geheel duurde tot 1904 en hield heel politiek Europa bezig. De kranten stonden er vol van.
Terug naar deze dag. ’s Avonds om 11 uur was het tijd voor de show van de Filippijnse bemanning. Zij hadden een erg gevarieerde show, met dans en zang van de verschillende eilanden, van vroeger en nu.
Jan is overdag heel lang bezig geweest om het verslag van de laatste week van foto’s te voorzien en op het web te zetten. Gelukkig krijgen we veel leuke reacties na elke nieuwe week. Het verslag wordt veel gelezen en dat vinden we erg leuk.

Dinsdag 16 maart 2010.

Vandaag is het de dag van de Mariner’s society. Eigenlijk wordt er aan de bijeenkomsten geen ruchtbaarheid gegeven, maar deze keer niet. Een Mariner is bij de Hal iemand die meerdere keren met de Hal gevaren heeft. Je bouwt dan vaardagen op en dat wordt gevierd. Je krijgt dan een speldje of een medaille. De grens ligt bij 25 dagen of 50 dagen ( een speldje) of 100 dagen ( een koperkleurige plak), of 300 dagen ( een zilveren) of 500 dagen ( een gouden) of 700 dagen ( een platina). En als je denkt dat dat er niet veel zijn, dan vergis je je. Hier op de Prinsendam zijn de meeste Mariners van alle HAL schepen. Er waren deze reis al 210 mensen met meer dan 200 vaardagen. Daar zijn wij ook bij. Naast die medailles is er vorig jaar nog een systeem ingesteld met sterren. Die sterren geven bepaalde kortingen en andere voordelen. De meeste sterren krijgen die mensen met meer dan 200 vaardagen. Je kan dan bijvoorbeeld je was gratis laten wassen en stomen. Dat is het meest populaire voordeel. Verder kost de wijn je half geld en de speciale koffie in de Javabar ook.
Op de Kerst- en Nieuwjaarscruise op de Statendam waren er maar 15 4-ster Mariners. De grote reizen die de Prinsendam en ook de Amsterdam maken zijn enorm populair. Veel gasten maken meerdere wereldreizen ( 114 dagen ) of Grand Voyages ( 70 dagen ). Vandaag werd er een Franse dame naar voren gehaald die al sinds 1975 met de Hal vaart en al 1450 dagen heeft. Ze heeft op de ss Rotterdam nog wereldreizen gemaakt. Met haar praat ik Frans. Ze spreekt overigens heel goed Engels. Dat kom je niet vaak tegen.
Wij zijn al heel trots op ons aantal vaardagen. Maar dat viel vandaag in het niet bij de vele tientallen met meer dn 500 dagen. Verbazingwekkend!
Je krijgt bij de bijeenkomst een drankje aangeboden en daarna een lunch met alle Mariners. De diningroom zat 2 keer helemaal vol. De 1- en 2- sterren hadden een brunch en de 3- en 4-sterren een lunch.
Na al dat binnenzitten hebben we ons gauw omgekleed en zijn we lekker bij het zwembad gaan zitten. De zon scheen af en toe en in het zwembad sloegen de golven bijna over de rand van het bad, een heerlijke deining.
Nu, na een gewone maaltijd met Jan en Karen is deze dag ook al weer om. Morgen komen we om 8 uur aan en dan willen we ook vroeg aan de wal vanwege de hitte. We liggen op stroom en moeten tenderen. Op het eiland waar we aan wal gaan, l’île Royale, is niets te beleven. Je kan er een rondwandeling maken en dan ben je in 1 uur het hele eiland rond. Frankrijk heeft deze gevangenis nog tot 1953 gebruikt. Nu zijn de gebouwen vervallen, we zullen morgen zien hoe erg het is.

Woensdag 17 maart 2010.

Wat een prachtige dag is dit geworden. We waren van plan om de eerste tender te hebben, maar we gingen uiteindelijk om 9.15 uur van boord. Het is dan op het eiland al aardig warm. We nemen de rechter route en lopen meteen in een kokospalmenbos. En hier is het heerlijk schaduwrijk.
De eilandengroep heet les Îles du Salut en het grootste heet l’île Royale. Hier zijn alle faciliteiten op te vinden. Op de andere 2 eilanden, l’île du Diable ( Duivelseiland) en l’île du St. Joseph kun je niet wonen, ze zijn wel begroeid met palmen en andere bomen. Wij lopen dus eerst aan de kant waar je uitzicht hebt op de 2 andere eilanden. Je ziet ze dichtbij liggen. Naar Duivelseiland liep een kabel voor de bevoorrading, een overblijfsel van de toren staat er nog. De meeste gebouwen zijn half ingestort. Men is wel bezig met restaureren, maar dat gaat langzaam. Uiteindelijk komen we bij de cellen voor eenzame opsluiting en daar word je niet vrolijk van.

Vanaf 1852 zijn er hier gevangenen onder gebracht. Men zat altijd vastgeketend en kon geen kant uit. Denk je eens in dat er ’s nachts allerlei ongedierte aan je zat te knabbelen en je kon er niet eens bij. Overdag moest men in de hitte werken. Alle gebouwen zijn door de gevangenen gebouwd. Alle bomen op Duivelseiland moesten gekapt worden om de ergste gevangenen die hier naar toe verbannen werden, in de gaten te houden. De Jesuïten en de nonnen van de St. Pauls congregatie hebben er tot 1874 een ziekenhuis geleid. Dit was het enige menselijke contact dat de gevangenen hadden. Toen de regering het werk in de ziekenhuizen in lekenhanden legde, werd het er voor de gevangenen niet beter op. Het eiland heeft als gevangenis dienst gedaan tot 1953!! Een mensonterende toestand. Men werd mentaal totaal murw gemaakt. Ontsnappen was bijna onmogelijk. Overzwemmen stond gelijk met de dood, want de zee zit hier vol met haaien.

Er staan nog een paar gebouwen overeind en dat is de kerk, de barakken van de bewaarders, het huis van de commandant en er is een hotel/restaurant in de oude barakken van ongetrouwde bewakers. Hier zat je heerlijk, met een prachtig uitzicht op Duivelseiland en in een lekker briesje. Jan had meteen al een Ricard te pakken, dat anijslikeurtje en besloten ook maar om hier te eten. We hadden de hele middag de tijd en het eten was echt Frans. Wat een uitgelezen middag en dat op een plak waar niets te beleven was. Het leek wel of we in een ansichtkaart zaten, met een groen/blauwe zee en een eiland vol palmen op de achtergrond. En toen we ook nog een aap in een boom zagen klimmen en kokosnoten naar beneden zagen gooien, was het plaatje kompleet.
Er lopen hier meer vreemde dieren zoals agoutis, een soort guinees biggetje op stelten. Alleen een foto kan duidelijk maken wat ik bedoel. Verder zijn er leguanen en papegaaien.

De film “Papillon” met Steve MacQueen en Dustin Hofman is o.a. gebaseerd op het boek van Emile Zola en op de levens van andere gevangenen. 2 weten te ontsnappen, maar worden als ze bij de Indianen in Frans Guyana zijn, verraden en teruggebracht. Nu worden ze op Duivelseiland onder gebracht. 1 van de 2 weet voor de 2e keer te ontsnappen door de stroming te bestuderen met behulp van kokosnoten. Elke 7e golf is een sterkere dan de andere 6 en daar heeft hij gebruik van gemaakt. Op een gegeven moment is hij ontsnapt door bij een 7e golf zijn “vlot” in het water te gooien en bij de volgende 7e golf is hij er achteraan gesprongen en zo ontsnapt. De film is uiteraard geromantiseerd, maar het verhaal er achter is levensecht.
Wij vonden het erg bijzonder om hier rond te lopen en de overblijfselen van dit verleden te zien. Aan het eind van de middag was het tijd om terug te gaan en een duik in het zwembad te nemen.

Er gebeurde nog een incident. Een matroos werd door een kabel van het dak van een tenderboot geslagen en belandde in het water. Meteen was hij een eind weg door de sterke stroming. Gelukkig lagen er nog meer reddingsboten ( = tenders) in het water en kon hij meteen gered worden. Wij dachten nog dat het een oefening was voor de bemanning, omdat de zee als een spiegel was. Maar het was echt.
’s Avonds hebben we het ( Ierse ) feest van Sint Patrick gevierd. In Amerika wenst men elkaar “happy st. Patricks day”. Aangezien het ook formel was, werd er meteen een officiersbal aan vastgeknoopt. Iedereen werd verzocht in het groen en wit te komen of in ieder geval iets met die kleuren aan te trekken. Na het eten kon het feest van start. Zoals gebruikelijk duurde het ook nu weer van 22.00 uur tot 23.00 uur. Er waren 5 loterijen en 4 enveloppen voor wat prijzen en tussendoor kon je dansen. Met een van de loterijen heb ik nog een lunch in de Pinnacle Grill gewonnen, inclusief een fles wijn, en het gezelschap van een van de evenementenstaff. Dat kan op de valreep nog net. Morgen is er weer een zeedag en we besluiten om wat uit te slapen.

Donderdag 18 maart 2010.

Deze keer heb ik mijn oefeningen niet onder begeleiding van Roger gedaan, maar zelfstandig in de hut. En aangezien we heel veel herhaald hebben, doe ik mijn Tai Chi oefeningen achter elkaar zonder haperen. Ik ben er trots op. Om 10.00 uur gaat Jan met Kees bridgen en ik heb om kwart over tien een keukentoer. Je mag dan onder begeleiding onder in het schip een beetje in de keuken kijken. Niet spectaculair, maar toch leuk. Het is onder in het schip een heel bedrijf, daar heb je geen weet van. Alleen voor de bemanning worden er al 5 maaltijden per dag gemaakt.

Daarna heeft een van de andere passagiers een paar sieraden laten zien die ze zelf ontworpen heeft. Altijd leuk om te zien hoe creatief iemand is.
Om 3 uur was er in de diningroom een dessertbuffet Extravaganza. Dat betekent dat er zoveel taarten en gebakjes staan die we met zijn allen nooit van zijn leven opkunnen. Hier komen veel mensen op af en ook wij zijn in de rij aangeschoven. Met name de chocola was om je vingers bij af te likken en je kan zoveel halen als je wil en als je opkunt.
Hierna was het tijd om op het achterdek nog een duik in het zwembad te nemen en van de zon te genieten.
’s Avonds hebben we met onze hele groep aan een grote tafel gegeten. Het was een leuke,vroegtijdige afsluiting van een topvakantie. We hebben nog maar 2 havens en 3 zeedagen en dan is het gebeurd. Wat is het toch nog snel gegaan. En we hebben weer een leuke groep mensen ontmoet.
Morgen komen we in Barbados aan, een van de vele Caraïbische eilanden. We weten nog niet wat we zullen gaan zien. We zien morgen wel.

Vrijdag 19 maart 2010.

In Barbados wilden we naar het strand. Verder hadden we geen excursies of afspraken gemaakt. Helaas waaide het behoorlijk en hadden we het idee dat er voor het strand te veel wind stond. We hebben toen maar rustig aan gedaan en om half elf de shuttle naar de stad Bridgetown genomen. Dat was wel grappig, want er stonden voor de terminal een heleboel taxi’s en busjes klaar en voor 2 dollar p.p. brachten ze je naar het centrum van de stad.
Sommigen liepen het stuk langs het water, maar het was nogal warm en wij hadden er geen zin in. In de Broadstreet stikte het van de juwelierswinkels, alles is belastingvrij. Op elk prijskaartje staan 3 prijzen, die in Barbadosdollar, dan omgezet naar Amerikaanse dollar en dan zonder belasting. Jan kocht nog 2 broeken en toen moest de caissière het schip en het hutnummer weten en zijn boardingpas zien. En in de terminal moest hij een formulier in een bus stoppen. Zo werkt dat hier.

Na het winkelen zijn we heerlijk aan de haven gaan zitten, het Waterfront geheten. En hier hadden ze heerlijke Cuba Libres en lekkere vistapas. Aan het eind van de middag was de pret voorbij en konden we weer terug naar het schip.
Barbados is een voormalige Britse kolonie waar veel suikerrietplantages waren. Nog wordt er suikerriet geteeld, maar ik denk voornamelijk voor de rum. Verder kun je aan sommige gebouwen nog zien dat het vroeger Brits was, zoals het voormalige parlementsgebouw. Verder is er op het eiland niet zo veel te beleven en waren de excursies ook niet om over naar huis te schrijven.
We naderen het einde van onze vakantie. Morgen weer een zeedag en dan naar de laatste haven, op Puerto Rico.

Zaterdag 20 maart 2010.

De zeedagen worden steeds rustiger door ons ingevuld. Alleen het bridgen van Jan en Kees gaat maar door. Ik doe mijn oefeningen nu alleen in de hut en dan kan ik wat later opstaan.
Na het ontbijt ben ik heerlijk op het achterdek in de zon gaan liggen, ik had het zwembad voor mij alleen. Het was heerlijk, maar om 12 uur was het genoeg. We hadden ook een etentje in de PinnacleGrill ( gewonnen op St. Patricksday) met Lacey van de evenementenstaf, een erg aardig jonge dame.

Verder hebben we de rest van de dag niet veel bijzonders meer gedaan. ’s Avonds was er een Italiaans diner in de Pinnacle Grill en daar hadden we met Elly en Kees op ingetekend. Twee keer op 1 dag een hele maaltijd is wel veel, maar vooruit, vanaf volgende week is Schraalhans weer keukenmeester. Het eten is hier ook allemaal zo lekker en goed. Het is heel moeilijk om de verleiding te weerstaan. En zien eten doet eten. Ook als je langs het buffet loopt voor wat fruit, dan kom je altijd wel een stukje kaas of een stukje gebak tegen.
Morgen dus de laatste haven. Hier is de HAL nog nooit eerder geweest, in deze plaats Ponce. Men doet meestal de hoofdstad San Juan aan, maar daar komen zoveel cruiseschepen. De Hal zoekt nieuwe bestemmingen en hiervan is Ponce er 1. Met de Statendam waren we ook op Puerto Rico en dan in de havenstad Mayagüez. Dat was ons prima bevallen.

Week 11.

Zondag 21 maart 2010.

Ook hier in Ponce, het is wel zondag, doet het stadsbestuur er alles aan om het ons als gasten naar de zin te maken. We worden uitstekend ontvangen met muziek en dans op de pier, van 8 tot 10.
En daarna stonden er open trammetjes klaar om ons naar het einde van het haventerrein te brengen. Hier was van alles te beleven. Mensen hebben al hun huisvlijt meegebracht en je kan volop kettingen, poppetjes en andere snuisterijen kopen. Wij willen naar het centrum en daarvoor staan er rijen taxi’s klaar. Voor een vast tarief, er staan mensen met prijslijsten op de stoep, word je vervoerd naar waar je wil. Het nummer van de taxi wordt op het formulier geschreven met de bestemming en het aantal personen er bij. Het is een waterdicht systeem, dat ze ook in Mayagüez hanteerden.
Midden op het grote plein, la Plaza de laDilicia werden we ontvangen met een warm welkom. Overal stond touristenpolitie, ook om allerlei vragen te beantwoorden. Voor 2 dollar p.p. kon je een stadsrondrit van 45 minuten maken. De chauffeur deed ontzettend zijn best om zijn (opgeknapte) stad te verkopen.
Veel gebouwen van rond 1900 zijn met behulp van het gemeentebestuur heel mooi gerestaureerd. Ook hier wordt suikerriet verbouwd voor de rumproductie. Een grote rumfabrikant heeft in 1930 boven op een heuvel die over de stad en het water uitkeek een prachtig huis neer laten zetten. Zijn kinderen willen er niet in wonen, maar ze hebben het huis volledig intact gelaten met alle meubels er in en het is nu een museum. Dat hebben we natuurlijk bezocht.
Er was een tentoonstelling over de violist Pablo Casals. Hij heeft er gelogeerd en er concerten gegeven. We kregen maar weinig tijd om zelf rond te kijken en ik kon het Spaans niet zo gauw ontcijferen om meer over Pablo Casals te weten te komen. Wel zag ik dat hij in Auswitsch gezeten heeft en dat hij op 51 jarige leeftijd getrouwd was met een 19 jarige jonge dame. Hij is 95 geworden. Hij was een Spanjaard en nam in de jaren 30 stelling tegen Franco in de Spaanse burgeroorlog. Hij werd dan ook verbannen en het zou goed kunnen zijn dat hij die tijd hier in dit mooie huis als gast heeft doorgebracht.
Na dit museumbezoek gingen we weer terug naar het centrale plein, waar het al erg druk is.

Op een podium speelde een groep leuke Spaanse muziek. Het was een heel ontspannen sfeer en we vonden het fantastisch hier. Helaas was het om 16.30 uur alle man aan boord en moesten we terug naar het schip.
Een grote verrassing was het dat er vlak voor de gangway door 2 rumproducenten gratis pina colada’s en andere mixdrankjes werden uitgedeeld, helemaal gratis. Hier konden we niet aan voorbijgaan en Jan heeft er de nodige van achterover geslagen. Ook ging hij spontaan met de jonge meisjes op de foto. Dat leverde hem, na het uitwisselen van e-mailadressen,een fles gratis rum op.
Terug op het schip zijn we maar gauw naar de hamburgerafdeling gegaan en hebben we lekker een broodje met patat er bij genomen. Daarna heeft Jan een tukkie gedaan en ik heerlijk op ons balkon gezeten. Om 8 uur zijn we toch maar gaan eten en toen was deze dag ook weer voorbij. Nu volgen er nog 2 zeedagen, maar die hebben we nodig om in te pakken, allerlei adressen uit te wisselen en het nodige papierwerk te doen. En we moeten ook afkicken van alle verwennerij hier aan boord. 70 dagen volpension is een grote luxe. Ook het omgaan met mensen die je dagelijks ziet, is straks voorbij. We hebben afgesproken dat we op de een na laatste avond na 22.00 uur op het achterdek op 9 met vrienden bij elkaar komen om het afscheid te vieren met alle drank die we nog in de hut overhebben. Iedereen moet zijn eigen glas meebrengen. We zullen met zo’n 12 mensen zijn. Zo te horen is er nog al wat drank over. We zullen het maar rustig afwachten.

Maandag 22 en dinsdag 23 maart 2010.

Deze 2 laatste zeedagen doe ik maar samen. Dan kan Jan op tijd de foto’s er bij doen en het geheel op het web gooien.
Vanmiddag heb ik al 2 koffers ingepakt. We hebben er 3 en een kledingzak voor de pakken en lange jurken. Ook hebben we ieder een reistas gekregen voor alle cadeautjes en aankopen die we gedaan hebben. We zullen er wel 1 van gaan gebruiken, denk ik. We zaten met onze koffers nog niet aan het maximumgewicht, maar ik denk dat we er nu met de 4 koffers wel over heen gaan. Elke koffer mag maar 23 kilo wegen en dat is niet zo veel. In een grote koffer kan veel meer aan gewicht, maar dat mag niet. Dus moet er een nieuwe tas of koffer bij. Morgen maak ik deze klus af. Vanavond kan, na de laatste formalnight, de avondkleding opgeruimd worden en dan moeten morgen alle laatjes en kasten leeg. We hebben ook nog ieder een koffertje voor de handbagage, maar dat zit ook zo vol. Nu gaan we eerst eten en sluit ik hierbij deze reis af.

Totaal aantal mijls tijdens de Grand Voyage het ms “Prinsendam”:

FT. Lauderdale-Key West 173 NM
Key West-Santa Marta 1054 NM
Santa Marta-Isla de Providensia 446 NM
Isla de Providencia-Puerto Limon 221 NM
Puerto Limon-Fuerte Amador 236 NM
Fuente Amador-Manta 592 NM
Manta-Callao 763 NM
Callao-Puerto San Martin 126 NM
Puerto San Martin- Arica 471 NM
Arica-Iquique 135 NM
Iquique- Coquimbo 589 NM
Coquimbo-Valparaiso 199 NM
Valparaiso- Isla Robinson Crusoe 363 NM
Isla Robinson Crusoe- Puerto Montt 594 NM
Puerto Montt-Puerto Chacabuco 270 NM
Chacabuco-Punta Arenas 852 NM
Punta Arenas- Ushuaia 267 NM
Ushuaia- Palmer Station 252 NM
Palmer Station-Stanley 1189 NM
Stanley- Buenos Aires 1026 NM
Buenos Aires-Montevideo 139 NM
Montevideo-Rio de Janeiro 1009 NM
Rio de Janeiro-Salvador da Bahia 718 NM
Salvador da Bahia-Recife 392 NM
Recife-Fortaleza 446 NM
Fortaleza-Belem 589 NM
Belem-Santarem 598 NM
Santarem-Boca da Valenria 130 NM
Boca da Veleria- Manaus 275 NM
Manaus-Parintins 246 NM
Parintins- Devil’s Island 938 NM
Devil’s Island-Bridgetown 615 NM
Bridgetown-Ponce 498 NM
Ponce-Ft. Lauderdale 950 NM
Totaal aantal Nautical Miles= 17361
Nautical Mile=1,15 Statute Miles= 1,85 Kilometer

Stafofficieren aan boord:

Captain: Albert J. Schoonderbeek
Hotel Manager: Francois Birarda
Chief Officer: Ane Smit
Chief Engineer: Jakob wise
Environmental officer: Dolf Kramer
Chief Housekeeper: A. Nelly Reyes Perez
Diningroom Manager: Andrie Yuris Taufik Hikmat
Culinary Operation Manager: Norbert Kovacs
Cruise Director: Thomas Faulkner
Guest Relation Manager: Gary Mangahas
Executive Chef: Pedro Lontoc
Cruise Consultant: Tina Marie Faulkner
Purser: Carol Lagmay
Security Officer: Sajithkumar S. Vasuma
Beverage Manager: Roger Flauta
Hostess: Ashley Edinger
Event Manager: Deborah Plewis

Inhoudsopgave

Galerij

Op de hoogte blijven?

Vul je e-mailadres in en ontvang een notificatie zodra er een nieuw verslag online komt.
Scroll naar boven